Hockey maakt ongekende emoties los in Pakistan

LAHORE, 17 febr. - De Pakistani en Indiers zijn de Maradona's en Vanenburgen onder de hockeyers. De schone kunst van het spel staat voorop en met die prettige eigenschap werden lange tijd alle hoofdprijzen in het internationale hockey gewonnen. Bij het vorige wereldkampioenschap, in 1986 in Londen, speelden Pakistan en India echter om de laatste en voorlaatste plaats. Dat werd toen door velen uit de hockeywereld als een trieste gebeurtenis gezien. Uit medelijden en eerbetoon kwam een groot aantal liefhebbers die zondagmorgen in Engeland in alle vroegte het bed uit om de sterk gedevalueerde ontmoeting tussen beide landen bij te wonen.

Nog triester eigenlijk was het feit dat de Pakistani na elke wedstrijd in Londen door grote groepen landgenoten werden beledigd met scheldwoorden en obscene gebaren. De sfeer was bedreigend en de spelers vreesden voor hun veiligheid bij de thuiskomst. Dat viel achteraf mee, omdat het volk, gesouffleerd door de kranten, de leiding en niet het hockeyelftalverantwoordelijk achtte voor de slechte prestaties bij het WK. Het is wel duidelijk dat heel Pakistan in grote woede kan uitbarsten als de hockeyers niet winnen. Zo wilde de douane van Pakistan in 1983 voorkomen dat de spelers na een teleurstellend toernooi in Hongkong allerlei spullen het landen in zouden brengen. Het liep net niet uit op een rel, omdat de ingeseinde spelers de koffers en tassen met auto-onderdelen en elektronische apparatuur gewoon op het vliegveld achterlieten en geen poging waagden om ermee door de controle te komen. Normaal wordt oogluikend toegestaan dat de hockeyers 'smokkelen'. Die ene keer had men volgens de autoriteiten dat voorrecht niet verdiend.

Fruit

In 1981 was het Nederlandse hockeyteam in Karachi betrokken bij een kleine volksopstand. Oranje versloeg voor het eerst in de geschiedenis Pakistan in eigen huis en dat zinde het volk helemaal niet. De Aziaten werden door de eigen aanhang bekogeld met stukken fruit en bij de kleedkamer werd het hoofd van de voorzitter van de Pakistaanse hockeybond geeist. Aan de andere kant konden de hockeyers uit Nederland geen kwaad doen bij de 30.000 toeschouwers en werden zij als helden bejubeld. De Pakistani koesteren hockeyvedetten, ongeacht uit welk land ze komen. Ties Kruize en Paul Litjens zijn nog steeds bekende grootheden in Pakistan. In Nederland zullen deze twee ex-spelers op straat waarschijnlijk door een enkeling worden herkend. In Pakistan zal slechts een enkeling ze niet herkennen. Er circuleert wat dat betreft een verhaal dat naarmate de jaren vorderen steeds smeuiger wordt. Het Nederlands team zou op een van de trips door Pakistan door een groep opstandelingen zijn bedreigd, maar toen Litjens naar voren stapte bogen de rebellen als knipmessen voor de 'hockeyreus' uit Utrecht en mocht de ploeg zonder problemen de reis vervolgen.

Hockeyers die goed presteren hebben veel aanzien in Pakistan. De vedetten worden in de watten gelegd en krijgen al tijdens hun loopbaan goede posities in overheidsdienst aangeboden. Zo zagen bezoekers van het lopende WK in Lahore die via Karachi het land binnen kwamen Hassan Sardar, een van de voormalige toppers uit het Pakistaanse hockey, aan het werk op het vliegveld waar hij in mooi uniform een leidinggevende functie bij de douane heeft. Diezelfde Sardar leidde ooit een opstand van spelers. De regering van Zia ul Haq had hun voor de grote toernooien van 1982, '83 en '84 riante trainingsmogelijkheden in het vooruitzicht gesteld in geval van overwinningen. De ploeg won ook inderdaad alles, maar het beloofde bleef uit.

Dat resulteerde bij een persconferentie in 1985 in Lahore in de aankondiging van acht routiniers dat zij het wat betreft hun internationale carriere voor gezien hielden. De toenmalige teammanager Atif, een van de driehockeyers in de wereld die vier Olympische Spelen meemaakte, steunde zijn spelers niet en zag hun actie juist als een belediging. Dat zorgde voor de definitieve breuk met de genoemde hockeyers, die later alsnog hun premies kregen, te weten promotie op hun werk, de medaille van sport (goed voor 50.000 rupies, ongeveer 5.000 gulden) en een stuk grond in de hoofdstad Islamabad ter waarde van 100.000 gulden. Volgens vele insiders is het vertrek van de groep routiniers de grootste oorzaak geweest van de terugval van het Pakistaanse hockey sinds 1985. 'Als die spelers een voor een waren gestopt was dat geen probleem geweest. Nu moesten we met bijna de hele juniorenploeg naar het WK', zegt Islahuddin Siddiqui, de huidige manager van Pakistan. Hij noemt ook het gebrek aan kunstgrasvelden in zijn land als groot nadeel ten opzichte van de concurrentie. Pakistan heeft momenteel zes van die matten, Nederland bij voorbeeld bijna driehonderd. 'Bij ons zien de meeste talentvolle hockeyers uit de binnenlanden pas voor het eerst kunstgras als ze een jaar of zestien zijn'.

