Resultaat van onderzoekgegevens van ministerie van justitieen de politie; Criminaliteit onder de jeugd neemt af

DEN HAAG, 16 febr. - De jeugdcriminaliteit in ons land neemt voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog af. Dit blijkt uit een onderzoek van het ministerie van justitie waarvan de resultaten gistermiddag bekend werden gemaakt. De daling, veroorzaakt doordat minder jongeren minder criminaliteit plegen, treedt op sinds 1981.

Tussen 1960 en 1980 kwamen jaarlijks een vrij constant aantal van 45.000 aantal strafrechtelijk minderjarigen met de politie in aanraking. Sedert 1981 is dat verminderd tot ongeveer 39.000. Volgens de onderzoeker dr. J. Junger-Tas wordt dat deels veroorzaakt door de afname van het totale aantal jeugdigen. Maar er is daarnaast ook een reele daling van de jeugdcriminaliteit te constateren. Per 100.000 jongeren tussen de 12 en de 17 is het aantal verdachten voor misdrijven teruggelopen met 19 procent. Vooral een daling in vermogensmisdrijven (diefstal e.d.) is daarvan de oorzaak.

De politie-statistieken worden bevestigd door enquetes die Justitie hield onder jeugdigen in de schooljaren 1985-1986 en 1987-1988. Daarbij werd aan de jongeren gevraagd aan welke vormen van criminaliteit zij zichzelf hebben schuldig gemaakt. In het meest recente schooljaar gaven de jongeren op 16 procent minder wandaden te hebben begaan dan hun leeftijdgenoten twee jaar eerder. Mevrouw Junger schrijft de daling toe aan verbeterd toezicht en controle in het onderwijs, het openbaar vervoer, winkelcentra en wooncomplexen. Zij haalde de nog niet eerder gepubliceerde gegevens aan op een congres in het Scheveningse Kurhaus ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van het blad Justitiele Verkenningen (JV) dat het departement publiceert. Het onderzoek werd verricht door het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum van het departement. Schadevergoeding Prof. mr. J. C. M. Leijten, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, bepleitte tijdens het congres een veel ruimere toepassing van de schadevergoeding binnen het strafrecht. De maximale schadevergoeding van 1.500 gulden die nu binnen het strafproces gevorderd kan worden, acht hij ontoereikend. Ook de toepassing van de geldboete gaat aan het slachtoffer grotendeels voorbij. Volgens Leijten moet de boete rechtstreeks het slachtoffer ten goede komen en niet de Staat.

Betaalt de verdachte niet dan zou een vervangende hechtenisstraf opgelegd moeten worden. Volgens Leijten zou het slachtoffer hierdoor veel meer 'positieve genoegdoening' door het strafrecht krijgen en het aantal korte gevangenisstraffen zou sterk kunnen verminderen. Een dergelijk idee kan voor de jaren negentig 'een nieuwe impuls geven op weg naar wat meer humaniteit'.

Door verdachten zoals nu van hun vrijheid te beroven worden ze volgens Leijten 'gemutileerd'.

'Het lijkt me waarschijnlijk dat wij over honderd jaar als barbaren te boek zullen staan, omdat wij mensen voor jaren van hun vrijheid beroofden', aldus Leijten. Effectiviteit Dr. D. W. Steenhuis, directeur van de nieuwe directie wetenschapsbeleid en ontwikkeling van het departement, bepleitte een eenvoudiger strafprocedure voor sommige misdrijven en overtredingen.

De administratieve afdoening van verkeersovertredingen en de heroverweging van de bescherming van de verdachte waar onder het vorige kabinet mee is begonnen, 'gaan mij nog niet ver genoeg', aldus Steenhuis.

Hij schilderde een zeer pessimistisch beeld van de effectiviteit van het Nederlandse justitie-apparaat. De gemiddelde doorlooptijd van een zaak bij de rechter bedraagt nu 277 dagen. 'Een verdere belasting van de rechter, zonder ingrijpende veranderingen in organisatie van de afdoening of een sterke uitbreiding van het justitieel apparaat, zal de situatie alleen maar verergeren'.

De politie heldert minder dan 1 op de 4 misdrijven op: bij diefstal en diefstal met braak is dat zelfs 1 op de 10. Het openbaar ministerie seponeert soms meer dan 60 procent van alle zaken die de politie aanlevert. Biedt de officier de verdachte een transactie aan om vervolging te voorkomen dan duurt dat gemiddeld 140 dagen. Niet alleen de kans op tussenkomst door justitie is bij een groot aantal typen delicten 'verwaarloosbaar klein geworden, ook de produktietijd is onaanvaardbaar toegenomen', aldus Steenhuis.

Volgens hem wordt 'te pas en te onpas' door de wetgever gebruik gemaakt van het strafrecht. Als schrijnend voorbeeld van de dramatische consequenties daarvan gaf hij in zijn bijdrage aan het februari nummer van Justitiele Verkenningen, de introductie van de 1350 VIC-controleurs bij het Rotterdamse openbaar vervoer. Deze functionarissen wisten zoveel processen-verbaal uit te reiken aan een categorie burgers die zo weinig geneigd was mee te werken, dat het Rotterdamse justitie-apparaat vrijwel vast liep.

De reductie van het zwartrijden die desondanks veroorzaakt werd trok Steenhuis in twijfel. Volgens hem is dat het gevolg van een 'schrikreactie' bij het publiek, die weer zal wegebben zo gauw duidelijk wordt dat de strafkans voor zwartrijden toch niet groot is.

Steenhuis bepleitte systematisch na te gaan waar het strafrecht gemist kan worden. Hij suggereerde om de volgende overtredingen buiten justitie af te handelen: zwartrijden in het openbaar vervoer, overtredingen van de APK, onverzekerd autorijden, kijk- en luistergeld niet betalen en doorrijden na een ongeval als er weinig materiele schade door is aangericht.