Bedrijven moeten Slump betalen

DEN HAAG, 16 febr. - Drie firma's moeten het veevoederbedrijf Slump in het Groningse Stroobos samen anderhalf miljoen gulden betalen als voorschot op een schadevergoeding wegens de levering van een partij met lood vergiftigd rijstemeel aan Slump. Dit heeft het gerechtshof in Den Haag gisteren in hoger beroep bepaald. De bewuste leveranciers zijn Rovegrha in Lekkerkerk, Drogerij Marknesse in Dronten en D. M. de Bruijn te Waspik. Slump gebruikte het rijstemeel als grondstof voor voederbrokken. Het gevolg was dat in Groningen en Friesland 75 koeien dood gingen door loodvergiftiging. Volgens de advocaat van Slump, mr. Th. Sandberg, is het bedrijf met dit voorschot uit de gevarenzone, 'als het tenminste kan worden geind'.

Slump eiste vorig jaar november in kort geding voor de rechtbank in Rotterdam van zijn drie leveranciers een voorlopige schadevergoeding van twee miljoen gulden. De president wees deze eis af, omdat de leveranciers te goeder trouw zouden hebben gehandeld.

Tegen deze uitspraak ging Slump in beroep. Het betreft hier schade die Slump zelf door de loodvergiftigingsaffaire heeft geleden. Daarnaast is er ook een groot aantal gedupeerde veehouders. Hun belangen worden behartigd door het Landbouwschap, dat de firma Slump namens de boeren heeft aangesproken voor in totaal 6,7 miljoen gulden. Mr. Sandberg liet gisteren weten dat hij namens de verzekeraar van Slump, Cigna Insurance, deze claim grotendeels betwist. Van de totaalsom heeft 3,4 miljoen betrekking op zogeheten melkschade, die zou zijn ontstaan door het apart houden van melk die in oktober en november 1989 bij de betrokken boeren was geproduceerd.