In de chaos van nu komt alles boven, inclusief het vuileschuim)

Nog zijn de nationalistische partijen in Polen splinters. Maar ze winnen terrein, en zullen dat blijven doen naarmate het streven naar Duitse eenheid concreter gestalte krijgt: het 'Duitse gevaar' wordt door veel Polen als een dreiging ervaren.

Marian Baranski is op recht verbaasd. Hij had maar drie zinnen gezegd, in Open Studio, het praatprogramma op de Poolse tv waar iedereen die de moeite neemt om langs te komen onbelemmerd zijn zegje mag doen. Drie zinnen maar, iets over de joden en iets over de Oekraiense minderheid, hij had alleen maar gezegd dat de Oekraieners een half miljoen Polen hebben vermoord. En meteen stelden 52 parlementsleden van Solidariteit een protestverklaring op.

Marian Baranski snapt dat niet. Maar hij weet wel waarom die mensen zich zo opwonden: ' Het toont hoe bang ze zijn voor mijn denkbeelden, hoe bang ze zijn dat die de natie bereiken.' Het lelijke gezicht van het Poolse nationalisme woont tien hoog in een verveloze flat in een van die eindeloze Bijlmers waar Warschau zo rijk aan is en luistert naar zijn naam: Marian Baranski. Zijn rokerige huiskamer zit vol mannen op leeftijd die zich in een halve cirkel rond de tafel scharen en de uiteenzettingen van hun leider verder met instemmend gemompel zullen begeleiden, zware Podsudski-snorren, truien, grijs geworden arbeiders, thee drinkend en zwaar rokend. Aan de muur drie kaarten van Polen: het vooroorlogse, een kleine rompstaat en een Groot-Polen. Wat is de rompstaat? Dat is, zegt Marian Baranski, het Polen dat overblijft als de Duitser het voor het zeggen krijgt.

Marian Baranski leidt de Stronnictwo Narodowe (SN), de Nationale Partij, een van de twee Nationale Partijen die Polen rijk is. Er zijn veel van dit soort partijtjes, nationalistische groepjes die worden opgericht nu alles mag, nu de communisten uit de macht zijn verdreven, nu de Polen zich eindelijk mogen organiseren. Ze noemen zich Nationale Partij, Poolse Nationale Beweging, Poolse Unie van de Poolse Gemeenschap: als het woord Pools of het woord nationaal er maar in staat.

Ik ben geen chauvinist, zegt Marian Baranski. ' Een chauvinist is iemand met een stammenmentaliteit, iemand zonder respect voor de ander. Ik ben een nationalist. Een nationalist is redelijk, hij is een actieve patriot, dus niet zo een die van nationale feestdag naar nationale feestdag hobbelt.' Baranski's SN baseert zich zoals al dit soort partijtjes op de denkbeelden van Roman Dmowski, de rechts-nationalistische vooroorlogse politicus, met Pilsudski de grootste in het Polen van het interbellum en diens belangrijkste tegenspeler. Polen, zegt Baranski, is het slagveld van vier elkaar bestrijdende beschavingen: de klassieke Latijnse, de Byzantijnse, de joodse en de 'Aziatisch-Mongools-Tataarse'. ' Ze bestrijden elkaar op leven en dood, ze strijden om de ziel en de psyche van de mens. Die theorie is reactionair genoemd. Wel, we worden door zo'n term niet afgeschrikt.'

Aangeslagen bokser

Baranski's SN maakt zich grote zorgen over zijn beschaving, de Latijnse. Die wordt bedreigd en ' wankelt als een aangeslagen bokser'.

De traditionele Poolse waarden, vindt hij, gaan teloor: het idee van de natie, maar ook het traditionele katholicisme. ' Zonder katholicisme zijn we een handvol zand. De doctrine, de moraal, dat is de Poolse levensstijl, en die wordt aangetast, het gezin loopt gevaar, het huwelijk loopt gevaar, door de echtscheidingen, abortus, pornografie, door de hedonistische levensstijl. Er is geen orthodoxie meer.' Baranski weet wel van wie de bedreiging uitgaat: van de ex-communisten en van de vrijmetselaars ' die de leiding van de vroegere oppositie overnemen'.

