Werkloosheid stijgt, Solidariteit groeit

WARSCHAU, 16 febr. - Bij de auto-industrie FSO in Warschau is het volgens een directeur 'een rotzooi' en daarom wil hij geen gesprek over de toekomst. In de sterk verouderde fabrieken van de staatsonderneming waar auto's met een technologie van tientallen jaren geleden worden gemaakt hebben vakbondsvertegenwoordigers er geen idee van wat die toekomst gaat brengen. Alleen dat ontslagen onvermijdelijk zullen zijn nu niet meer op regeringssubsidies kan worden gerekend staat vast. Investeringen in de autofabriek zijn lange tijd tot een minimum beperkt.

De arbeidsproduktiviteit is zeer laag. Volgens Jerzy Wozniak, de voorzitter van de vakbond Solidariteit in de FSO- fabriek, is de effectieve werktijd van de meeste van de 24.000 arbeiders niet meer dan tussen de 2 en 6 uur per dag. De rest van de tijd besteden ze aan boodschappen doen - wat een tijdrovende zaak is in Polen. Verwacht wordt dat de omschakeling van de centraal geleide planeconomie in de richting van een markteconomie dit jaar zal leiden tot een faillissement van 40 procent van de Poolse staatsbedrijven.

Ze werken te inefficient om zonder overheidssteun de concurrentie aan te kunnen. Roman Jastrzebski, vice-voorzitter van de zeer machtige ondernemingsraad van FSO, schat dat reorganisatie van de auto-industrie in eerste instantie zeker 200 banen gaat kosten. Vaststaat dat allereerst de logge administratie van het bedrijf met tegen de duizend man zal worden uitgedund. Maar het is voorlopig allemaal gissen omdat de directie een concreet plan over de toekomst van de fabrieken nog niet gereed heeft.

Jastrzebski wacht er met ongeduld op. Is dat plan niet tot tevredenheid van de ondernemingsraad, dan kan de directie naar huis worden gestuurd. Een nieuwe directie kan dan een nieuw plan maken, waaruit volgens Jastrzebski vooral een beleid duidelijk zal moeten worden dat er op is gericht de onderneming winstgevend te maken.

De klacht van sommige directies van staatsbedrijven dat modern management niet mogelijk is in een industrie waar ondernemingsraden zeer machtig zijn, schuift hij als onzin aan de kant. 'Sommige mensen beweren dat ze moderne managers zijn. Maar wie in een socialistische economie is opgegroeid kan nooit een moderne manager worden.

Directeuren die over ondernemingsraden klagen hebben meestal hun wortels in een communistisch verleden.'

De doelstelling van de ondernemingsraad vat hij zo samen: 'We moeten FSO zo snel mogelijk ontwikkelen van een onderneming die veel mensen weinig betaalt voor weinig werk tot een industrie die goed werk heeft, genoeg mensen en voldoende betaling. Als alleen de macht van de ondernemingsraad een belemmering is om dat te bereiken zijn wij zelfs bereid om onszelf op te heffen.'

Het is nog volkomen onduidelijk hoe FSO geprivatiseerd gaat worden.

Het staat ook nog niet vast of het bedrijf wel een auto-industrie blijft, of geheel andere produkten gaat maken. Of dat het eventueel in verschillende ondernemingen wordt opgesplitst. Als auto-industrie zou de zeer verouderde onderneming vanaf punt nul moeten beginnen. Zowel geld als kennis om een nieuwe autoproduktie op te zetten ontbreekt. Daarom zijn al besprekingen gevoerd - onder andere met Volkswagen en het Japanse Daihatsu - om te kijken of een joint venture mogelijk is. Voorlopig hebben zulke gesprekken nog nergens toe geleid.

Jerzy Wozniak vindt zijn positie in de leiding van de vakbond Solidariteit binnen FSO knap lastig. Aan de ene kant is hij voorstander van de door Solidariteitsleden van de regering op gang gebrachte economische veranderingen. Maar aan de andere kant is zijn taak de belangen van de FSO-arbeiders te verdedigen. Die verarmen snel nu de prijzen omhooggevlogen zijn en hun inkomens bevroren. Ze zien ook de dreiging van werkloosheid, waarbij ze volgens een net tot stand gekomen regeling al snel met een uitkering zitten die 50 procent van het gemiddelde inkomen bedraagt. Dat betekent een armoebestaan van zo'n 250.000 zloty (50 gulden) per maand. Volgens Wozniak moeten een teruglopende inflatie, ruimte voor loonsverhogingen en zo goed mogelijke afvloeiingsregelingen de arbeiders snel weer perspectief bieden. Anders beschouwt hij het als onvermijdelijk dat de beweging Solidariteit zich splitst in een politieke groepering en een vakbond. 'Mijn taak is om te vechten voor de rechten van de arbeiders. Dat kan ik niet als ik koste wat kost een restrictief regeringsbeleid moet verdedigen.'

