'Je had toch vroeger in je stoutste dromen niet kunnen denkendat de waarheid ergens in het midden zou liggen?'

Guy Mortier(46) is een van de succesvolste hoofdredacteuren van de Lage Landen. Als 25-jarige maakte hij van het Belgische radio- en tv-blad Humo een alom gerespecteerd blad met een links-kritische inslag. De recente komst van Humo op de Nederlandse markt heeft de omroepbladen grote schrik aangejaagd. Wat is het geheim van Mortiers aanpak? Een interview over strijd tegen uitgevers en tegen journalisten die te veel engagement wilden.

Was hij het of was hij het niet? Als jongen luisterde ik dertig jaar geleden naar een popprogramma op de BRT-radio met een eigenaardige disc-jockey, genaamd Guy Mortier. Hij praatte in staccato-zinnetjes en maakte bizarre grappen, waarmee hij de tijd tussen de opwindende rock-singles vulde. Het gaf je een kleine cultuurschok na de jarenlange gewenning aan de zeer beschaafde aanpak van Skip Voogd en Herman Stok. Was deze Mortier dezelfde persoon als de latere hoofdredacteur van Humo? Na twee zinnen door de telefoon kan er geen twijfel mogelijk zijn: de Guy Mortier van mijn jeugdsentiment leeft nog. Hij is nu, zoals dat gaat, een man met een drukke baan en een gezin, maar iets in zijn uiterlijk wekt nog altijd associaties met de rock-muziek: hij lijkt een oudere, nog niet door de cocaine aangevreten broer van de zanger Willy DeVille.

We spreken elkaar in een kamer van zijn directeur aan de nauwe De Jonckerstraat in Brussel. Aan de overzijde van de straat liggen de bescheiden burelen van Humo. Hij is te veel spil van zijn redactie om daar rustig te kunnen praten.

Is de popmuziek belangrijk voor u gebleven?' Ik heb de hele dag de radio aanstaan omdat ik het moet bijhouden voor mijn blad, maar ik luister voor mijn plezier naar andere dingen. Ik keer altijd weer terug naar de rock-and-roll van de jaren vijftig: Little Richard, Jerry Lee Lewis, Elvis Presley. En dan de soul: de Coasters, Otis Redding. ' Popmuziek wordt nu met een andere mentaliteit gemaakt. Je hoort ze knippen, plakken, meten. Ik was ronduit bezeten van de rock-muziek, zo ongeveer als enige van mijn klas. Ik had grote behoefte om het uit te dragen en dus schreef ik naar de BRT. Vreemd genoeg lieten ze het me proberen en ik kreeg dat programma 'Schudden voor gebruik'.'

Hij begon plaatbesprekingen te schrijven (' vol grappen en grollen, zeer beinvloed door Bomans, Wodehouse en Elsschot') voor Humo, een familieblad over radio en televisie, en kreeg in 1969 - hij was vijfentwintig jaar - het hoofdredacteurschap aangeboden. Hij hapte toe, hoewel hij inmiddels aan de universiteit van Leuven was afgestudeerd in de Germaanse filologie. In korte tijd tilde hij Humo op naar de status van spraakmakend, gezaghebbend blad. Een rtv-blad met uitstekende interviews, onthullingen en een lichte toon - niet alleen dank zij medewerkers als Kamagurka en Kees van Kooten, maar ook door het persoonlijke stempel van Mortier op bijna elke tekst, kop en onderschrift.' Humo is in 1936 als radioblad begonnen', zegt hij. ' Het was het enige blad dat mij als jongen interesseerde. Het bevatte strips en grappige verhalen. Het bezat een bijzondere mentaliteit die mij erg aansprak. Het was ook een van de weinige bladen in Belgie waarin goed Nederlands werd geschreven.'