' Je vindt die vrijmetselaars overal, ze worden centraal gecoordineerd door een leiding die niet van Poolse afkomst is, een cosmopolitische mafia.' Maar Polen wordt toch geregeerd door Tadeusz Mazowiecki, die niet van gebrek aan vroomheid kan worden verdacht? Baranski: ' Maar zie zijn beleid. Hij probeert de monopolies te ontmantelen. Waarom? Om buitenlands kapitaal binnen te halen. Duits en joods kapitaal. En dat bedreigt onze economische en dus onze politieke soevereiniteit. Mazowiecki is ook niet tegen de Duitse eenheid. Wel, we hebben onze historische ervaringen met de Duitsers. Zolang de wereld bestaat worden een Duitser en een Pool geen broer, zeggen we hier.' Mazowiecki staat, roept Baranski, en hij laat alle voorzichtigheid varen, onder invloed van mensen als Geremek (fractieleider van Solidariteit in het parlement, red.). ' Die man is stalinist geweest, hij was tot 1968 partijsecretaris bij de universiteit en de Academie van Wetenschappen, hij heeft veel Poolse wetenschappers vernietigd. U weet toch dat hij helemaal niet Geremek heet, maar Waldstejn? Dat zijn geen Polen, dat zijn joden. Polen is nooit door Polen geregeerd. Stalin heeft Polen aan de joden gegeven. En nee hoor, de joden zijn na 1968 helemaal niet vertrokken, alleen de zichtbare joden zijn vertrokken, de verborgen joden zijn gebleven, er zijn er genoeg over om de macht in handen te houden. Dat is een wereldprobleem. Tachtig procent van de industrie is in handen van de joden, en de wetenschap, en de massamedia.'

Ik zie, zegt Baranski, geen Poolse cultuur meer, ik zie alleen nog kruimels.

Nee, Baranski wil niet zeggen hoeveel leden zijn SN heeft, dat zou de vijand maar helpen. Hij wil wel zeggen aan welke criteria zijn leden moeten voldoen: ze moeten Pool zijn, katholiek, ze moeten een 'helder verleden' hebben, ze mogen niet 'van buitenlandse afkomst' zijn, geen joden, geen Duitsers en geen vrijmetselaars. We hebben nog niet zoveel leden, zegt Marian Baranski. We hebben een achterstand, we moeten ons nog organiseren, de andere partijen hebben geld. Wij hebben - hij wijst naar een apparaat in de hoek waar een deken over ligt - een stencilmachine, maar die is altijd kapot. De grijze hoofden achter de tafel volgen zijn vinger, kijken mee, knikken: altijd kapot.

De andere nationalistische partijtjes zijn niet autentiek, zegt hij: ' Het nationalisme is als idee zo aantrekkelijk dat onze vijanden er zich toe aangetrokken voelen. Zij maken zich meester van die andere partijen. Maar alleen wij zijn de echte erfgenamen van Roman Dmowski.' En de hoofden knikken, mompelen instemmend: alleen wij, zo is het.

Oorlogsschuld

Marian Baranski wordt gezien als een extremist. Zijn partij telt vijfhonderd leden: een splinter. Andere partijen, zegt de journalist Slawek Zalewski, denken langs dezelfde lijnen, maar zijn gematigder. Ze zijn ultra-conservatief, ultra-katholiek, ze richten zich op 'de Russische natie' als bescherming tegen het vermeende Duitse gevaar. Ze gaan ervan uit dat de toevloed van buitenlands kapitaal naar Polen onnodig is, omdat Duitsland zijn oorlogsschuld aan Polen nog moet betalen - tachtig miljard dollar, naar hun mening. Ze keren zich tegen de Westerse culturele invloeden, maken zich sterk voor een krachtige staat en behandelen de minderheden als makkelijke zondebokken. Hun invloed groeit: het vertrek van de communisten uit de macht heeft een vacuum geschapen. Links is gecompromitteerd, ultra-rechtse argumenten komen goed over. Niettemin, vindt Zalewski, zullen ze nooit belangrijk worden: ' Ze zijn te extreem. De term nationalist is voor de meeste Polen niet geheel begrijpelijk.' De andere Nationale Partij wordt beschouwd als een redelijker alternatief voor Baranski. Adam Krajewski, de ideoloog, lijkt dat zowaar waar te maken. Hij heeft nog in Dmowski's Nationale Partij gezeten, hij heeft 43 jaar in Engeland gewoond en is pas naar Polen teruggegaan, een officier die kapper werd, hij weet in tegenstelling tot Baranski wat er zoal te koop is in de wereld. Zeker, de partij, zijn SN, is tegen Westerse invloeden, wat is eigenlijk de Westerse beschaving? ' Is Amerika Westerse beschaving? Is Hitler Westerse beschaving?'

