Fafamimirere

Ken je 't verhaal van de kater uit Goor Begiftigd met absoluut gehoor? Hij probeerde aan twee teddyberen De beginselen van solfege te leren, Maar faalde radicaal in dezen: De ene kon geen noten lezen, De andere was vaak verkouen En kon dan de wijs niet houen. Dat alles was een kwelling voor Het arme kattebeest uit Goor Met zijn absoluut gehoor. Dan jammerde de arme kater: In Godsnaam Teddy hou je tater! Kom niet verkouden op de les, 't Was geen B hier, maar een bes! Deze oefening moet maar later. Ach, die zwaarbeproefde kater. Hij luistert ook veel naar vogelgekweel. Soms gaat hij horen bij de mezen Die hij contrapunt heeft onderwezen; Het ontroerde zelfs de honden, Zoals die mezen zingen konden. Hij beluisterde lang hun meerstemmig gezang, Maar vroeger of later werd altijd die kater Geconfronteerd met een dwaling of flater. - 't Is geen fa en ook geen sol En geen la maar si Bemol, Riep het poesbeest potenwringend (Dat is, wringend met zijn poten): De mezen intussen onverdroten Valse noten verderzingend. O, dat wonderdier uit Goor Leed wat af met dat gehoor. En behalve andere dingen Gaf hij ook nog les in zingen, 's Zondags in het Nijlpaardhuis. Dromerig dreef dan 't stemgeruis Door de Amsterdamse Artis, Langs de chimpansee die zwart is, Langs 't sneeuwwit poolkonijn, En 't vereenzaamd wrattenzwijn. O, te zingen op het water, Onder leiding van een kater, - Fafamimirere, rust - Zang op 't water, wat een lust. Maar O! daar komt van de olifanten Het knarsen van de dissonanten. Help, roept 't poezebeest geschrokken, Ga terug naar jullie hokken, Ik had nog zo graag eens ongestoord Opus 72 uitgehoord. Ja, dat kattebeest uit Goor Had een absoluut gehoor. RUDY KOUSBROEK