Akkoord over hulp per sector aan Suriname

PARAMARIBO, 17 febr. - Nederland zal Suriname 220 miljoen gulden ter beschikking stellen voor hulp aan specifieke projecten en sectoren van de Surinaamse economie. Dit in afwachting van de formulering van een langere-termijnbeleid voor ontwikkelingshulp aan Suriname.

Dat blijkt uit een gisteren in Paramaribo uitgegeven persverklaring na Nederlands-Surinaams ambtelijk overleg. De zogenoemde 'sectorale' aanpak van de Nederlandse hulp aan Suriname betekent het einde van de tot nu toe verleende 'overbruggingshulp'. Met de overeenkomst is de uitvoering van het verdrag tussen Suriname en Nederland weer op gang gekomen. Eind januari kondigde minister Pronk al aan dat de Surinaamse regering niet meer de verplichting had om eerst met een alomvattend ontwikkelingsplan te komen voordat de Nederlandse gelden beschikbaar werden gesteld, zoals de Tweede Kamer eiste.

Pronk vond dat goede sectorplannen voldoende waren. Daarover is nu een akkoord bereikt. Tijdens de begrotingsbehandeling van ontwikkelingssamenwerking in de Tweede Kamer hebben PvdA en CDA zich niet helemaal van harte neergelegd bij de koerswijziging van Pronk. De VVD is nog steeds tegen.

Van het geld is 135 miljoen gulden bestemd voor het Surinaamse onderwijs. Nadere plannen zullen nog worden geformuleerd op het gebied van de rijstsector, de industrie, volksgezondheid, volkswoningbouw, en de bouw in het algemeen. Afgesproken is bijzondere aandacht te besteden aan de versnelde ontwikkeling van het binnenland van Suriname. De Surinaamse delegatie kwam tijdens het overleg op de proppen met een concept-nota voor het binnenland, waarin wordt voorzien in noodhulp, hervestiging van vluchtelingen, herstel en verdere ontwikkeling. Voor de Surinaamse binnenlanden was eerder al 25 miljoen gulden gereserveerd. Nederland heeft zich nu in pricipe bereid verklaard dit bedrag te verhogen zonder dat een maximum is genoemd.

Andere projekten waarvoor geld is gereserveerd zijn onder andere: training van vliegers en cabinepersoneel van de Surinaamse luchtvaartmaatschappij (SLM) (twee miljoen), zeven miljoen voor ontwikkelingsprojekten, 49 miljoen voor een uitbreiding van de produktie bij Staatsolie en voor medicamenten zeven miljoen gulden. Overigens moeten de meeste 'beleidskaders' waarbinnen Nederland bereid is de hulp te verstrekken, nog nader worden vastgesteld.

De investeringen voor de particuliere sector zullen lopen via de Nationale Ontwikkelingsbank en de Landbouwbank van Suriname. Tot nu toe was Suriname verplicht hulpgelden te besteden via het Rijks Inkoop Bureau in Nederland. Deze verplichting werd in Suriname als bevoogdend ervaren en stuitte de laatste jaren op groot verzet.

Na het ambtelijk overleg van afgelopen week volgt nog dit jaar overleg op ministerieel niveau tussen Nederland en Suriname.