Wij, zegt Krajewski, stellen de mens centraal, dat is onze ideologie. Mazowiecki heeft geen ideologie, alleen de ideologie van de winst. Wij geloven in een gezond gezinsleven, een gezond nationaal leven, de Westerse cultuur is een tv- en videocultuur. Wij leggen de nadruk op de Poolse cultuur en de Poolse tradities, van de manier waarop we naar de geschiedenis kijken tot onze culinaire specialiteiten.' De minderheden zijn geen probleem: ' Ze moeten alle mogelijkheden hebben om hun cultuur te ontwikkelen. Als wij van onze natie houden, kunnen we hun het recht van hun natie te houden niet afpakken.' Zeker, Dmowski's partij had extremistische vleugels, maar in het partijbeleid zelf was geen enkele agressie tegen de minderheden te bespeuren. Nee, we zouden ook leden uit de minderheden wel accepteren, hoe zouden we die kunnen weigeren? Adam Krajewski is het liberale gezicht van deze 'andere' SN, en bovendien de levende band met Dmowski's SN. Maar Adam Krajewski is een masker, hij is niet het echte gezicht. Wie naar Edward Mastej luistert, de officiele woordvoerder van deze 1200 leden tellende SN, krijgt een beeld dat niet afwijkt van de groezelige theorietjes van Marian Baranski en het is geen wonder dat Krajewski Mastej af en toe onderbreekt met een boos ' je praat teveel'.

Mastej is hooguit wat gepolijster, wat minder primitief in zijn woordkeus. Een jonge Baranski.

De minderheden, zegt hij, maken maar twee tot vier procent van de bevolking uit, een marginaal probleem. ' We houden ze zorgvuldig in de gaten maar gebruiken ze niet als politiek instrument. Als een jood zegt dat hij een Poolse nationalist is, accepteer ik hem als lid. Ik verlies hem natuurlijk niet uit het oog. Je kunt de partij later altijd weer schoonmaken.'

Een probleem, zegt Mastej voordat Krajewski hem kan afremmen, ' is dat sommigen binnen de minderheden de vrijmetselaarsstijl van leven vertegenwoordigen, dat overdreven humanisme.'

Het moeilijkst liggen - marginaal of niet - de Duitsers: ' Voor ons vormen zij een vijfde kolonne. De joden vertrouwen we niet, ze zijn gefascineerd door de Duitsers, ze zijn niet echt pro-Pools en ze zouden met de Duitsers kunnen samenwerken. Als die twee een gemeenschappelijk belang ontdekken kan dat heel gevaarlijk worden.' Met Baranski wil Mastej niets te maken hebben. Dat is wel eens anders geweest: er is overleg geweest over een fusie tussen de twee Nationale Partijen. Die is afgeketst toen Baranski zich terugtrok. Mastej: ' Hij zei opeens dat wij joodse agenten zijn. Ik denk dat zijn partij wordt gemanipuleerd, door ex-communisten, joden en mensen met een vrijmetselaarsopvoeding. Hij gebruikt ook Duits en joods kapitaal. We zouden best met Baranski willen samenwerken. Maar dan moet hij wel ophouden met zijn aanvallen, die tonen alleen maar aan dat hij geen katholiek is, dat is joodse ethiek.'

