Bernard Kouchner, Frans staatssecretaris van humanitaire actie; 'Helemaal voor gek zit ik hier niet'

Officieel is hij staatssecretaris van humanitaire actie in het Franse kabinet van de socialistische premier Michel Rocard, maar Bernard Kouchner laat zich liever met 'ministre' aanspreken. Na zijn medicijnenstudie bezocht Kouchner (50) in 1968 met het Rode Kruis Biafra. Geschokt door de wreedheden die hij daar aanschouwde, besloot hij zich te wijden aan het helpen van de medemens. In 1971 richtte hij 'Artsen zonder grenzen' (Medicins sans frontieres) op, een organisatie die bij rampen snel reageert door medische teams uit te zenden. Artsen zonder grenzen maakt bij de hulpverlening geen verschil tussen slachtoffers van aardbevingen of die van politieke conflicten.

Voor Kouchner is humanitaire hulp altijd een politieke kwestie geweest, maar geen zaak van partijpolitiek. Toen hij in 1979 de 'rechtse' Vietnamezen, die op bootjes hun land ontvluchtten, te hulp wilde komen, ontstond er in zijn organisatie opstand. De linkse Franse intellectuelen hadden jarenlang actie gevoerd tegen de Amerikaanse interventie in Vietnam en hulp aan de vluchtende Vietnamese collaborateurs werd gezien als verraad aan het verleden. Kouchner werd weinig elegant opzij gezet als voorzitter van Artsen zonder grenzen door Claude Malhuret, die overigens enkele jaren jaar later zijn eigen linkse verleden niet zo nauw meer nam en dankbaar een staatssecretariaat voor mensenrechten accepteerde in het centrum-rechtse kabinet van Jacques Chirac.

Kouchner wist echter beter dan zijn tegenstanders de media te bespelen. De 'linkse' Jean-Paul Sartre en de 'rechtse' Raymond Aron liet hij voor de televisie discussieren over zijn 'boot voor Vietnam' en het Franse volk was bewogen. Kouchner kreeg zijn schip en stichtte op de golf van enthousiasme meteen de concurrerende organisatie 'Artsen van de wereld' (Medicins du monde), die hij tot aan zijn toetreden in de regering leidde.

Nog steeds schuwt Kouchner het denken in termen van links en rechts. In 1988 voerde hij als bekende persoonlijkheid en niet als lid van een politieke partij campagne voor een nieuw presidentschap van Francois Mitterrand, die hem beloonde met een staatssecretariaat. In hetzelfde jaar probeerde hij ook een kamerzetel te bemachtigen, wederom als onafhankelijke kandidaat, maar op verzoek van Michel Rocard trok hij zich in de tweede ronde terug ten gunste van de communistische kandidaat. De socialisten in Frankrijk regeren met een minderheid en ze hebben de steun van de communisten in het parlement hard nodig. Kouchners commentaar op deze interventie: ' Het was pijnlijk plaats te maken voor een communist, die voor de interventie in Afghanistan was, terwijl Medicins du monde haar had afgekeurd. Ook de bootvluchtelingen had hij laten vallen. Maar ik moest de directieven van de premier gehoorzamen'. Sinds Kouchner, die op 1 november 1939 in Avignon werd geboren als zoon van een joodse vader en een niet-joodse moeder, deel uitmaakt van de regering Rocard heeft hij nog niet veel zittingen van de ministerraad meegemaakt: ' Alleen als ze me uitnodigen'.

De staatssecretaris voor humanitaire actie is liever op reis, met publicitair goed begeleide missies naar landen als Libanon en Roemenie.

Nergens in de wereld bestaat een staatssecretaris of een minister voor humanitaire actie. Waarom wel in Frankrijk?' Dat is niet zo vreemd. Wij lopen voor. De humanitaire actie zal steeds belangrijker worden. Humanitaire actie is niet simpelweg graan sturen en absoluut geen liefdadigheid. Het is een manier om nieuwe banden te leggen tussen mensen, een reanimatie van de zieltogende politiek. We kunnen het bedrijven van politiek niet overlaten aan de technocraten, we hebben deze nieuwe moraal van de actie nodig. De humanitaire actie kent de ellende van deze wereld, politici hebben daar geen weet van.' Waarom bent u toegetreden tot dit kabinet? Is dat om de humanitaire actie efficienter te maken of om de politiek moreler te maken?'