Was het een ingeslapen blad toen u er kwam?' De redactie waarmee ik begon, bestond uit zeer getalenteerde Vlaamse jongeren zoals Herman de Coninck en Piet Piryns. Het was op zijn manier wel een levendig blad, maar ik heb er snel mijn eigen ideeen op losgelaten. Van meet af aan ben ik in teksten gaan schrappen. Ook flikkerde ik er meteen alle kopijvoorraaden uit. Ik wil geen voorraad, het moet een zo actueel mogelijk blad zijn.' Op die manier wordt het hoofdredacteurschap een slopend bestaan.' Nou en of... een wrak zit hier tegenover u.' U moet er altijd mee bezig zijn, ook in uw vrije tijd.' Helaas wel. Soms denk ik wel eens dat ik een tennisser ben die heel veel wedstrijden wint omdat hij zo snel kan rennen. Maar naarmate je ouder wordt, is dat rennen vermoeiender.' Is het nog op te brengen na 21 jaar?' Het is wel op te brengen, maar je denkt wel eens: wat zit ik hier nog te doen. Ik geef altijd meer dan honderd procent, en dat kan met mijn aanpak ook moeilijk anders. Het probleem is dat die aanpak zo persoonlijk is dat ik het ltijd heel moeilijk heb gevonden om het anderen te laten doen. Dat geldt voor het schrappen, het maken van koppen, het zoeken van onderwerpen, noem maar op. Ik ben bang dat het minder goed zal gaan met de formule als een ander het doet.' U bent dus niet alleen hoofdredacteur, maar ook eindredacteur.' Ja. Maar ik zeg niet: dit is mijn terrein, afblijven. Helemaal niet. Ik zou graag iemand hebben die het goed overneemt. Vorig jaar hebben wij negen maanden iemand in dienst gehad als eindredacteur. Iedereen dacht dat hij het zou redden, maar nee. Er kwamen fouten in de tekst, de verkeerde dingen werden geschrapt. Ik zeg dit niet om hem publiekelijk aan de schandpaal te nagelen, maar om te illustreren dat ik dit werk best wil overdragen. Maar iedereen zegt: het moet wel honderd procent zoals Mortier het wil.' Daar komt het misschien wel op neer.' Het is een vak dat ik ken, dat mag ik zeggen. Ik laat niet zomaar een tekst doorgaan. De meeste teksten zijn te lang. Je kunt een stuk soms veertig procent beter maken door te schrappen. Vroeger sloofde ik me dan ook nog uit om er echte grapkoppen boven te zetten, maar dat doe ik nu minder.'

Welke kwaliteiten moet een tekst voor u hebben?' Vroeger vond ik dat alles briljant geschreven moest zijn. Ik heb mensen gehad die dat konden en die ook echt iets wilden zeggen tegen de wereld. Maar je komt in dit vak maar een keer in de zoveel jaar iemand tegen die briljant is. Die briljante schrijvers zijn vaak goed in columns en interviews, maar minder goed in research. Ik vind nu dat er ook mensen moeten zijn die zakelijk en helder kunnen schrijven, goede vakmensen die iets kunnen uitzoeken. Dat is ook goed voor het evenwicht in je blad.' Een goed stuk moet tenminste enig tempo hebben, er mogen geen passages in voorkomen die de lezer twee keer moet lezen voor hij ze begrijpt. Een stuk behoort goed gecomponeerd te zijn. De lezer moet het van het begin tot het einde willen lezen, ook als het onderwerp hem niet erg interesseert. Om de ernst te breken is het nuttig als er hier of daar iets leuks in staat, een grappige zin... ' Ik heb vanaf het begin gezworen bij het interview. Dat was voor die tijd nieuw. Weinig journalisten zijn er goed in, maar wij kunnen het en wij doen het nog steeds veel.' Wat is precies dat evenwicht in uw blad waar u naar zegt te streven?' Het evenwicht tussen ernst en grap. Dat zijn de twee polen. En daar tussen wil ik geen teksten die wel enig belang hebben, maar nogal saai zijn. De hele week zit ik met lijsten op schoot om te kijken of de opbouw van het blad goed is. Toen ik begon, bevatte het blad nul komma nul engagement. Voorzichtig begon ik met een pagina, toen twee. Ik mocht niet vergeten dat het een familieblad was. Zoetjesaan bouwde ik het op en ondertussen zorgde ik ervoor dat er genoeg te lachen viel.' Sommige van onze journalisten wilden meer engagement. Ze vonden zelfs dat we een opinieblad moesten worden. Toen heb ik me van me af moeten bijten. De hele redactie steunde me uiteindelijk, afgezien van een man.'

