Trend en tunnel

WANNEER KAN ER worden gesproken over een trendbreuk in het milieubeleid? Is dat voor of na de bouw van vier of vijf nieuwe tunnels in de Randstad? Het is een interessante vraag voor het kabinet. In het regeerakkoord heeft het kabinet vastgelegd dat die trendbreuk nu moet worden ingezet en bovendien het woord nu onderstreept. Hetzelfde kabinet heeft een hoofdstuk verder in dat akkoord extra aandacht voor de infrastructuur aangekondigd en beloofd dat de invalshoek 'Nederland-distributieland' daarbij tot gelding zal komen. Dat de minister van verkeer (CDA-lid Maij-Weggen) en de minister van milieu (PvdA-lid Alders) nu met elkaar overhoop liggen over de tunnelbouw, waarvoor de plannen nog door de vorige coalitie zijn gesmeed, hoeft dus geen verwondering te wekken. Het conflict was voorspelbaar.

Gegeven de mobiliteitsontwikkeling en de toegenomen zorg om het milieu was het logisch dat het kabinet eerder had besloten de geplande infrastructurele voorzieningen nog eens aan een nadere beschouwing te onderwerpen. Zo'n pas op de plaats mag niet tot rigide opvattingen leiden. Te zeggen dat er dus geen weg of tunnel meer mag worden gebouwd omdat die toch alleen maar autoverkeer aantrekken, zou al te gemakkelijk zijn. Wel mag worden verwacht dat de besluitvorming nauwkeurig is en wordt ingebed in de totaalvisie op het verkeers- en vervoersbeleid voor de komende jaren waarmee het kabinet nog dit voorjaar zal komen. De haast die minister Maij-Weggen nu met de bouw van in elk geval twee tunnels wil maken, lijkt in strijd met de zorgvuldigheid waarmee zo'n besluit zou moeten worden genomen.

ER ZIJN weinig redenen te bedenken waarom besluitvorming over de tunnelbouw niet kan worden ingepast in de discussie die het kabinet dit jaar met het parlement zal aangaan over het definitieve Structuurschema Verkeer en Vervoer. Voor zover er sprake is van druk van particuliere investeerders die voor 1 april een beslissing over de aanbesteding eisen, kan worden gesteld dat daarmee een onzuiver element in de discussie en de democratische besluitvorming dreigt te sluipen.

Het lijkt erop dat de minister van verkeer met haar voorkeur voor de bouw van de tunnels wel gelijk heeft, maar bezig is dat op een verkeerde manier te halen. Haar stellige beantwoording op vragen in de Tweede Kamer deze week over de tunnelbouw, waarvan juist was vastgesteld dat het kabinet daarover nog in discussie is, werkt de polarisatie tussen ministers onderling en tussen de regeringsfracties in de hand. Het gevaar is dat de tunnels onderdeel worden van een politieke prestigestrijd en dat de besluitvorming juist daardoor wordt vertroebeld. De vraag is of het distributieland Nederland daarmee is gediend.