Sociale vernieuwing symbool en speelgoed partijen

DEN HAAG/ROTTERDAM, 17 febr. - Nergens is de economische ontwikkeling van de tweede helft van de jaren tachtig zo zichtbaar als in Rotterdam. Naast het Centraal Station verrijzen glimmende kantoren en luxueuze woontorens. Tegelijkertijd scharrelen bij de perrons steeds meer daklozen en verslaafden rond. In trendy cafe-restaurants, die de havenstad tien jaar geleden nauwelijks kende, eten elke avond jonge, goedgeklede mensen. Tegelijkertijd scheuren onbekenden vuilniszakken open op zoek naar bruikbaar afval.

De hoge gebouwen, de verschuiving van industrie naar dienstverlening en de moderne horecagelegenheden zijn hoofdbestanddeel van wat ten stadhuize wordt genoemd Het Nieuwe Rotterdam. Aangespoord door zijn achterban, die zich afvroeg wat dat Nieuwe Rotterdam nou betekende voor de gewone Rotterdammer, pleitte PvdA-fractievoorzitter J. Janse in december 1987 voor 'nieuwe eigentijdse sociale integratie kaders': sociale vernieuwing.

Het Rotterdamse college, dat wordt gedomineerd door de PvdA, stelde een externe commissie in onder voorzitterschap van prof. dr. Ph. A. Idenburg. Maar de in zijn rapport van september 1989 gebruikte termen 'Rotterdam als sociaal laboratorium' en 'proeftuin voor migrantenbeleid' maakten op het college onder voorzitterschap van de socioloog Peper een lachwekkende indruk. 'Een vijf-minnetje', oordeelde een betrokken wethouder. 'Om het concept sociale vernieuwing operationeel te maken' richtte Rotterdam afgelopen najaar een 'projektbureau sociale vernieuwing' op. Projektleider drs. J. Wagenaar heeft naast zijn baan als direkteur van een gemeentelijke dienst twee dagen per week tijd, projektsecretaris K. Jochemse een halve dag.

Het projektbureau heeft groepjes mensen bij elkaar gezocht die elk op hun beleidsterrein verbeteringen moeten voorstellen, zoals het afschaffen van overbodige regelingen.

Eind december vroeg het projektbureau bewonersorganisaties en welzijnsinstellingen per brief om plannen voor sociale vernieuwing. Vier miljoen gulden - niet veertig miljoen zoals Idenburg had voorgesteld - liggen klaar om die te realiseren. Wagenaar erkent dat op oude wensen voor een kinderspeelplaats misschien het etiket sociale vernieuwing zal worden geplakt, maar alle ideeen uit de wijken zijn welkom zolang ze maar voldoen aan vier criteria: participatie van burgers, achterstand op het betrokken terrein, samenhang met andere plannen en samenwerking tussen verschillende organisaties. Half maart wordt het geld verdeeld. Daarna duurt het nog zeker een jaar voordat er iets van sociale vernieuwing in de havenstad te zien is. De hooggespannen verwachtingen moeten wat getemperd worden, meent de projektleider.

Projektsecretaris Jochemse kreeg tot nu toe vijftien plannen binnen, maar tijd om ze te bekijken had hij nog niet. Het projektbureau heeft de handen vol aan het organiseren van twee discussieavonden en aan het opstellen van notities op verzoek van politici. Reden: 'Wat wij in Rotterdam zien als een aanvulling op ons beleid van revitalisering is in de landelijke politiek verheven tot een ideologie', zoals fractievoorzitter Janse constateert.

Het waren met name burgemeester Peper en onderwijs-wethouder Simons die het produkt sociale vernieuwing via afzonderlijke gesprekken met premier Lubbers en de landelijke PvdA-top uit de havenstad exporteerden. Simons profileerde zich daarbij vorig jaar als man die sociale vernieuwing in praktijk bracht. Bij de toenmalige minister van sociale zaken, De Koning, bedong hij dat uitkeringsgelden konden worden gebruikt als loon in een experiment om 300 langdurig werklozen aan een baan te helpen. Een verslag van de discussies in de Amsterdamse Balie, waaraan zowel Lubbers, Kok als Simons deelnamen, is intensief geraadpleegd tijdens de kabinetsformatie.

Macht

Overal in Nederland werden al herorienteringsgesprekken met langdurig werklozen gehouden, her en der waren er projekten om bejaarden bij het maatschappelijk leven te betrekken. Een nieuwe impuls om via zulke intiatieven meer mensen te betrekken bij het economische succes van de laatste jaren, dat werd de rechtvaardiging van het nieuwe kabinet.

Dat kabinet zit er nu ruim honderd dagen, maar sociale vernieuwing is tot nu toe vooral goed geweest voor grappen en grollen. Een week geleden liet vice-premier Kok zijn ergernis daarover de vrije loop. Het gezeur over de definitie moest eens afgelopen zijn, vond Kok. 'Laat niemand bij mij aankomen met het verhaal dat men zich bij sociale vernieuwing niets kan voorstellen.'

CDA en PvdA dragen zelf volop bij aan deze verwarring door te proberen het begrip naar zich toe te trekken. Sociale vernieuwing is de verantwoordelijke samenleving met een plus, gaf het CDA-Kamerlid Doelman-Pel er een christendemocratische draai aan. Misschien is sociale vernieuwing niet meer dan een gelijkwaardiger verdeling van inkomen, kennis, macht en arbeid, haalde PvdA-partijleider Sint een oude sociaaldemocratische slogan van stal. Het SGP-kamerlid Van der Vlies raakte een gevoelige snaar toen hij in de Kamer opmerkte: 'Sociale vernieuwing is speelgoed van de PvdA dat door het CDA weer wordt afgepakt.' Om de eigen achterban enig houvast te geven staat in een interne CDA-notitie over het begrip: 'De symboolfunctie maakt het mogelijk om alle voortschrijdende inzicht dat in de komende tijd wordt opgedaan aan het begrip sociale vernieuwing aan te haken.' Achter de schermen werkt inmiddels een grote ministeriele commissie aan een nota over sociale vernieuwing, die eind februari klaar moet zijn. Maar de bewindslieden zelf hadden alleen al vijf sessies nodig om een definitie op te stellen. Minister Dales, belast met de coordinatie van de sociale vernieuwing, mocht haar enkele weken geleden in de Kamer voorlezen. De meer dan honderd woorden tellende uitleg van het begrip was koren op de molen van de sceptici.