Waarom wilde u dat niet?' Omdat ik geloof dat mijn manier de beste is als je een groot publiek wilt bereiken met belangrijke informatie. Als je te serieus wordt, stoot je te veel mensen af. Ik wil ook mensen bereiken van middelbare leeftijd, of mensen die niet links stemmen. En ook de mensen die bourgeois leven en denken. Dat is veel leuker dan altijd maar de gelijkgezinden voederen. En het werkte: er kwam al snel een enorme response op het blad.' Het lijkt me zo gemakkelijk om een ernstig blad te maken voor 20.000 lezers. Ik heb het altijd vreselijk moeilijk gevonden om steeds maar weer luchthartige zaken tegenover de serieuze stukken te zetten. Frisse interviews met de doorsnee-klootzak van het scherm. Goede columns. Tekeningen - de hemel zij dank dat grote talenten als Ever Meulen en Kamagurka bij ons kwamen. Ik vind het jammer dat ze nu ook elders publiceren, want dat betekent dat ze niet meer zoveel voor ons kunnen doen, maar ja... ze moeten leven.' U moet de Nederlandse pers wel heel saai vinden.' Ik blader veel door jullie magazines en kranten, ik lees er weinig in, want ik heb niet veel tijd. Vanaf het begin heb ik me voor ogen gehouden: zo wil ik niet worden. Ik weet dat het hoogontwikkelde journalistiek is met een oneindig veel rijkere traditie dan de onze, maar ik weet ook dat het saai is. Dus bij ons geen HP-stuk of VN-stuk. Het is een val waarin je dreigt te lopen. Maar het moet kunnen bestaan, he? Je moet alleen niet denken dat je er een breed publiek mee bereikt.' Wat bracht Humo teweeg in de Belgische samenleving van de jaren zeventig?'

Je wierp een steen in een kikkerpoel. Het was er duf en grijs, er gebeurde niets van enig niveau in Vlaanderen. We toonden geen eerbied voor gezagsdragers en heilige huisjes. De mensen van de BRT werden door ons op de kop geslagen. Dat was de leukste tijd. We hebben toen baanbrekend werk verricht voor een aantal persorganen. Veel mensen die met ons opgroeiden, zijn nu zelf journalist. Humo was hun bijbel.' Ik streefde er ook altijd naar om iets te brengen waarvan de lezers opkeken. Ik kocht een bloedernstig stuk over Vietnam uit The New York Review of Books: 'Casualties of War' waar nu een film op is gebaseerd. Dat was ook voor mij een grote schok. Ik kwam uit een katholiek gezin in Mol, elke dag ging ik naar de vroegmis - tot zelfs in het eerste jaar van de universiteit. Ik wist dus ook niet wat er allemaal gaande was in de wereld. Mijn ogen gingen open toen ik bij Humo de informatie uit het buitenland las: The Observer, The Sunday Times.

Ik verslond die bladen. En elke keer als je daaruit iets overnam, kreeg je veel reacties van je publiek, want 'mei 1968' is pas met de nodige vertraging tot Belgie doorgedrongen. Tegenwoordig is het veel moeilijker om je lezers te schokken.' Dat klinkt bijna teleurgesteld.' Er zijn geen taboes meer, zelfs in de katholieke bladen lees je over incest. Alles is al bekend en gezegd. Er is veel meer vakmanschap in de pers dan vroeger, iedereen covert alles. Het enige wat je kunt doen, is boven blijven met kwaliteit en met alertheid. Dat is veel moeilijker dan wanneer je vernieuwt.' Hoe was het gesteld met de ideologische bagage van uw redactie?' Wij waren in die beginjaren zeventig vol brandend, sidderend rechtvaardigheidsgevoel. We wisten alles zeker. Ook wat dat betreft is het nu moeilijker. Je had toch vroeger in je stoutste dromen niet kunnen denken dat de waarheid ergens in het midden zou liggen?' Er zijn nu op de redactie geen mensen meer die het ideologisch streng spelen, maar die hebben we wel gehad. Concentratiekampen onder Mao? Smerige propaganda! Solzjenitsyn? Zeer onbetrouwbaar! Let wel: dat waren zeer grappige, intelligente redacteuren, geen verstarde apen. Ze draafden alleen door. Ik heb het daar heel moeilijk mee gehad. Als de logica moet inbinden, hoeft het voor mij niet meer. Ik heb nooit een groot wereldbeeld gehad en kon er geen ideologische motivatie tegenover stellen. ' De situatie had ook voordelen. Driekwart van de Vlaamse pers is altijd in katholieke handen geweest. Als wij de andere kant belichtten: prima. Maar we gingen soms verder dan noodzakelijk was. Ik moest er tussendoor laveren.