Onrust onder de FSO-arbeiders is er overigens niet. Ze lijken de huidige moeilijke tijd net als de meeste Polen als iets onvermijdelijks te zien, waarna hopelijk iets beters komt.

Want kritiek op de verandering van de economische structuren heeft vrijwel niemand in Polen. Zelfs Alfred Miodowicz niet, de voorzitter van de communistische vakbondcentrale OPZZ en tot op het ogenblik van opheffing vorige maand lid van het politburo van de Communistische Partij. Hij zegt zelfs altijd al voorstander te zijn geweest van een vrije markteconomie. Maar deze voorzitter van de Poolse vereniging voor jachtbezitters beschuldigt de regering ervan een negentiende- eeuws kapitalisme te introduceren.

Met een daling van de koopkracht in een maand van 40 procent, voorspellingen over een leger van tussen de 400.000 en een miljoen werklozen dit jaar, voorspelt hij dat de door OPZZ geleide protesten een succes zullen gaan worden, later dit jaar. Stakingen, demonstraties ('die ons uit de hand kunnen lopen'), alles ziet hij voor zich als de regering doorgaat de overheidssector in te krimpen en geen nieuwe arbeidsplaatsen schept.

'Polen lijkt nu op een zinkend schip, waarbij de kapitein de order heeft gegeven dat iedereen zichzelf moet redden', zegt hij. Maar tot nu toe hebben de arbeiders die bij de sanering en privatisering van de fabrieken hun banen dreigen te verliezen nog geen steun bij OPZZ gezocht. Hoe moeilijk Polen de gevolgen van het economische beleid van de regering ook vinden, alles wat met het communisme te maken heeft maakt geen kans om een alternatief te zijn.

Jan Grzelak, OPZZ-vakbondsman bij de staatsfabriek van tractoren Ursus, stelt ook wat somber vast dat hij ondanks inkrimping van het aantal arbeidsplaatsen geen leden wint. Solidariteit is bij Ursus ook in deze tijd van grote veranderingen de machtigste vakbond. Overigens is Ursus een staatsbedrijf dat volgens directeur Stanislaw Barczewski wel duidelijke perspectieven heeft. Met ruim 20.000 werknemers worden 50.000 tractoren per jaar geproduceerd. De meeste van die tractoren zijn een model van de Amerikaanse industrie Massey Ferguson en worden in licentie gemaakt. Vorig jaar werd een winst behaald van 90 biljoen zloty, dat is 12 procent van de omzet. Om de resultaten te verbeteren ('30 procent van de omzet zou goed zijn') is men aan de uitvoering van een omvangrijk saneringsplan begonnen.

De administratie wordt met 500 personen ingekrompen, afdracht van winst aan de staat is gestopt, overal waar mogelijk wordt bezuinigd, plannen voor het onafhankelijk maken van onderdelen van het bedrijf zijn in een vergevorderd stadium.

Met Massey Ferguson zijn onderhandelingen aan de gang over de oprichting van een joint venture, waardoor in Polen geproduceerde tractoren door het wereldwijde verkoopnet van het Amerikaanse bedrijf kunnen worden verkocht.

Barczewski praat ook met Amerikanen, Italianen en Westduitsers over de mogelijkheid van een buitenlandse deelneming in Ursus als later dit jaar de privatisering van de tractorenfabriek moet beginnen. Want buitenlands kapitaal is dringend gewenst in dit bedrijf, waar de modernste produktielijn uit 1982 dateert.

'We doen alles om te overleven', zegt Barczewski, die totdat de partij zichzelf vorige maand ophief communist was, maar nu beweert al tien jaar lang meer perspectief in het kapitalisme te hebben gezien.

'Ik word geen lid meer van een politieke partij. Dat is niet meer nodig. We hebben hier nu alleen nog Polen.'

Dit is het derde artikel over de Poolse schoktherapie. Vorige artikelen verschenen op 13 en 15 februari.

    • Ben van der Velden