Weer executuies in Indonesie 20 jaar na doodvonnis

ROTTERDAM, 16 febr. - In Indonesie zijn op 14 en 15 februari in totaal vier gevangenen terechtgesteld wegens hun rol in de mislukte communistische staatsgreep van 1965, die door het leger werd neergeslagen. De vier, leden van de presidentiele garde van wijlen president Soekarno, het Cakrabirawa-regiment, waren in 1969, 1970 en 1971 ter dood veroordeeld. Volgens de nieuwsdienst Berita Tanpa Sensor en andere bronnen gaat het om Johannes Surono Hadiwiyono (61), Simon Petrus Sulaeman (61), Safar Suryanto (58) en Norbertus Rohayan (49), die allen in de Cipinang-gevangenis in Jakarta werden geexecuteerd.

In oktober werden in Medan in het noorden van Sumatra ook al twee gevangenen die al vele jaren vastzaten ter dood gebracht. Een van hen was Mochtar Effendi Sirait, een regionale vakbondsleider met nauwe banden met de verboden communistische partij, de PKI. In de nasleep van de couppoging werden honderdduizenden vermeende aanhangers van de PKI door het leger gedood. Nog eens tienduizenden werden opgesloten, van wie een groot deel inmiddels is vrijgelaten. Sinds het begin van de jaren tachtig zijn van tijd tot tijd kleine groepen terdoodveroordeelden terechtgesteld. De Nederlandse regering heeft Jakarta verscheidene malen op humanitaire gronden gevraagd van dergelijke executies af te zien. Den Haag onthoudt zich nu van commentaar hangende verifiering van de berichten over de terechtstellingen.