De Vries voelt niets voor sancties CAO

DEN HAAG, 16 febr. - Minister De Vries van sociale zaken en werkgelegenheid voelt er niets voor werkgevers met sancties te dwingen CAO-afspraken na te komen over werkgelegenheid voor kansarme groepen. Werkgevers die onvoldoende (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten in dienst nemen, zouden volgens staatssecretaris Ter Veld wel moeten worden bestraft. Dit bleek gisteren tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid in de Tweede Kamer.

Minister De Vries zei dat het hem 'niet vrolijk stemt' dat de meeste werkgevers zich niet blijken te houden aan afspraken om etnische minderheden, jongeren en langdurig werklozen aan werk te helpen.

Maar van het opleggen van verplichtingen wilde De Vries niets weten.

'Ik geloof niet in dat soort simpele oplossingen', aldus de minister. Volgens hem staat een dergelijk beleid haaks op de gedeelde verantwoordelijkheid die werkgevers, werknemers en overheid op zich hebben genomen voor de arbeidsbemiddeling. De Vries zei alle vertrouwen te hebben dat de samenwerking met sociale partners vruchten zal afwerpen. 'Het vergt tijd voor partijen om tot zich te laten doordringen wat van ze wordt verwacht', stelde hij vast. Wel zegde hij de Kamer toe zo snel mogelijk met een evaluatie te komen over de werkgelegenheidsafspraken in de recente CAO-afspraken. Voor het zomerreces zal hij daarover nog met de Kamer overleggen. De minister ontkende dat de koppeling van de uitkeringen aan de lonen in de marktsector in gevaar is gekomen door de recent afgesloten CAO's.

Volgens hem is de gemiddelde structurele loonstijging 2,6 procent. Dat wijkt nauwelijks af van de 2,5 procent waarop het kabinet heeft gerekend. Bovendien stijgen de lonen nog eens 0,4 procent door eenmalige uitkeringen, aldus De Vries, maar deze tellen niet mee voor het berekenen van de koppeling. Volgens De Vries hoeft de Kamer ook niet bezorgd te zijn dat de afgesproken budgetdiscipline in de sociale zekerheid de hoogte van de uitkeringen zal kunnen aantasten. Hij onderstreepte dat de hoogte van de uitkeringen alleen wordt bedreigd als het aantal uitkeringsgerechtigden te groot wordt of als de lonen te snel stijgen. Kabinet en Kamer waren het er over eens dat vooral de voortdurende stijging van het aantal arbeidsongeschikten verontrustend is.

Staatssecretaris Ter Veld zei voorstander te zijn van een bonus-malus-systeem. In een dergelijk systeem worden bedrijven die relatief veel arbeidsongeschikten uitstoten beboet, terwijl degenen die een geringe uitstroom hebben een beloning krijgen.