v.d. Nieuwenhuyzen wil honderd procent in Russischstaatsbedrijf

ROTTERDAM, 15 febr. - De Nederlandse ondernemer Joep van den Nieuwenhuyzen, groot geworden met het opkopen van veelal noodlijdende metaalverwerkende bedrijven, heeft een bod uitgebracht op het Russische staatsbedrijf Cemash, een machine- en apparatenbouwconcern nabij Moskou met totaal 2000 werknemers.

Het ministerie van financien in Moskou heeft het bod in beraad genomen, zo heeft hij vanochtend meegedeeld. Van den Nieuwenhuyzen is naar eigen zeggen de eerste Westerse ondernemer die probeert een Russisch bedrijf voor de volle honderd procent in handen te krijgen. Als alles doorgaat wil hij 50 procent van het aandelenkapitaal doorverkopen aan de werknemers van Cemash, waarbij hij voor de financiering borg zal staan.

Hoe hoog het bod is wil Van den Nieuwenhuyzen niet zeggen. Tot nog toe kwamen Westerse bedrijven alleen via joint ventures met Russische staatsbedrijven in de Sovjet-Unie aan de bak. Van den Nieuwenhuyzen heeft begin vorig jaar al een gezamenlijke onderneming met Stromoborudovanie opgericht, moedermaatschappij van Cemash. Die joint venture werkt nu aan de aanleg van een fabriek voor verpakkingsmachines.

Van den Nieuwenhuyzen praat sinds kort ook met bedrijven in Oost-Duitsland en Hongarije. Of het hier om een volledige overname gaat of om een joint venture, wil hij niet zeggen. Volgens Sovjet-deskundige drs. H. G van Buren is het nu nog wettelijk onmogelijk voor Westerse ondernemingen om Russische bedrijven voor de volle honderd procent op te kopen. Hij ziet het de eerste drie a vijf jaar ook niet gebeuren. Voor Van Buren, voorzitter van het Nederland-USSR comite en directeur van het Oost-Europa handelshuis Peja, kwam het bod van Van den Nieuwenhuyzen vanochtend als een volslagen verrassing.

Dat het ministerie van financien in Moskou bereid is gebleken om over het bod na te denken, duidt er volgens Van Buren niet op dat de Russen de wetgeving op korte termijn zullen aanpassen. 'Als ze bereid zijn om over het bod te praten, dan is de gedachtenwisseling die daaruit voortkomt het belangrijkste. Ze vinden het interessant.' Van den Nieuwenhuyzen wil Cemash kopen omdat het Russische staatsbedrijf en de Russische markt 'veel mogelijkheden' bieden en omdat er dank zij alle politieke omwentelingen in het Oostblok voor Westerse bedrijven 'veel meer mogelijkheden' zijn ontstaan. Aantrekkelijk is bovendien het lage maandloon dat in de Sovjet-Unie op 250 roebel ligt, te vergelijken met 80 gulden, aldus Van den Nieuwenhuyzen. Als het ministerie van financien in Moskou akkoord gaat met het bod, wordt het volgens Van den Nieuwenhuyzen 'de eerste echte privatisering in de Sovjet-Unie'.

Mocht het bod slagen dan zal Van den Nieuwenhuyzen het Russische staatsbedrijf 'op een Westerse wijze gaan runnen', met ondermeer een boekhouding en een administratie naar Westers model. Ook krijgt het bedrijf dan een Nederlandse mede-directeur. Nu is de onderneming nog ingebed in het Russische staatsbestel met alle moeilijkheden van dien. 'Probleem is bijvoorbeeld dat je de grondstoffen en onderdelen van de staat krijgt toegewezen. Om flexibel in te kunnen spelen op de markt, ben je dan genoodzaakt om behoorlijk grote voorraden aan te houden.'

Van den Nieuwenhuyzen, directeur/mede-eigenaar van het aan de Amsterdamse beurs genoteerde bedrijf Begemann (omzet 1,5 miljard gulden op jaarbasis), is er nog lang niet zeker van dat de Russen op het bod zullen ingaan. 'We hebben een ballon opgelaten. Het blijkt in ieder geval bespreekbaar. Dat is al heel wat.'

Hij heeft de Russen geen termijn opgelegd, daarvoor is de materie nog 'veel te vers'. Volgens Sovjet-deskundige Van Buren heeft de Sovjet-Unie het veel moeilijker met dit soort privatiseringen dan andere Oosteuropese landen. 'Het is voor de Russen veel moeilijker om hervormingen door te voeren. Ze hebben de bestaande structuren namelijk zelf bedacht. Bij andere Oosteuropese landen zijn ze veelal opgelegd.' In Polen en Hongarije is het voor Westerse ondernemingen al een jaar lang mogelijk om staatsbedrijven op te kopen. Zo heeft het Amerikaanse General Electric de Hongaarse gloeilampenfabrikant een meerderheidsbelang in de Hongaarse lampenfabriek Tungsram genomen. Ook in Bulgarije kunnen Westerse bedrijven sinds enkele maanden aan de slag.

Volgens Van Buren laat de Sovjet-Unie de economische liberalisering in de andere landen van het Oostblok toe, om uiteindelijk zelf de meest geslaagde experimenten over te kunnen nemen. 'De Sovjet-Unie laat Oost-Europa haar gang gaan, om straks te kunnen kijken of er wat nuttigs tussen zit (...) Ze kijken nu, wat gaat het Westerse bedrijf doen, hoeveel gaat het investeren, levert de bijdrage van dat bedrijf iets op voor de export, enz enz. Pas als ze daar enig zicht op hebben, zullen de Russen op dit vlak liberaliseren', aldus Van Buren.

Van den Nieuwenhuyzen wil het bod op op Cemash en de daarop volgende noodzakelijke investeringen zoveel mogelijk met roebels financieren. Dat beperkt volgens hem de valutarisico's en voorkomt dat Van den Nieuwenhuyzen voor verrassingen komt te staan als straks de roebel onverhoeds convertibel wordt tegen geheel andere koersen dan nu gelden.

Van den Nieuwenhuyzen heeft voorgesteld een borg te storten in buitenlandse valuta. Met die borg hoopt hij van de Sovjet-autoriteiten leningen los te krijgen waarmee hij de overname financiert. Met de winst die Van den Nieuwenhuyzen met Cemash hoopt te maken, zal hij de lening geleidelijk aflossen. Deze methode van financiering hanteert Van den Nieuwenhuyzen ook in andere landen waar hij actief is.