Geliefd

Islahuddin is de zoveelste ex-vedette die werd gevraagd om het nationale hockeyteam te leiden. Hij is een grote naam in Pakistan. Hij won als speler twee wereldtitels en een zilveren WK-medaille. 'Ik ben hier zeer geliefd', zegt Islahuddin wijzend op het stadion van Lahore. Het tribunedeel met het nummer negen is naar hem genoemd, zoals de andere vakken ook de naam van vroegere hockeysterren dragen.

Manager Islahuddin heeft in zijn functie vele voor- en tegenstanders. Dat is gebruikelijk in het Pakistaanse hockey. Als de een aan de macht is zagen anderen aan de poten van zijn stoel. De politiek speelt in dit land een grote rol bij het hockey. Na het debacle van het WK '86 werd er door de regering zelfs een grootscheeps onderzoek naar de oorzaken van het slechte spel ingesteld. En de minister van sport had hoogst persoonlijk zijn invloed laten gelden om Hassan Sardar voor dat toernooi terug te krijgen in de selectie.

Zia ul Haq besloot tijdens zijn bewind dat de directeur van de nationale luchtvaartmaatschappij PIA, de grote sponsor van het hockey, tevens de voorzitter van de hockeybond moest zijn. Dat is geen gelukkige beslissing geweest. Sinds het vertrek van Malik nur Khan, de peetvader van het Pakistaanse hockey en in de beginjaren zeventig grondlegger van het wereldkampioenschap, zijn er al drie verschillende leiders van de Pakistan Hockey Federation (PHF) geweest. Zij stamden allen niet uit het hockey. De huidige voorzitter, luchtmachtofficier Farooq Khan, is sinds 6 januaria in functie. Zijn staat van dienst vermeld dat hij met gevechtsvliegtuigen van Chinese, Britse en Franse makelij heeft gevlogen. Van enige hockeyhistorie is echter geen sprake, of het moest zijn dat hij de zoon is van de legendarische speler Feroze Khan, Olympisch deelnemer in '36. In Pakistan wacht men nu gespannen af of Farooq Khan manager Islahuddin lang zal aanhouden. Meestal kiest een nieuwe voorzitter een eigen beschermeling. De tegenstanders van Islahuddin noemen hem zwak. Voorlopig is er echter weinig op de oude aanvaller aan te merken. Pakistan is bij het WK in Lahore na drie wedstrijden nog ongeslagen. Vooral tijdens de wedstrijd tegen Spanje die met 6-3 werd gewonnen was er weer sprake van een klein volksfeest op de tribunes. De moeilijkste wedstrijden moeten echter nog komen. Het is afwachten of het nationale team ondanks de vele intriges en de grote desorganisatie de absolute top weer kan bereiken.

Spelsysteem

Het resultaat van Pakistan bij dit WK in eigen land is uitermate belangrijk voor de populariteit van deze sport. Sinds '86 zochten vele Pakistani hun helden in andere takken van sport, zoals cricket en squash, of keerden de sport in zijn totaliteit de rug toe. Toch is hockey volgens Islahuddin nog steeds de nationale sport. Ook deze manager is nog niet afgestapt van het stokoude spelsysteem, 2-3-5. Die tactiek heeft het hockey van Pakistan altijd aanvallend en aantrekkelijk gemaakt, maar het zorgde er tevens voor dat de ploeg in de verdediging zeer kwetsbaar was en is. Wedstrijden waarin Pakistan speelt eindigen ook vrijwel nooit in 0-0, 1-0 of 1-1. Islahuddin vindt het 2-3-5-systeem 'typisch voor het Aziatische hockey'. 'Maar', legt hij uit, 'dat we op papier vijf aanvallers opstellen wil niet zeggen dat ze ook de hele wedstrijd voorin blijven staan. Ze moeten heen en weer rennen. Dat is het verschil met vroeger'. Pakistan heeft zich goed en op moderne wijze op het WK voorbereid. En volop aan kracht- en looptraining gedaan. Ook aan de strafcorner, al jaren het zorgenkind van de Pakistani, is veel aandacht besteed. 'Alleen God kan ons nu belonen voor het harde trainen', zegt Manzoor Hassan, de hoofdcoach. Dat het ondanks goede resultaten toch tot incidenten met opgewonden supporters kan komen, bleek donderdag tijdens de training van de Pakistani. Als een toeschouwer aan de zijlijn zo maar een ongepaste opmerking maakt, wordt hij door een speler vol met een stick in het gezicht geslagen en verlaat hij met een bloedende hoofdwond het complex. Het verduidelijkt weer eens dat het Pakistaanse hockey vol emoties zit en af en toe in staat van chaos verkeert.