PERSVRIJHEID

Vrijheid onder druk: Een beeld van de persvrijheid in Nederland door Mariette Wolf111 blz., geill., Ned. Persmuseum en IISG 1990, f17,50 ISBN 9068610430'O , hoe zullen zij zich in de handen wrijven, die wel voldane burgers met hun huurlingen in de pers, nu het gelukt is hem een jaar het zwijgen op te leggen, hem een jaar het schrijven te verbieden ter ontmaskering van de schandalen der machthebbers.' Het is juni 1886 en het socialistische blad Recht voor Allen opent met de veroordeling van Domela Nieuwenhuis tot een jaar cel, wegens majesteitsschennis. In april had hij zich sneerend uitgelaten over het bezoek van de koning aan Amsterdam. ' Wij zullen dus weder getuige kunnen zijn van de malle vertooning, genaamd de aankomst van Z. M. met vrouw en dochtertje op het balkon van 't paleis op den Dam. De groote bladen zullen weder lange verhalen doen en liegen van de liefde van het huis van Oranje voor 't Nederlandsche volk en van de geestdrift van genoemd volk voor zijn vorst. ' De ironie wilde dat hij na zeven maanden gratie kreeg wegens de verjaardag van de prinses. Het spraakmakende proces tegen de socialistische voorman had nog een wrang kantje. Het onderzoek naar het gewraakte artikel werd door justitie gestart op aandringen van de katholieke en liberale kranten.

In Vrijheid onder druk beschrijft Mariette Wolf de geschiedenis van de persvrijheid, een meer dan drie eeuwen durend touwtrekken tussen overheid en journalisten. Het gezag vindt het vanaf het verschijnen van de eerste couranten noodzakelijk om toezicht te houden en vanaf dat moment zijn er courantiers die de perspolitiek hekelen, de verschijningsverboden tarten, zonder respect over regenten en regeerders schrijven en eindigen in de cel.

De Narrensteinse of Utopiaanse krantjes vormen met de Janusblaadjes en de Lilliputters de oppositie het meest tot de verbeelding spreekt. Janus Verrezen, Janus Januszoon enz. verschenen ten tijde van de Bataafse Republiek die zo mooi begonnen was met het opnemen van de vrijheid van drukpers in de constitutie. Vrijheid, gelijkheid en broederschap, maar al vlot werd het 'Schryven, Drukken en Verspreiden van Schotschriften, Pasquillen en Libellen,' verboden. Gezagsondermijnend, net als de Narrensteinse krantjes uit de eerste helft van de 19e eeuw. Ook van Willem I mocht alles, behalve kritiek uiten op zijn bewind. In 1814 werd de censuur (opnieuw) afgeschaft, maar de principiele erkenning van de persvrijheid leidde door de hoge belasting niet tot een echt vrije pers. De zegelwet van 1844 stelde publicaties die niet groter waren dan twee handpalmen vrij, een vondst met gevolgen. Een stroom van miniatuurblaadjes vol satire en sensatie overspoelde het land. Ze waren goedkoop en werden gevreten en onmiddellijk aangepakt met een nieuwe wet waarin de uitzondering voor klein drukwerk was geschrapt.

Pas na de oprichting van het Anti-Dagblad-Zegel-Verbond (1867) ontstond er beweging aan het politieke front en werd het daglbadzegel afgeschaft. ' De vuile vingers van de fiscus behoorden voorgoed tot het verleden, ' schrijft Wolf. De weg lag open voor de ontwikkeling van een werkelijke vrije pers, die eerst uitblonk door onhandige grote formaten, al snel - verzuild en wel - ontdekte wat concurrentie was en ondervond dat het belang van exploitatie en redactie op gespannen voet met elkaar stonden.

Ook de overheid bleef waakzaam en greep in toen Domela Nieuwenhuis de draak stak met de koning, en later, als de neutraliteitspolitiek dat vereiste of de linkse pers dwars lag. Het gezag kreeg daarbij steun van het brave deel van pers en natie dat evenveel moeite had met wat alles wat afweek, met socialisme, communisme en later provo. Vrijheid onder druk is meer dan een interessante voetnoot bij de geschiedenis en kreeg bovendien de vorm van een aantrekkelijke beeldverhaal, vol oorspronkelijke teksten en prenten.

Wilma Cornelisse De tentoonstelling Vrijheid onder druk is nog te zien tot 1 maart in het Nederlands Persmuseum, Cruquiusweg 31, Amsterdam. Maandag tot vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur.