Vermaard bolwerk van geheelonthouding sluit de poorten

ENSCHEDE, 15 febr. - Een leeg en gedeukt blikje Grolsch dendert in de zuidwesterstorm over de Markt in Enschede. Gehaaste passanten schieten een van de vele kroegen rondom het plein in. Walter Soer slaat hen gade vanachter het raam van zijn hotel Atlanta. Bij hem zouden ze een hete kop koffie kunnen krijgen, maar een borrel om warm te worden is er niet bij. In Hotel Atlanta in Enschede wordt geen alcohol geschonken en dat is al zo sinds de afdeling Enschede/Lonnneker van de Nationale Christen Geheelonthouders Vereniging (NCGV) het gebouw in 1908 kocht en er onder de naam 'Geheelonthouders Koffiehuis en logement' een toevluchtsoord in de van dranklokalen vergeven textielstad van maakte. Enschede is niet het einde van de wereld, maar het herbergt met Atlanta wel het een na laatste bolwerk van de geheelonthouding in Nederland. Nog even dan, want het doek gaat vallen.

Binnenkort wordt het pand verkocht en zullen Walter Soer (52) en zijn vrouw, die het hotel de laatste twintig jaar hebben gedreven, een andere werkkring moeten zoeken. Dan zullen ook de plakboeken vol dierbare herinneringen worden ingepakt: de gesigneerde foto's van vaste gasten als Johnny Jordaan, Ko van Dijk, Henk Elsink en Paul Steenbergen, het bedankbriefje van de R. K. Matigheidsbeweging Sobrietas uit Venray, die er in 1980 nog met groot succes haar jaarfeest hield. De zestien leden tellende afdeling Enschede/Lonnneker van de NCGV heeft geen geld meer voor de hoognodige renovatie en de vereiste aanpassing aan brandveiligheidseisen. De 26 kamers van het hotel beschikken niet over een eigen douche of toilet en een lift kent het drie etages tellende bouwwerk ook niet. Bij gebrek aan contributiegelden was Atlanta al jaren nog de enige bron van inkomsten voor de vereniging en het is eigenlijk een godswonder dat het hotel het nog zo lang heeft kunnen redden in het Gomorrha van de Enschedese binnenstad.

Drankkegel

Een wonder dat voornamelijk te danken is aan Soer en zijn vrouw. In 1968 namen zij de scepter over van de vorige beheerder, die door de vereniging van wanbeleid werd beticht: hij was zelfs af en toe met een vervaarlijke drankkegel gesignaleerd. Het koffiehuis was in 1931 al tot hotel-restaurant verbouwd, droeg nog even de naam 'het Blauwe Kruis', zoals alle alcoholvrije lokaliteiten in die tijd, en had in 1964 met de laatste naamsverandering nog eens een fikse opknapbeurt gekregen. Atlanta was in '68 'de uitdaging van zijn leven' voor Walter Soer. 'Een hotel met zo'n handicap tot iets bloeiends maken, hoe langer ik er over nadacht, hoe groter de uitdaging werd.'

Toen hij in dienst trad van de NCGV moest hij een middenweg zoeken tussen het streven van de vereniging om het alcoholvrije hotel in stand te houden en de eigen wens de zaak op een hedendaagse manier te leiden. De 'preparateur a table' die hij altijd was geweest, moest plaatsmaken voor de huisvaderlijke hotelmanager. Soer: 'Ik besloot de gasten op klassieke wijze te ontvangen: deur openhouden, jas aannemen, vuurtje geven, een beetje vriendelijkheid, al die kleine dingen die niets kosten. En de zaak ging weer lopen. We bouwden een goede naam op. Het was soms zo vol dat de mensen hier in de huiskamer sliepen'. De 'handicap van de zaak' werd zoveel mogelijk door andere kwaliteiten gecompenseerd. 'Als ik het van de geheelonthouders had moeten hebben, had ik het niet gered', zegt Soer met stelligheid. Maar dat betekende niet dat hij de opdracht van zijn werkgever, neergelegd in een bindend contract, aan zijn laars lapte. In Atlanta is ook tijdens zijn bewind nooit een druppel alcohol geschonken. 'Dat een klant een fles wijn meeneemt in zijn koffer, daar kan ik natuurlijk niets aan doen. Ik ga niet 's avonds de kamers controleren. Maar afspraak is afspraak en je kunt de zaken nu eenmaal niet half doen.' 'Van vertegenwoordiger tot artiest' kwam in Atlanta overnachten. Bespelers van de op honderd meter afstand gelegen Twentsche Schouwburg, Britse militairen die een paar nachtjes uit Duitsland overkwamen, bridge- en volleybalclubs, alleenstaande mannen op zakenreis. Wie niet alcoholvrij wilde blijven kon zich om de hoek laven. Maar in Atlanta heerste rust. 'En dat was wat men hier toch voornamelijk zocht. Ja, veel mensen kwamen hier ook voor hun eigen bescherming. Je weet hoe dat gaat met vertegenwoordigers. De hele dag op pad en dan doodmoe aankomen in het hotel. Elders belanden ze aan de bar. Hier komen ze niet in de verleiding.'

