W-Europa en VS ruzien in Cocom over export naar Sovjet-Unie

PARIJS, 16 febr.- De meningsverschillen tussen de Verenigde Staten en West-Europa op het gebied van de export van strategische goederen naar Oost-Europa zijn gisteren op de speciale vergadering van de COCOM in Parijs niet opgelost. De COCOM is de organisatie van Westerse industrielanden die toestemming moet geven voor de uitvoer van hoogwaardige technologie naar (ex-)communistische landen. De Amerikanen hielden gisteren nog steeds vast aan hun eis dat de Sovjet-Unie een andere behandeling krijgt dan de rest van Oost-Europa. De Amerikanen zijn bezig met een strategische herwaardering van de machtsverhoudingen in de wereld, maar voorlopig beschouwen ze de Russen nog als een risicofactor. Voor de kleinere Oosteuropese landen zijn Amerikanen en Europeanen het wel eens dat de lijst van de COCOM met verboden produkten kan worden 'opgeschoond', zoals dat is gebeurd voor China midden jaren tachtig. In de COCOM zitten de NAVO-landen minus IJsland, plus Japan en Australie.

Er zullen drie werkgroepen aan de slag gaan. Een zal de lijst voor computers 'opschonen'. Dit werk is al voor een gedeelte gebeurd, omdat de Amerikanen met hun grote industrie daar geen bezwaar tegen hadden.

Een andere werkgroep zal zich buigen over de werktuigbouwmachines.

Op dit gebied willen de Westduitsers verder gaan dan de Amerikanen. Ook deze lijst is al redelijk bekeken en de voorstellen tot 'opschoning' zijn al ver gevorderd. Ten slotte bekijkt een derde werkgroep de COCOM-lijst op produkten van telecommunicatie. Op dit gebied is nog het minste gebeurd. De COCOM-landen hebben gisteren afgesproken eind mei of begin juni weer bijeen te komen. Dan zal bekeken worden of inderdaad het gebaar van vrijere export van technologie naar Oost- Europa gemaakt kan worden. Alles zal afhangen van het feit of de Amerikanen dan hun 'strategische herwaardering' hebben afgerond. In conferentiekringen uit men zich somber over die kans. Men constateert 'dat de gesprekken tussen het Oosten en Westen makkelijker gaan dan tussen de Westerse landen onderling'.

Een informele werkgroep is gisteren in het leven geroepen om te bekijken wat de toezeggingen waard zijn die Tsjechoslowakije, Polen en Hongarije hebben gedaan, dat na export naar hun land de COCOM mag komen controleren of heruitvoer heeft plaatsgehad. Als conclusie trekken delegatieleden dat over een versoepeling van de COCOM-lijst de landen het wel eens zijn, maar dat op het gebied van de praktische uitwerking geen enkele vooruitgang is geboekt.

Teleurstelling overheerst derhalve in kringen van de Europese delegaties.

    • Peter van Dijk