'Over mensenrechten konden we toch moeilijk beginnen'

AMSTERDAM, 16 febr. - De turbulente ontwikkelingen tussen de beide Duitslanden betekenen het vroegtijdig einde van de Vereniging Nederland-DDR. 'Het kan zijn dat we het nog een tijdje aanzien, maar als de Duitse eenwording in het huidige tempo doorgaat, zit er niks anders op dan de vereniging te ontbinden. Onze leden zullen gezien hun achtergrond beslist geen lid willen zijn van een Vereniging Nederland-Groot-Duitsland', zegt vice-voorzitter F. J. F. Uijen van de Vereniging Nederland-DDR. Morgen beslissen de 'vrienden van de DDR' in Amsterdam hoe het verder moet nu de dagen van de 'eerste socialistische Duitse arbeiders- en boerenstaat' lijken geteld. Op de kop af vijftien jaar heeft de vereniging, in 1974 voortgekomen uit het Comite voor erkenning van de DDR, geijverd voor een betere verstandhouding tussen de bevolking van beide landen. De jubileumuitgave van het kwartaalblad was net uit, toen DDR-leider Honecker werd gewipt en kort daarna de eerste bres in de Berlijnse Muur werd geslagen. De sloop van de Duitse deling baart velen onder de ruim zevenhonderd verenigingsleden zorgen, zegt Uijen. 'In onze optiek kun je de Duitslanden beter gedeeld en in balans houden dan dat je met een Groot-Duitsland van doen krijgt. Dat lijkt nu een gepasseerd station. Meteen komt dan de vrees op dat het hier niet bij zal blijven.

Wat gebeurt er met Silezie ? En wat gaat Oostenrijk doen?' De teleurstelling is groot, zegt Uijen. Dat het met de economie niet best ging, was bekend. Maar de onthullingen over machtsmisbruik, persoonlijke verrijking en het optreden van de veiligheidspolitie waren goeddeels nieuw voor de DDR-vrienden. 'De grootste afknapper is dat uitgerekend in het anti-fascistische Duitsland de politie er methoden op na bleek te houden die aan de nazi-tijd doen denken.'

Geschenk De oprichting van de vereniging werd door de DDR, die destijds hunkerde naar internationale erkenning, bejubeld als een 'uiterst belangrijk geschenk'.

In de Raad van Advies zaten PSP'ers (Burggraaf en Dankaart), PPR'ers (Jurgens) en vooral PvdA'ers (zoals Roethof, Van den Berg, Egas, Van der Doef, Gortzak en Cammelbeeck). Onder de adviseurs ook vier hoogleraren, onder wie de criminoloog dr. W. H. Nagel (alias J. B. Charles). Deze motiveerde zijn betrokkenheid in mei 1975 als volgt in het periodiek van de vereniging: 'Het is voor de Nederlanders die niet anti-Duits zijn, maar wel menen dat de nationaal-socialistische pest in een deel van Duitsland niet volledig veroordeeld, aangepakt en overwonnen is, een troost dat een ander deel van Duitsland met alle fouten dat het ongetwijfeld heeft en nog zal tonen, want mensen zijn maar mensen, in elk geval principieel met het Derde Rijk en zijn oorlogen heeft afgerekend. Dat is de DDR. Onze opstelling tegenover de Duitsers met wie wij ons niet langer in staat van oorlog voelen, heeft zich belichaamd in de vereniging Nederland-DDR.'

Uijen, ex-Nieuw Links en thans Eerste Kamerlid voor de PvdA, sloot zich aan bij de Vereniging Nederland-DDR nadat hij eind 1975 als luchtmachtmajoor vervroegd uit dienst ging. Hij werd meteen vice-voorzitter. 'Er is ons door rechts vaak verweten dat we politieke naievelingen waren en dat we ons, of we wilden of niet, lieten gebruiken om het DDR-regime geloofwaardig te maken. Maar ik heb me daar nooit wat van aangetrokken. We waren geen communistische mantelorganisatie. Het ging ons primair om het doorbreken van het vijandbeeld en het bevorderen van de vriendschappelijke betrekkingen in het belang van vrede en veiligheid in Europa.'

Zelfcensuur en stille diplomatie gingen daarbij hand in hand. 'Over mensenrechten konden we in het openbaar bezwaarlijk beginnen. Dat zou de relaties verstoren. We moesten het zo aanpakken dat het prestige van het DDR-bewind niet werd aangetast, want dan hoefde het van hen niet meer en dan konden wij het verder wel vergeten om daar nog delegaties rond te laten kijken', zegt Uijen. Slachtoffers Voor informatie, culturele uitwisseling en reizen van delegaties was de vereniging volledig aangewezen op de medewerking van de 'Liga fur Volkerfreundschaft', een verlengstuk van het ministerie van buitenlandse zaken in Oost-Berlijn. Behalve propagandamateriaal, bescheiden provisies voor vakantiereizen en ruime vergoedingen voor in het kwartaalblad adverterende bedrijven (zoals Interflug) kwam er geen geld uit de DDR, bezweert Uijen. 'Zonder contributies en donaties van de leden waren we nergens.'

Dat er bij het 'slaan van bruggen naar het DDR-volk' binnen de vereniging wel eens slachtoffers vielen, kan de eerste voorzitter D. van der Meer getuigen. Eind 1979 was Van der Meer - in 1945 uit de CPN gezet omdat hij tot de in ongenade gevallen verzetsgroep-Goulooze had behoord; later sloot hij zich aan bij de PvdA - ondubbelzinnig te verstaan gegeven dat hij moest opkrassen. Er was wrijving ontstaan doordat hij pleitte voor veroordeling van DDR-dissidenten als de zanger Biermann en de auteurs Bahro en Havemann. Verder lag het moeilijk dat Van der Meer zich inzette voor rehabilitatie van de groep-Goulooze door de CPN. 'Daardoor kregen we moeilijkheden met de Liga fur Volkerfreundschaft, want de Oostduitsers waren net begonnen de banden met de CPN weer wat aan te halen', zegt Uijen. Ten slotte waren er volgens hem uit Oost-Berlijn 'signalen' gekomen dat Van der Meer weleens 'problemen met het protocol' had. Van der Meer: 'Ik zou dronken zijn geweest tijdens een ontvangst door Honecker. Maar dat was je reinste flauwekul. De CPN'ers zaten erachter. Zij eisten mijn vertrek, omdat ik hun toenadering tot de Oostduitse communistische partij SED in de weg stond.

Ik ben er nog altijd laaiend over dat partijgenoot Uijen zich voor hun karretje heeft laten spannen.'

    • Joop Meijnen