Soer was een van de eersten in Nederland die alcoholvrij bier schonk. In '74 bij hem al zo'n succes dat 'de brouwerij vroeg of ik er de stoep mee schrobde'.

'Oh natuurlijk ben ik wel bespot. Wat wil je in een omgeving als hier, waar je omgeven bent van kroegen. Daar heb je die vent die geen bier schenkt, riepen ze dan. Maar ik kon het hebben, want de zaak liep en dat kon niemand me afnemen.'

Maar twee jaar geleden kwam er toch de klad in. De algehele recessie, weet Soer, de gemeente die de hele binnenstad autovrij en tot zogenoemd stadserf wil maken, het daardoor steeds nijpender gebrek aan parkeerplaatsen, de concentratie van horeca op de Markt, de geluidhinder die zijn gasten daarvan ondervinden. En natuurlijk de staat van de accomodatie zelf. 'We leden nooit verlies, maar grote winst is er ook niet gemaakt. Dus reserveren voor investeringen in de accomodatie, dat konden we gewoon niet.' Een eventuele opknapbeurt moet ongeveer een half miljoen kosten, aldus de vice-voorzitter van de NCGV, predikant H. PLoeger uit Arnhem. 'Men heeft altijd op de rand van het mogelijke gebalanceerd. Het is spijtig, maar eens loopt het dan zo af.'

Zwakheden

Hotel Het Blauwe Kruis aan de Westhaven in Gouda is, wanneer Atlanta definitief de deuren sluit, het enige alcoholvrije hotel in Nederland. Een laatste rustplaats, aldus Ploeger, 'voor mensen die hun eigen zwakheden kennen of gewoon alcoholvrij de avond willen doorbrengen'. De drankbestrijder, met enige droefheid: 'Als zo'n hotel Atlanta verdwijnt, ja dan komt er wel een verandering in de kaart van niet-drinkend Nederland'. Walter Soer heeft die avond een gezelschap van twaalf dansers in huis, en een paar eenlingen. Om half elf 's avonds belt hij zijn gast nog met de mededeling dat deze, als hij 'er nog even uit wil' de grote sleutel moet gebruiken om de buitendeur te openen. Beneden, in wat geen lounge heten mag, is niemand meer. En terwijl rondom Atlanta de kroegen vol beginnen te lopen en de geuren van deodorant en aftershave, bier en rook zich vermengen tot wat wel gezelligheid wordt genoemd, ligt het hotel er stil en verlaten bij. 'Het centrum van onze nuchterheidsbeweging in die zeer vermaarde fabrieksstad', schreef een folder van de NCGV. Soer is de volgende ochtend om zeven uur zelf weer present om een zacht gekookt eitje en een potje thee aan te reiken onder de tonen van een sentimenteel zingende Sinatra. 'Lekker geslapen meneer? De Volkskrant of het AD? Dank u wel, meneer.'

Ouderwetse vriendelijkheid die geen geld kost. De jongeman uit Limburg, die een tafel verderop zit, is 'twee dagen in de stad voor een cursus'.

Dat in Atlanta geen alcohol wordt geschonken wist hij niet eens. 'Is het echt?' Hij heeft de gedenksteen in de hal over het hoofd gezien, die zegt: 'Weest nuchteren en waakt'.

    • Frank Poorthuis