Betonkop

Bohdan Poreba is beroemd in Polen, in tegenstelling tot de leiders van de twee SN's. Hij is de regisseur van nationalistische, wat pathetische films over die eeuwige Poolse heroiek van officieren die met aan krankzinnigheid grenzende moed blijven doorvechten voor het voortbestaan van de Poolse natie. Hij leidt de anti-semitische organisatie Grunwald, die 'het jodendom' als nationale zondebok misbruikt: een nationalist, maar niet een als Mastej of Baranski. Poreba is communist, lid van de betonvleugel zelfs.

Het nationalisme, zegt hij, is bedorven door de marxistische fraseologie, is gelijkgesteld met chauvinisme. Jarenlang kon je hier artikelen lezen over het Franse, het Russische nationalisme, alleen een Pools nationalisme bestond niet, dat was chauvinisme. ' Het is een paradox dat juist diegenen die het Duitse gevaar hebben willen indammen door een bondgenootschap met Rusland te bepleiten, hier het hardst zijn vervolgd. En dat terwijl het nationalisme niemand bedreigt, het is Pools, het geeft de natie kracht.' Poreba werd lid van de partij in 1968, het jaar van de anti-semitische uitwassen. ' Niet om ideologische redenen, maar omdat de partij het enige platform was om denkbeelden te uiten. Ik ben lid gebleven. Ik weet dat ik als een betonkop geld, als een rode hond met een mes in zijn bek. Maar ik blijf lid. Het heeft met waardigheid te maken: ik ben geen rat die het zinkende schip verlaat.'

Ook hij uit zich bitter over mensen als Geremek: ' Ik werd lid van de partij toen er geen nagels meer werden uitgetrokken, er was geen terreur meer. Geremek stapte er in 1968 uit en was direct 'niet meer verantwoordelijk' voor de excessen uit die tijd daarvoor, terwijl ik dat wel ben, ik word verantwoordelijk gesteld voor wat hij deed.' In de gedachtenwereld van Bohdan Poreba speelt het Duitse gevaar een hoofdrol. ' Duitsland is de grootste bedreiging, Rusland onze beste bondgenoot. Daar ligt het belang van de Poolse staat. Maar het Poolse denken is een kudde-denken. We zijn gevoeliger voor stemmingen dan voor rationele argumenten. Polen is het terrein van anti-Russische hysterie, we denken niet na, we zitten in een doodlopende straat. We zijn niet de primadonna van Europa, niemand helpt ons, dat vergeten we soms.' En Grunwald? ' Ik heb Grunwald gesticht om de samenleving te beschermen. Grunwald is niet anti-semitisch. Als joden worden aangevallen, dan om wat ze hebben gedaan en niet om wat ze zijn. Ze gebruiken hun joods-zijn als een schild. Stalin heeft alle Oosteuropese landen onder leden van minderheden geplaatst, omdat die mensen minder gaven om het land dat ze regeerden. Ik ben een humanist, ik ben niet geinteresseerd in iemands afkomst. Alleen: die afkomst moet geen schild zijn voor mensen met vuile handen. Nee, het Poolse nationalisme bedreigt niemand'. Marian Baraski is Poreba 'te extreem'. ' In de chaos die we nu hebben komt alles naar boven, inclusief het vuile schuim.' Hij ziet zelf meer in Mastej's SN, die is veel redelijker. Ook hij ziet Poolse waarden bedreigd. ' We hebben Hitler gehad, toen alles wat Pools was, van Chopin tot de taal, was verboden. Daarna kwam Stalin, die ons onze geschiedenis afnam. Vervolgens kwam een periode waarin alles anti-cultuur was, anti-film, anti-literatuur, en waarin het cultiveren van patriottische tradities anti-Europees en kleingeestig werd gevonden. Europa is nu alles wat de klok slaat. We worden verdeeld in mooie Europeanen en mensen die ' de last van nationale fobieen dragen'.

Je moet modern zijn, en modern betekent wereldburger.' Men vergeet dat de last van de nationale ervaring een verrijking van Europa kan zijn. Men vergeet dat wie zijn wortels, zijn geschiedenis kent, minder fouten maakt. Een natie die haar prestaties en fouten kent kan niet worden gemanipuleerd.'