De politiek heeft een vernieuwing nodig. In Frankrijk horen we uitsluitend woorden, een soort bijbelteksten en beleven we partijruzies, maar over de werkelijke gebeurtenissen, zoals nu in de communistische wereld, spreken de partijpolitici weinig.' Wat kunt u bijdragen aan de liberalisering in het Oosten nu de Berlijnse Muur gevallen is?' Een van de eerste maatregelen die de Poolse vakbond Solidariteit nam was het oprichten van een afdeling van Medicins du monde. In maart organiseren ze een congres over humanitaire actie en mensenrechten. Daar kan ik natuurlijk aan meehelpen. Ik zou graag zien dat er in alle Oosteuropese landen uit het maatschappelijk leven zelf organisaties voor mensenrechten ontstaan.' De ideologieen zijn weggevallen, dus ook de vaste schema's. Je kunt niet meer spreken van a priori goed en slecht. De wereld wordt daardoor natuurlijk ingewikkelder. Het zal zich vertalen in nationalisme, xenofobie, racisme en, erger dan voorheen, een opleving van het anti-semitisme. Voor ons is de Europese geschiedenis van de 21ste eeuw begonnen. Het begin van een politiek waarin geen zekerheden bestaan.' Maar was u als Kouchner van Medicins sans frontieres niet effectiever dan als minister Kouchner?' Ik ben nu minder effectief, dat is duidelijk. In het ondernemen van acties word ik gehinderd door andere ministeries. Bovendien heb ik nu minder geld dan bij Medicins sans frontieres of Medicins du monde. Tja, een organisatie die rijk, levendig en warmbloedig is, dat is makkelijker. Maar wat ik met Medicins sans frontieres niet kon bereiken was een resolutie in de Verenigde Naties, zoals over het recht op assistentie van slachtoffers van rampen.' Maar in de VN worden zoveel resoluties aangenomen.' Niet zo een. Het recht op assistentie is werkelijk belangrijk. Maar het is zeker dat Medicins sans frontieres of Medicins du monde op het gebied van de promotie van ideeen veel meer effect hebben.'

Op luide toon: ' Ideeen, daar gaat het om. De politiek is arm aan ideeen. Maar ik heb als minister een macht die ik bijvoorbeeld als directeur van het Rode Kruis van Frankrijk niet zou hebben. Voorheen werkten de hulporganisaties meestal langs elkaar heen, er was veel nijd, ik kan hen als minister tot samenwerking brengen.' Denkt u dat de geschiedenis van Frankrijk, met godsdienstoorlogen, revolutie, anti-semitisme, Vichy, Le Pen, haar in staat stelt op humanitair gebied geloofwaardig te zijn?' Holland was ook niet slecht in godsdienstoorlogen.' Maar wij hebben dan ook geen minister van humanitaire actie.' De geschiedenis van Frankrijk is complex, dat is waar. Het is een groot land, dus vol oorlogen, conflicten, er zijn veel doden gevallen. Er heerst nog altijd een zekere xenofobie, maar tegelijkertijd is hier ook de ideologie rond de rechten van de mens geboren. Frankrijk vertegenwoordigt in de wereld - of dat nu terecht is of ten onrechte - de mensenrechten. Maar Frankrijk is inderdaad een tweeslachtig land is, we zijn nu genereus voor de Roemenen, maar de Roemenen die hier al jarenlang leven hebben we links laten liggen. We zijn soms gastvrij, soms leeft er een onaangename reactie van vreemdelingenhaat, maar niet verschrikkelijk vergeleken met die in andere landen. Generositeit is ook een Frans verschijnsel, de French doctors zijn hier uitgevonden'.

Een lange zucht: ' Deze ambivalentie vormt tegelijk de rijkdom van dit ministerie.' Maar waarom dit ministerie?' Ik denk dat ik in deze regering zinvolle voorstellen kan doen. Ik heb voldoende pretenties om misschien mijn collega's van defensie, buitenlandse zaken, binnenlandse zaken en volksgezondheid te kunnen beinvloeden, zodat zij ook eens aan anderen gaan denken.

