Minister De Vries treedt voor het eerst op de voorgrond; Onzichtbaar maar gedegen

DEN HAAG, 16 febr. - Waar is de politicus dr. Bert de Vries gebleven? Hij is minister van sociale zaken geworden! Maandenlang heeft de buitenwacht hem nauwelijks kunnen zien. Maar gisteren verdedigde hij in de Tweede Kamer voor het eerst in deze hoedanigheid dan toch zijn begroting. Spectaculair was het allemaal niet. Dat ligt niet in de aard van de man.

De Vries is aan zijn ministerschap begonnen zoals hij zeven jaar geleden ook als fractievoorzitter begon: onzichtbaar maar gedegen.

Toen ontmoette De Vries eerst ook vooral gefronste wenkbrauwen. Hoe kon zo'n nondescripte persoon politicus worden, vroeg menigeen zich indertijd af. Maar De Vries liet zich daardoor niet afleiden.

Aanvankelijk ontpopte hij zich in die zeven jaar vooral als een gedegen macro-econoom. Maar vervolgens bleek hij toch ook een fractievoorzitter te willen zijn die niet louter en alleen uit de hand van premier Lubbers wenste te eten. Hij was het bijvoorbeeld die in 1987 de zogenaamde 'Bert-norm' over de ideale verhouding tussen collectieve lastendruk en particuliere bestedingen lanceerde.

Onder de zestig procent moest de collectiviteit niet worden gedrukt, aldus De Vries, omdat dan de maatschappij ontwricht zou raken en de politiek eenzelfde fout zou maken als in de jaren zeventig: namelijk doorslaan naar de ene of de andere kant. De norm werd indertijd als een theoretisch vraagstuk behandeld, maar in feite tekende De Vries er een eerste doodvonnis mee voor de coalitie van CDA en VVD. Eigenlijk was De Vries een der eersten die de actualiteit van een coalitie-wisseling onderkende, omdat alleen zo een vervolg kon worden gegeven aan wat we sinds kort 'sociale vernieuwing' noemen. Nu is hij minister in een kabinet met de PvdA, de partij die hij in politieke zin tegenwoordig wel waardeert maar persoonlijk nog altijd met enig wantrouwen zou willen bejegenen. Met een staatssecretaris bovendien (Ter Veld) die in veel opzichten een luidruchtige sociaal-democratische cultuur belichaamt die de zijne niet is. De Vries liet zich gisteren echter niet uit het veld slaan. Het ministerschap is hem een 'eer en een uitdaging'.

'Als Groninger temidden van zoveel Groningers in dit debat kiezen wij (De Vries zowel als Ter Veld) voor een nuchtere benadering.'

In de commotie die her en der is ontstaan over de definitie van 'sociale vernieuwing' wenste hij zich niet al te zeer te verdiepen. De Vries wilde zich liever bezighouden met concretere problemen, zoals de relatief groeiende werkloosheid (80.000) onder allochtonen en de nog niet omgebogen trend onder arbeidsongeschikten en langdurig werklozen (vorig jaar kregen er 57.000 werk maar traden er 52.000 toe tot dit legioen). Tegelijkertijd liet hij zich ook kennen als een klassieke christen- democratische bestuurder die zijn wortels heeft in het gematigde corporatistische denken. Volgende week komen de werkgevers, werknemers, de gemeenten en de Staat bij elkaar om afspraken te maken over de 'banenpools', piece de resistance van de sociale vernieuwing. De Vries heeft nu reeds een 'vast vertrouwen' dat die besprekingen goed zullen uitpakken. 'Je moet de partijen een beetje tot elkaar veroordelen.'

Maar over zijn eigen inzet in de onderhandelingen wilde hij niets zeggen. De Kamer, met name de vertegenwoordigers van de PvdA en Groen Links, wilde weten waar de minister op uit was omdat ze dan enige invloed had kunnen uitoefenen. Maar De Vries gaf geen krimp. Nu reeds zijn onderhandelingspositie openbaren zou 'niet elegant' zijn, aldus de minister, en 'niet verstandig'.

Want dat zou het gesprek alleen maar belasten. Bovendien moet ook een minister van sociale zaken zijn pretenties kennen. 'Als er goede convenanten komen, trekt deze minister zich een beetje terug.'

Dat lijkt bescheiden. Maar de ervaring leert dat De Vries, juist omdat zijn ambities er niet duimendik bovenop liggen, een 'slow-starter' is, een man die eerst de dossiers van haver tot gort wil kennen voordat hij algemene oordelen velt en geen politicus die zich met brede armgebaren door de materie slaat. Maar als hij eenmaal op snelheid ligt, is hij niet meer te stuiten. Zo zal hij zich wellicht opwerken tot de tweede christen-democraat in het kabinet. Want die positie is sinds het vertrek van voorganger De Koning nog steeds vacant. Minister De Vries (Foto Roel Rozenburg)

    • Hubert Smeets