Internationale Filmfestspiele in West- en Oost-Berlijn; Drievan de koplopers in Oscarrace zijn Amerikaans

WEST-BERLIJN, 17 febr. - Ondanks de aanvaringen over exclusieve primeurs met het drie weken eerder afgesloten Filmfestival Rotterdam, zullen de Internationale Filmfestspiele Berlin niet snel andere data kiezen. De bekendmaking van de Oscarnominaties tijdens het festival verleent de nodige meerwaarde aan de talrijke Amerikaanse films die in Berlijn hun Europese premiere beleven. Veertig jaar geleden werd het festival opgericht als propagandistische etalage van de westerse cultuur, met zeer ruime financiele steun uit de Bondsrepubliek. Die doelstelling begint pas goed vruchten af te werpen, nu West-Berlijn geen eiland meer is en de Oostberlijners zelfs de volgende dag het hoofdprogramma in hun eigen bioscopen kunnen bekijken. Bovendien vertegenwoordigt een foto van Sally Field bovenop de half afgebroken Muur natuurlijk grote publiciteitswaarde.

Hoewel de rol van het Berlijnse festival in de loop der jaren geevolueerd was tot een neutrale ontmoetingsplaats van Oost en West, met ook aanzienlijke inbreng uit de interessante Oosteuropese filmculturen, heeft de Gouden Beer vorig jaar voor Rain Man de balans een beetje doen doorslaan naar de presentatie van Amerikaanse 'kwaliteitsfilms'. Drie van de koplopers in de Oscarrace zijn present: Driving Miss Daisy van Bruce Beresford en twee staaltjes van het nieuwe Amerikaanse patriottisme, Born on the Fourth of July en Glory. Born on the Fourth of July (acht Oscarnominaties) is de bewerking door Oliver Stone (de maker van Platoon) van een autobiografische roman van Vietnamveteraan Ron Kovic. De film speelt zich maar een kwartiertje af tijdens de Vietnamoorlog; met brede epische streken schetst Stone aan de hand van de belevenissen van Kovic (gespeeld door Tom Cruise) de Amerikaanse geschiedenis van 1956 - een jongetje kijkt trots naar de optocht op Independence Day en wil marinier worden - tot 1976: vanuit een rolstoel spreekt dezelfde hoofdpersoon de Democratische conventie toe, waar Carter gekozen zal worden, en geeft uiting aan zijn verontwaardiging over de Vietnamoorlog en over de manier waarop Amerika zijn invalide soldaten behandeld heeft. Maar de vlaggen wapperen nog steeds, en Amerika blijft het mooiste land van de wereld, waar zelfs een hippie in een rolstoel applaus mag ontvangen. Born on the Fourth of July is weer zo'n typische kwaliteitsfilm, die razend knap gemaakt is, maar weinig nieuws te vertellen heeft.

Dat verwijt geldt in mindere mate ook Glory van Edward Zwick (vijf Oscarnominaties) over een officier uit Boston (Matthew Broderick) die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog een zwarte infanteriedivisie op moet richten. Aanvankelijk worden de zwarte soldaten alleen voor representatieve doeleinden gebruikt en ver van het front gehouden. Eenmaal in actie gekomen, onderscheiden ze zich door hun dapperheid en lijden zware verliezen. Wat een prachtland, waaraan ook degenen om wie de Burgeroorlog begonnen was een bijdrage mogen leveren en waar pas honderd en twintig jaar later daar voor het eerst een film aan gewijd mag worden. Zwicks film is vrij van bombast en sentimentaliteit en geeft een tamelijk authentiek, eerlijk beeld van de problemen die de Yankees hadden met het in de praktijk brengen van hun gelijkheidsideologie. Zowel Glory als Born on the Fourth of July sluiten beter aan bij de mentaliteit van het Amerikaanse dan die van het Europese publiek.

Het omgekeerde probleem doet zich voor bij de ook in Berlijn gepresenteerde film Music Box, een Hollywoodproduktie van de Frans-Griekse regisseur Costa-Gavras. In Amerika werd de film matig ontvangen, omdat het onderwerp zo saai en onwaarschijnlijk zou zijn. In Duitsland herkent men het thema misschien weer te goed, en dat werkt ook niet onverdeeld positief. In de rest van Europa moet Music Box wel herkend kunnen worden als een meesterlijk en verontrustend portret van de liefde tussen een vader (Armin Mueller-Stahl) en een dochter (Jessica Lange), waar het verleden zijn schaduw over werpt. 'Kennen we onze ouders eigenlijk?', is de vraag die Costa-Gavras en zijn scenarioschrijver Joe Eszterhas (ook samen verantwoordelijk voor een andere film over extreem-rechts in Amerika, Betrayed) opwerpen. Advocate Lange verdedigt haar vader, een na de oorlog naar Chicago gekomen Hongaarse emigrant, wanneer deze onverwachts veertig jaar later ervan beschuldigd wordt zijn immigratiepapieren onjuist te hebben ingevuld. Tijdens het proces komen de meest wilde aanklachten over vaders nazi-verleden naar voren, die hij alle ontkent. Het kan gewoon niet waar zijn dat je eigen vader tot zulke gruwelijkheden in staat geweest is. Lange weigert de beschuldigingen te geloven, totdat uit een via Boedapest opgedoken muziekdoos ineens akelige foto's te voorschijn komen. Eenmaal geopend, richt de doos van Pandora onherstelbare schade aan, die Costa-Gavras en zijn voortreffelijke acteurs zonder sensatiezzucht met pijnlijke gedetaillerdheid weten neer te zetten.

Tijdens een van de vele aan het Berlijnse festival gewijde televisieprogramma's fulmineerde de Duitse presentator vooral tegen het slot van de film, wanneer Lange de incriminerende foto's van haar vader aan de pers doorspeelt. Volgens mij was het de enige beslissing die ze kon nemen, zonder haar gevoel voor eigenwaarde defintief te verliezen.

Dezelfde tv-journalist had het ook al zo moeilijk met de thematisch vergelijkbare Westduitse inzending, Das schreckliche Madchen van Michael Verhoeven. Op het verwijt een 'karikaturale' film gemaakt te hebben (wat het naar de vorm inderdaad is), antwoordde Verhoeven beheerst dat Das schreckliche Madchen juist heel realistisch bedoeld is (wat inhoudelijk klopt). De film behandelt in een soort aaneenschakeling van absurde revuesketches de problemen van een in de jaren vijftig geboren studente, die een opstel en later een boek schrijft over haar geboortestad (waarvoor het Beierse Passau model staat) onder het Derde Rijk. Ze stuit op minachting, tegenwerking, zoekgeraakte dossiers, fysiek geweld en ten slotte, op overdreven dweperige rehabilitatie en bewondering. Verhoeven veegt uiterst scherp de vloer aan met de hypocrisie van de Westduiste Vergangenheitsbewaltigung en had daarvoor geen betere vorm kunnen vinden dan kunstmatige hyperbolen. Per slot van rekening waren Fassbinders melodrama's over het naoorlogse Duitsland - het met een Gouden Beer bekroonde Die Sehnsucht der Veronika Voss is het meest verwante voorbeeld - ook niet realistisch, maar evenmin onwaar.

    • Hans Beerekamp