Manager in spe wil naar buitenland

AMSTERDAM, 17 febr. - Aankomende Europese managers willen al in de eerste drie jaar van hun carriere een positie in het buitenland bekleden. Dit blijkt uit een onderzoek van de Katholieke Universiteit Brabant naar de loopbaanambities van 2.000 jonge afgestudeerden, hoofdzakelijk uit lidstaten van de Europese Gemeenschap.

De ondervraagden, allen managers in spe met een gemiddelde leeftijd van 25 jaar, blijken mobiel en internationaal georienteerd te zijn. De groep van 2.000 bestaat uit jonge academici die zich hebben ingeschreven voor een tweedaagse bijeenkomst in Brussel over carriereperspectieven voor jonge managers.

Een functie in het buitenland is hun voornaamste streven. Driekwart van de ondervraagden wil werken bij een multinationale onderneming, 72 procent geeft de voorkeur aan een Brits bedrijf.

Het onderzoek is uitgevoerd onder leiding van dr. T. Taillieu, in samenwerking met MSL Europe, een bureau voor werving en selectie. Taillieu noemt het opmerkelijk dat de aankomende bestuurders gemiddeld al veel in het buitenland hebben verbleven, de vrouwen gemiddeld iets meer dan de mannen.

Slechts negen procent van de ondervraagden heeft nooit in het buitenland gewoond of gewerkt; 25 procent heeft minstens zes maanden in een ander land dan het eigen gewoond, 35 procent in twee landen, 19 procent in drie landen en 13 procent in meer dan drie landen.

Als belangrijkste reden om een plaatsing in het buitenland eventueel te weigeren, zo blijkt uit het onderzoek, worden problemen met partner of gezin genoemd. Voor de ondervraagde mannen telt dit zwaarder dan voor de vrouwen.

Opmerkelijk noemt Taillieu verder dat de kwaliteiten die een succesvolle manager in de ogen van de jongeren niet mag ontberen, dezelfde zijn die topmanagers doorgaans noemen. 'Ze kennen hun lesje goed. Ze noemen conceptueel inzicht als belangrijkste kwaliteit, gevolgd door effectief opereren, contactuele begaafdheid en besluitvaardigheid. Dat kenmerkt een intellectuele houding. Ze zijn duidelijk nog niet door het vuur gegaan. Een helikoptervisie is natuurlijk wel belangrijk, maar de eerste tijd zijn ze nog niet op een niveau dat het daar op aankomt.' Directeur A. fagel van MSL Wessel Koenen, de Nederlandse tak van MSL, tekent dsaarbij aan: 'Deze jonge mensen zijn heel ambitieus. Ze stralen een enorme zekerheid uit dat ze het gaan maken. Dat kan je makkelijk op het verkeerde been zetten, want tegelijkertijd zijn ze nog erg onzeker over zichzelf.'