Gelukkig is het bij ons nooit een slangenkuil geworden als bij Vrij Nederland waar men elkaar afmaakte. Wel was er het jaarlijkse conclaaf met het gebruikelijke rondje Beledig de hoofdredacteur. Maar ik kon wel wat incasseren.' Omstreeks 1976 hebben we bij de rondvraag iedereen laten antwoorden op de vraag: wil je echt dat de revolutie komt? Toen vond iedereen dat het genoeg was geweest. Daarmee waren we er eindelijk vanaf. Zo geraak je stap voor stap vooruit... ' Heeft uw troon nooit gewankeld omdat uw redactie u niet links genoeg vond?' Nee. Ze wisten dat ik dag en nacht werkte en ze zagen het resultaat: het blad schoot vooruit. Ik ben ook altijd onverdacht geweest omdat ik keihard moest vechten met de uitgever om het blad te maken zoals het was. Het was een constante strijd, niet een keer per maand, maar dagelijks. Vechten, vechten, vechten. ' Onze uitgever was een familiebedrijf. De directie bestond uit drie leden van de familie Dupuis en een aangetrouwd lid. Ze waren afgrijselijk katholiek, katholieker zelfs dan deze paus. Ze schrokken zich dood toen wij allerlei stukken publiceerden waar zij het absoluut niet mee eens waren. Iets vriendelijks over socialisten was heiligschennis, iets kritisch over de kerk betekende paniek. Wij hadden het geluk dat ons oplagecijfer naarboven schoot voordat ze zagen wat er aan de hand was. Als goed katholiek waren ze moreel zeer verontwaardigd, maar het geld gaf de doorslag.' Om hun geweten te sussen, pestten ze mij het bloed onder de nagels vandaan. Slechte druktermijnen, slecht papier, teveel reclame. Ze hebben zelfs geld van mij achtergehouden.' Als straf?' We kregen voortdurend straf. We zaten ons krom te werken met te weinig mensen. Het mocht allemaal niets kosten. Ik heb gesmeekt om meer mensen, maar ze wisten dat we toch wel doorgingen, al zijn we vaak op de rand van staking geweest. Ze zaten ook op het waanzinnige af in teksten te corrigeren. Ik moest als hoofdredacteur ervaren hoe ze teksten wijzigden die ik zelf had doorgegeven.

Een kritisch stuk over missionarissen in de Kongo werd veranderd in een lofzang. In een foto van Paul McCartney met zijn 1-jarig dochtertje werd een zwembroekje getekend, omdat het kind naakt was. Je werd er ziek van.' Was hier het roomse establishment van Belgie aan het werk?' Niks establishment, het was gewoon de bourgeosie van Charleroi - wat eigenlijk niks is. Veel katholieke kennissen en een abt die ze regelmatig raadpleegden. Gelukkig haatten ze ook elkaar en liepen de onderlinge ruzies zo hoog op dat ze het bedrijf maar verkocht hebben. Dat was drie jaar geleden. We zijn opgekocht door een Franse uitgever, Editions Mondiales. Deze directeur steunt mij volkomen. De strijd om de onafhankelijkheid van de redactie is gewonnen. Dat woord mocht bij de Dupuis niet vallen.' Onder leiding van Mortier groeide Humo uit tot een welvarend blad met 230.000 abonnees en in totaal 850.000 lezers. ' Een op de vijf Vlamingen leest Humo', zegt hij trots, ' en we zitten vooral goed bij het jonge publiek: vijftig procent is onder de dertig jaar.'

Drie weken geleden verscheen Humo met 5000 exemplaren voor het eerst officieel op de Nederlandse markt. Dit tot grote ontsteltenis van de meeste omroepen, die - op Veronica, de TROS en de VPRO na - besloten geen omroepgegevens meer ter beschikking te stellen.

Waarom wilt u plotseling op de Nederlandse markt? Omdat de groei er in Belgie uit is?' Nee, dat is niet de achterliggende gedachte geweest. Een detail heeft de doorslag gegeven. Wij hebben in Nederland een juridische entiteit opgericht om ons damesmaandblad Elga te kunnen uitgeven. Dat maakte het ineens eenvoudiger om ook Humo in Nederland te verspreiden. We hebben uiteraard wel vooraf advocaten geraadpleegd en we zijn er zeker van dat het Europese Hof ons gelijk zal geven.' Wat vindt u van de boycot van die omroepen? ' Het draait natuurlijk allemaal om geld, maar je hebt hier toch te maken met mensen van de media. Ze kunnen zo mooi praten over vrijheid van meningsuiting, maar als die arme Humo met 5000 exemplaren komt, mag het niet.