De Haagse definitie vertoonde alle tekenen van een compromis en dus van aanvankelijke meningsverschillen. Toen het echte werk moest beginnen, verliep de discussie nog veel stroever. De ministers zeggen wel dat gemeenten meer bevoegdheden moeten krijgen, maar toen ze beseften dat ze daardoor zelf aan macht gaan inboeten slonk de animo zienderogen. Toen vorige week duidelijk werd dat de ministeriele commissie sociale vernieuwing geen echte vooruitgang boekte, verschool minister d'Ancona van WVC zich op de PvdA-partijraad achter onwillige ambtenaren. Haar mensen hadden in de gaten gekregen dat Binnenlandse Zaken een miljard gulden wilde losweken bij vooral WVC om dat te stoppen in een pot voor de gemeenten, de brede doeluitkering waar het regeerakkoord over rept. Maar de ambtenaren hadden geen zin de poten onder de eigen stoel uit te zagen en adviseerden hun minister het voorstel van collega Dales te torpederen. Het was te voorzien geweest. De ervaring leert dat een nieuwe minister binnen de kortste keren de taal van zijn departement spreekt en de belangen van de 'eigen club' verdedigt. De brede doeluitkering aan de gemeenten, door Van Kooten en De Bie bespot als 'aparte pot voor zwakke groepen', dreigt dus het niet te halen.

Niet alleen d'Ancona ligt dwars. Ook op Onderwijs voelen de twee PvdA-bewindslieden er niet voor om het geld voor het onderwijsvoorrangsbeleid voortaan via Binnenlandse Zaken naar de gemeenten te sluizen. Het tast de vrijheid van Onderwijs aan, is hun verweer. Het machtige onderwijsveld zou dwars gaan liggen. Het CDA trouwens ook.

Bij Sociale Zaken loopt het evenmin vlotjes. Sociale vernieuwing mag geen geld kosten, alleen voor de arbeidspools voor langdurig werklozen heeft het kabinet een uitzondering gemaakt. Prompt brandde een strijd los over de beschikbare 150 miljoen gulden. Sociale Zaken werd gemangeld tussen de gemeenten aan de ene kant en de werkgevers en werknemers aan de andere. De laatsten zullen binnenkort samen met de overheid de arbeidsbureaus gaan besturen en vinden dat het geld bij hen op de juiste plaats is. De gemeenten brengen daartegen in dat de sociale partners in het verleden nooit bijzondere belangstelling hebben getoond voor de harde kern werklozen. De uitkomst staat al vast: een compromis.

Tussenschakel

Het slagveld in de topzware ministeriele commissie overziende, pleitte staatssecretaris Simons eind januari in zijn brief voor een 'zeer kleine interdepartementale task force'. Hij wilde daar slechts vier departementen bij betrekken. 'Het is niet de bedoeling daarmee andere uit te sluiten, maar wel om duidelijk te maken dat ernst gemaakt moet worden met het doorbreken van de gebruikelijke verkokering in het interdepartementaal verkeer.' Ook minister-president Lubbers benadrukte deze week in Kamer nogmaals dat het bij sociale vernieuwing vooral gaat om bestuurlijke vernieuwing. Maar voor de task force van Simons voelt Lubbers niets. Simons' speciale clubje zou volgens hem te snel verworden tot 'een bureaucratische tussenschakel', schrijft hij in zijn notitie waarmee hij eind januari de discussie over sociale vernieuwing wilde vlottrekken. 'En als de bedoeling van de task force zou zijn na te gaan waar zich structureel knelpunten voordoen, bijten we ons dan niet in onze eigen staart, daar waar wij die vaststelling juist van onderop willen horen.' In het openbaar zei de premier deze week dat de verwachtingen over de bestuurlijke vernieuwing niet te hoog gespannen moeten zijn. Lubbers onderschreef daarmee indirect de woorden van zijn vriend Van Mierlo van D66 die heeft gezegd: 'We dreigen met z'n allen de gevangene van een woord te worden, een slogan, aan welke pretenties steeds moeilijker zullen kunnen worden voldaan.' Het kabinet presenteert eind februari niet 'een afgerond bestuurlijk voorstel' sociale vernieuwing dat van bovenaf zou kunnen worden opgelegd, deelde Lubbers mee. Uit onmacht, zeggen de critici. Nee, zeggen CDA- en PvdA-politici, het zou in strijd zijn met de gedachte achter het begrip.

In het kabinet leeft nu het idee om gemeenten die zelf met plannen komen maar bij de uitvoering verstrikt raken in allerlei regels en subsidiepotjes, snel toestemming te geven om door de verkokering heen te breken. Lubbers had het in de Kamer over 'een methodiek om nieuwe ontwikkelingen los te branden'.

Het viel bij het PvdA-Kamerlid Buurmeijer in goede aarde. 'We moeten ons niet de illusie laten aanpraten dat sociale vernieuwing in een kabinetsperiode afgerond is. Het is een proces van lange adem.'

In het CDA-kamp zeggen ze: 'Zie je wel, een beetje behoud en een beetje vernieuwing.'