Wetenschappers doen suggesties om gebruik van chemicalien te verminderen; Heffing als medicijn tegen pesticiden

AMSTERDAM, 16 febr. - Aan de terminologie is doorgaans al te horen aan welke kant iemand staat. Boeren van de 'klassieke school' en hun organisaties, alsook de leveranciers van het bewuste artikel, spreken bij voorkeur van gewasbeschermingsmiddelen; anderen hebben het over bestrijdingsmiddelen, al dan niet met het adjectief 'chemisch' of 'giftig', of nog onheilspellender: pesticiden. Maar hoe ze ook mogen heten, niemand kan ontkennen dat ze schadelijk uitwerken op het milieu en wellicht ook de mens. Aan sombere geluiden hierover mankeert het vooral de laatste maanden niet. Juist nu komt de schaduwkant van chemische gewasbescherming weer nadrukkelijk in beeld.

In Aalsmeer, centrum van de bloementeelt, is een rechtstreeks verband gelegd tussen onder meer het gebruik van de gifspuit en een verhoogde sterfte aan leukemie (bloedkanker). Het Hoogheemraadschap van Rijnland kwam onlangs met alarmerende berichten over hoge tot zeer hoge concentraties bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. Zelfs het allang verboden DDT werd gevonden. De bollenstreek blijkt doordrenkt met grondontsmetters en de drinkwaterwereld klaagt steen en been dat deze en andere middelen haar bronnen in de bodem bederven. Gisteren kwamen de pesticiden uitvoerig ter sprake op een forumbijeenkomst met vertegenwoordigers van diverse partijen (onder andere de milieubeweging, het Landbouwschap en de industrie) op de Vrije Universiteit in Amsterdam. Geen toevallige lokatie. De Wetenschapswinkel van de VU heeft onderzocht met welke beleidsinstrumenten het gebruik van chemicalien in land- en tuinbouw kan worden teruggedrongen en de uitkomsten daarvan neergelegd in een rapport onder de titel 'Prikkel of pressie?'. Hierin wordt een systeem van heffingen aanbevolen om land- en tuinbouwers tot matiging te bewegen. Nieuw is het idee van heffingen niet.

Het is zelfs opgenomen in het vorig jaar verschenen Nationaal Milieubeleidsplan, maar zonder dat er gevolg aan werd gegeven. Dat doen de onderzoekers van de Wetenschapswinkel - Hans Hegeman en Anita Vos - wel. Heffingen kunnen volgens hen jaarlijks zo'n 55 miljoen gulden opbrengen, te besteden aan maatregelen om het agrarische gebruik van chemicalien aan banden te leggen. Een heffing van een rijksdaalder per kilo actieve stof (dus het werkzame bestanddeel in een bestrijdingsmiddel) kan jaarlijks al vijftig miljoen opleveren. De rest zou beschikbaar moeten komen door fabrikanten jaarlijks fl.2.500 per toegelaten middel (in totaal ongeveer 2.000) te laten neertellen. Zoals te verwachten viel waren de meningen hierover op het Amsterdamse symposium sterk verdeeld. Dat de milieubeweging het voorstel zou omarmen lag voor de hand. Van die kant (de Vereniging Milieudefensie, De Kleine Aarde, de Stichting Mondiaal Alternatief en de Stichting Natuurverrijking) was ook opdracht tot de rapportage gegeven. Dat de betrokken industrie, verenigd in de Nefyto, zich tegen het plan zou verzetten, hoeft evenmin te verbazen. Haar woordvoerder, B. L. Hoppenbrouwer, bestreed dat de gemiddelde boer en tuinder een bruikbaar alternatief voor de toepassing van chemische middelen ter beschikking staat. CBS- cijfers vertelden hem dat de biologisch-dynamische en ecologische teelt, die gifspuit en kunstmest hebben afgezworen, nog maar een paar promille van het totale Nederlandse landbouwareaal beslaan. Vandaar zijn stelling: 'Als desondanks een heffing wordt ingesteld, is geen sprake van een prikkel, maar uitsluitend van een ordinaire belastingmaatregel'.

Het Centrum Landbouw en Milieu (CLM), gevestigd in Utrecht, probeert een brug te slaan tussen agrarisch en milieubeschermend Nederland. Die bemiddelende rol viel ook gisteren op, toen CLM-man R. Marcelis voorzichtig instemde met een systeem van heffingen: 'Zij zijn allereerst een financieringsbron, maar kunnen aan veel boeren een (lichte) extra stimulans leveren om zuiniger met bestrijdingsmiddelen om te springen'.

Maar hij stelde wel een paar voorwaarden, onder andere dat de opbrengst hoe dan ook terugvloeit naar de landbouw en wordt gebruikt voor stimuleringsbeleid, waaronder milieu-investeringen. Hoppenbrouwer van de industrie betwist intussen ook het gerapporteerde cijfer omtrent de hoeveelheid gif die jaarlijks over de akkers en in de kassen wordt weggespoten. De Wetenschapswinkel spreekt van 22 miljoen kilo actieve stof, waarvan de helft onder de noemer grondontsmetters valt, voornamelijk toegepast in de aardappel-, bieten- en bollenteelt. Volgens Hoppenbrouwer ligt het totaal aan bestrijdingsmiddelen in land- en tuinbouw iets boven de 18 miljoen kilo. Geen opzienbarend verschil; wat op het ogenblik ten koste van natuur en milieu wordt verspoten, is in elk geval te veel, zoals ook door politiek Den Haag wordt erkend. Dat blijkt niet alleen uit het Nationaal Milieubeleidsplan (sec of plus), maar ook uit de Structuurnota Landbouw. Daarin staat dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen de komende tien jaar moet worden gehalveerd ten opzichte van 1985. Hoe dat precies moet gebeuren, komt in het Meerjarenplan Gewasbescherming te staan, dat naar verwachting over enkele maanden zal verschijnen. Milieubeweging en Wetenschapswinkel hebben hierop vooruit willen lopen. Niet voor niets is het rapport 'Prikkel of pressie?' kort geleden aan de ministers Braks (landbouw, natuurbeheer en visserij) en Alders (milieubeheer) aangeboden.