Dat zou dan een kleine bijdrage vanuit de realiteit zijn. En zodra het humanitair handelen automatisch gebeurt, dan moet dit ministerie maar weer verdwijnen.' Zijn ze cooperatief, uw collega's?' Soisson van werkgelegenheid is geen probleem, maar met de anderen gaat het niet altijd gemakkelijk. Altijd oorlog. Maar enfin, ik heb nu doorgedrukt dat in 30 a 40 ambassades een 'humanitaire attache' aangesteld wordt. Hij krijgt als taak het circuit van hulporganisaties in een land te kennen, steun te coordineren, alles efficienter te laten verlopen. Soms zadelen we door onze hulp een land met een tweede catastrofe op. Ik kom net uit Tunesie, waar we geholpen hebben bij overstromingen. We hadden honderden rollen plastic bij ons, allemaal voor niks, want het regende niet meer. Als we een attache hadden gehad, zouden we bijtijds op de hoogte zijn geweest. ' Maar zoiets kan een ambassade toch ook melden? Kouchner richt zijn ogen en handen ten hemel en zegt, zijn woorden lang rekkend: ' Ach, ach, de ambassade.' ' Het hervormen van een ambassade door het aanstellen van een humanitaire attache is op zich al een revolutie. Ambasade-mensen komen het gebouw niet uit, ze zullen nooit het land in gaan. Nooit, nooit.' Maar krijgt u deze attache's onder uw bevel?' Nee, ze blijven vallen onder het ministerie van buitenlandse zaken, maar ik verzamel hen hier voor een 8-daagse conferentie over de epidemologie van de catastrofe. Verder zullen ze als gesprekspartner fungeren voor niet-gouvernementele organisaties. Ze kunnen visa verzorgen voor hulpverleners, met de douane praten voor het binnenlaten van hulpgoederen. Als dit goed loopt heb ik toch een kleine innovatie kunnen aanbrengen. Door dit soort zaken veranderen die solide, traditionele ministeries van kleur. Stukje bij beetje. Luister, mijn budget bedraagt 10 miljoen gulden, raad eens hoeveel ik uitgegeven heb? 100 miljoen gulden. Ah, dat ziet er beter uit. Andere ministers betalen dat, ik heb het niet gestolen, ik heb hen overtuigd. Helemaal voor gek zit ik hier niet.' Bent u een homo politicus of een homo moralis?' Ik begon 20 jaar geleden over de rechten van de mens te spreken. Het woord werd toen door niemand uitgesproken. Nooit. Nu heeft iedereen er de mond vol van. Sinds Biafra spreek ik over het recht van inmenging. Ik heb het voorgesteld voor Cambodja.

Mijn collega Roland Dumas heeft het aanbevolen voor Roemenie, al was dat misschien niet het goede moment. Hij was geschokt door al die verhalen en de sfeer was wat opgefokt. Maar waarom niet? Als mensen willen vechten tegen de dictatuur is dat hun zaak, daar ben ik voor. In Spanje deed de internationale brigade toch niet anders. De wijze waarop de Rode Khmer via vluchtelingenkampen terug kan vechten is een schande. Het is een absolute plicht hen van Phnom Penh en de macht weg te houden. Dat is een internationale plicht. Maar vechten tegen de Rode Khmer is een persoonlijke beslissing, inmenging van legers is ontoelaatbaar.' Ik doe aan politiek, en ik geloof dat politieke partijen niet veel aan politiek doen, die proberen zichzelf in stand te houden.' Ik lees vaak dat u trots bent lid van deze regering te zijn. Bent u ook trots op de tekenen van de macht, op het protocol? Ik denk aan de botsing met de Nederlandse ambassadeur in Boekarest onlangs. U wilde toen in de televisiestudio absoluut als eerste spreken, voor hem. ' Ik geloof dat het legitiem is dat een minister eerder spreekt dan een ambassadeur. Dat is protocolair. Zeker een minister die komt uit een land dat net het voorzitterschap van de EG heeft. Ik ken overigens deze ambassadeur goed, ik weet dat hij werkelijk op straat te vinden was, de oppositie kende. Hij werkte in uitzonderlijke omstandigheden voortreffelijk en hij heeft me veel geleerd. Dat kan ik niet van veel ambassadeurs zeggen. We zaten in de studio allebei om een tafel, naast elkaar. Maar als u mij permitteert, ik ben minister, hij is ambassadeur en het was aan mij om als eerste te spreken'. Een raad op mijn ambassade in Parijs heeft me uitgelegd dat een ambassadeur, als zijnde een vertegenwoordiger van het staatshoofd hoger is dan een staatssecretaris of een minister, die gezonden is door een regeringsleider.' Nee, een ambassadeur staat ter beschikking van een minister'.

Nogal aangebrand: ' Maar iemand moest toch als eerste spreken en dat was ik. Hein!' Wat belangrijk is dat er slechts twee landen in Roemenie aanwezig waren, Nederland en Frankrijk. Heeft u goed gehoord wat ik zei? Nederland en Frankrijk en ik zei niet Frankrijk en Nederland. Een vraag aan u: waarom heeft uw regering geen minister naar Roemenie gestuurd?' Omdat we een goede ambassadeur hebben.' Juist, maar ik had ook 51 artsen, 2 mobiele ziekenhuizen en 500 bedden bij me. Daar hebben we een minister voor en daar praten we nu over. Allez, we gaan verder. Volgende vraag. Een, twee, drie.'

    • Peter van Dijk