Sociale vernieuwing biedt holle woorden en vermaak

DEN HAAG, 17 febr. - Wat moet er nu onder sociale vernieuwing worden verstaan, werd de hoge ambtenaar van Binnenlandse Zaken tot vier keer toe gevraagd. Van de voorzitter van de ambtelijke commissie die dit motto van het nieuwe kabinet vorm moet geven, mocht toch worden verwacht dat hij weet waar het heen moet. Maar tijdens een en dezelfde vergadering waren zijn antwoorden telkens anders.

Het is een van de verhalen die in Den Haag de ronde doen om te illustreren hoe groot de verwarring is over het begrip sociale vernieuwing, het motto van het nieuwe kabinet. Met satanisch genoegen wordt het verhaal doorverteld. Door hen voor wie succes in de politiek korte-baanwerk is, om aan te tonen dat sociale vernieuwing holle woorden zijn. Door degenen die geloven in de idee die achter dit begrip schuilgaat, om directeur-generaal Openbaar Bestuur mr. G. J. Jansen en met hem Binnenlandse Zaken te kijk te zetten als een krachteloos departement dat niet in staat is de verkokering tussen de ministeries te doorbreken.

Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) voelde eind vorige maand dat de verwarring zich tegen het kabinet ging keren. In een brief aan zijn collega's schreef hij: 'De gang van zaken rond de sociale vernieuwing lijkt op dit moment onbevredigend. De - nog korte - geschiedenis van dit begrip in de landspolitiek heeft in de publiciteit achtereenvolgens het beeld te zien gegeven van: belangrijke bestuurlijke inspiratiebron, vluchtheuvel c.q. alibi voor de meest uiteenlopende beleidsterreinen en tenslotte dat van niet ingevulde, dus onbegrepen en bespotte abstractie.' Simons kan het weten want hij komt uit Rotterdam, de stad die zegt al met sociale vernieuwing te zijn begonnen. Een delegatie van het ministerie van financien toog daarom onlangs met de pen in de aanslag naar het Rotterdamse 'Projektbureau sociale vernieuwing'. Maar de boodschap luidde: Kom over een jaar nog maar eens terug, er is nu nog niets te zien.

Pag.2: Symbool en speelgoed

    • Hans Nijenhuis
    • Aukje van Roessel