ige raadsel

Ook de oliewereld kampt met het eeuwige raadsel: hoe ziet de toekomst eruit? Maar anders dan de voorspellingen van handlezers, piskijkers en sterrenwichelaars, verdienen de toekomstverwachtingen van de grote multinationale oliemaatschappijen het om serieus genomen te worden. Ook al spreken ze elkaar tegen - zoals nu het geval is. Wat is de prijs van ruwe olie over een maand? over een jaar? over vijf of tien jaar?, vraagt de olie-industrie zich onophoudelijk af. En buiten de oliewereld luistert iedereen gespannen mee: de olieprijs is immers van het grootste belang voor de prijs van energie in het algemeen, en daarmee voor vrijwel elke economische activiteit in het ondermaanse. Stijgt of daalt de olieprijs? Wie het weet mag het zeggen. Maar niemand weet het natuurlijk. Wel wordt er voortdurend en op hoog niveau gestudeerd. Want bedrijven, en ook overheden, moeten hun plannen en investeringsbeslissingen toch ergens op baseren. Aan een nauwkeurige voorspelling waagt niemand zich, maar wel aan een onderbouwde verwachting over de marges waartussen de olieprijs zich de komende jaren zal bevinden.

Continu stellen de oliemaatschappijen scenario's op en bij: een voor een hoge prijs, een voor een lage, en een er tussen in. De Koninklijke/Shell Groep, de Nederlands-Britse oliemaatschappij die tot de grootste bedrijven ter wereld hoort, gaat ervan uit dat de olieprijs de komende jaren niet boven de twintig dollar per vat zal komen. British Petroleum, de Britse concurrent, voorziet dat de prijzen de komende jaren wel substantieel boven de twintig dollar zullen uitstijgen, tot 25 dollar per vat in 1995. Wie heeft gelijk? Wie heeft het mis - Shell, BP, of allebei? De voorspelling van BP dateert van gisteren, maar geldt al enige tijd in brede kring als aanname. BP heeft het gevoel 'dat als de prijs anders uitpakt, het eerder hoger zal zijn', aldus de scheidende BP-topman sir Peter Walters. De voorspelling van Shell werd een jaar geleden gedaan door J. S. Jennings, een van de groepsdirecteuren van de Koninklijke/Shell Groep.

In een lezing zei Jennings te verwachten dat de olieprijzen onder druk zullen blijven staan, onder meer door 'een betrekkelijk bescheiden groei van de vraag'.

Zijn president-directeur L. C. van Wachem bleek er in oktober nog net zo over te denken. Voor een gehoor van internationale oliedeskundigen voorspelde hij wederom dat de prijzen op korte termijn binnen de marge van 10 tot 20 dollar per vat zullen blijven. 'Ik zie dat er corrigerende krachten optreden zodra de prijzen buiten deze bandbreedte komen.'

Inmiddels wordt Brent-olie uit de Noordzee al enkele maanden verhandeld voor ongeveer twintig dollar per vat. Tot veler verrassing heeft de OPEC met de voortdurende overschrijding van haar zelfopgelegde produktiequota de prijs niet ondergraven. De vraag naar ruwe olie in Europa, de Verenigde Staten, de Derde Wereld en vooral het Verre Oosten bleek hoger dan verwacht. Shell heeft zich tot nu toe niets aangetrokken van voorspellingen en verwachtingen van anderen, en hield steeds koppig vast aan het eigen gelijk. Maar de wereld verandert: de relatief stabiele olieprijs van 1989 was een verrassing, de aanhoudend forse vraag ook. En wat gaan de ontwikkelingen in Oost-Europa betekenen voor de vraag naar olie? Een economisch herstelbeleid vraagt energie en zal een opwaartse druk op de vraag en daarmee de prijs uitoefenen. Woensdag maakt Shell de resultaten van 1989 bekend. Het lijkt een mooie gelegenheid om te laten weten of Shell inmiddels net zoals BP over de olieprijs denkt, of voet bij stuk houdt.

    • Juurd Eijsvoogel