Een beetje zielig.' Maar die arme Humo wil straks wel meer afzetten dan 5000 - een regelrechte bedreiging voor de omroepbladen.' Wij zitten nu in een moeilijke positie. Ik voel me geremd. Zolang het om 5000 exemplaren gaat, zullen ze ons vooral met woorden bestrijden. Maar als het om 50.000 exemplaren gaat, wordt het misschien een groot proces. Wat moet ik doen? Moet ik dat proces nu al uitlokken? Ik twijfel daarover. Maar als we Humo in Nederland klein houden - met 5000 exemplaren - zullen we nooit onze mogelijkheden hier weten.' Dus u mikt wel degelijk op een doorbraak in Nederland?' Dat zou moeten, maar het houdt me niet dag en nacht bezig.' Wat vindt u van de Nederlandse omroepbladen?' De VPRO-Gids is op haar vlak nog de beste, daar zitten frisse ideeen in. Maar de andere bladen blader ik alleen maar door. Wij zijn kwalitatief zeker beter. Maar wij kosten ook meer.' Ook Humo kreeg te maken met de veranderingen in het Belgische medialandschap door de komst van de commerciele Vlaamse zender VTM. Het kostte het blad 10.000 abonnees. Mortier constateert dat de BRT nog altijd geen adequaat antwoord heeft gevonden. ' Er is een verlamming, ze slepen de ambtenarij van zoveel jaren met zich mee. Het is chaos, een pijnlijk schouwspel. Ze zouden zich op hun sterke punten moeten concentreren, maar in plaats daarvan proberen ze op het vlak van ontspanning te concurreren.

Daarvoor zijn hun structuren te log en hebben ze te weinig geld. De VTM heeft zich het eerste jaar volledig gericht op entertainment. Ze hebben 'de Vlaamse golf' ontdekt: Vlaamse liedjes, Vlaamse kwissen. Humo is daar altijd erg tegen geweest, en ook de BRT hield zich daar verre van, maar het was een schot midden in de roos: het geld stroomt binnen. Verder kopen ze goede films en zijn ze slimmer dan de BRT bij het aankopen van series. Dit jaar is cruciaal: zullen ze er nu ook een min of meer complete zender van durven maken?' Geert van Istendael schrijft in 'Het Belgisch labyrint' dat de politiek geen vat op het BRT-nieuws heeft kunnen krijgen. Klopt dat?' De BRT staat zeker onder politieke druk, maar het voetvolk verweert zich daar fel tegen. Bij de journalisten lopen minder dan ooit mensen met een partijkaart rond. Maar het beeld verandert als je bij de mensen boven hen komt, want die danken hun carriere in de meeste gevallen aan een bepaalde politieke kleur. Humo heeft steeds die journalisten gesteund die naar een objectieve berichtgeving streefden. En we schopten tegen de mensen van de hogere echelons die dat trachten te verhinderen. Dat is dagwerk, we kunnen niet zeggen dat we gewonnen hebben.' Is het voor Humo nog steeds lastig om Belgische autoriteiten te spreken te krijgen?' Dat is aan het veranderen, omdat ze wel zien hoe groot we zijn. Er zijn alleen nog een paar nee-zeggers in CVP-kringen, verder niet. En gisteren kreeg ik nog een brief van de Vereniging van Belgische fotografen over de cover waarop ik koning Boudewijn samen met de VTM-omroepster Marlene de Wouters had gemonteerd. Razernij!

Natuurlijk op instigatie van het Hof, waar ze niet kunnen verdragen dat de koning in frivole houdingen wordt afgebeeld. Ze willen ons verbieden foto's bij te tekenen, wat een van onze vaste tactieken is.' Het is hier moeilijker voor journalisten om aan informatie te komen dan in Nederland. Ambtenaren die lekken, steken enorm hun nek uit. Men zal niet de aangetoonde wantoestand opheffen, maar met man en macht op het lek jagen.' Vier jaar geleden is een journalist van Humo bezweken onder justitiele druk en heeft zijn bronnen genoemd voor een verhaal over een milieuschandaal. Was dat niet erg onverstandig?' Ik had liever gehad dat hij de tanden op elkaar had geklemd. Dat had hij zelf ook moeten beseffen. Maar ik durf er niet over te oordelen omdat ik nooit in de gevangenis heb gezeten. Hij werd bedreigd met een lange gevangenisstraf. Het is ellendig, hij moet ingestort zijn onder de dreigementen. Volgens mij werd hij niet goed begeleid door de advocaat. Ik heb mijn collega niet op tijd kunnen bereiken om hem te zeggen dat zijn zaak er goed voor stond en dat ook de minister van justitie kritiek had uitgeoefend op het gerechtelijk apparaat.'

Ik vraag hem hoe lang hij nog hoofdredacteur wil blijven. Hij zucht. ' Ik denk wel dat ik weg moet uit Humo omdat het zo persoonlijk is geworden. Ik ben er iets te veel mee verbonden. Maar wat dan? Ik zie dat niet. Humo is het leukste blad om bij te werken, het werk zou alleen de helft minder zwaar moeten zijn, dan was het prettig.' U praat over Humo alsof het een eigen kind betreft.' Maar het is al 21 jaar, het moet onderhand op eigen benen kunnen staan, terwijl vader achterover leunt.'

    • Frits Abrahams