Nomenklatoera in Polen zoekt haar weg in vrije markt

WARSCHAU, 15 febr. - Dokter Halina Wasilewska-Trenker heeft de grote schoonmaak overleefd in het instituut dat eens het commando-centrum van de communistische planeconomie in Polen was: de centrale plancommissie. De naam van de instelling is gewijzigd in centraal planinstituut, de taak is teruggebracht tot het maken van economische prognoses en tweederde van het personeel is naar huis gestuurd.

Halina Wasilewska heeft niets meer te zeggen over wat staatsondernemingen wel of niet moeten doen. Ze heeft een baan als directeur van de afdeling analyse- en planningsmethoden. Ze toont veel instemming met de nieuwe wind die door Polen waait. Ze tracht hardnekkig te ontkomen aan het beantwoorden van vragen over haar verleden. Ze behoorde dan ook tot de nomenklatoera, het apparaat waarmee de communistische partij Polen lang stevig in de greep hield.

Ze was communistisch partijlid sinds 1971. Ze bleef lid tot de partij vorige maand zichzelf ophief. 'Ik vond het niet eervol om de partij te verlaten toen het moeilijk werd.'

Toen in 1981 de staat van beleg in Polen werd afgekondigd besloot ze communiste te blijven, om haar baan niet te riskeren. Sindsdien hoopte ze telkens weer dat onder leiding van de communistische partij de economie van het land gesaneerd zou kunnen worden. Pas vorig jaar werd het haar duidelijk dat de communistische partij onvoldoende steun van de bevolking had om bij hervormingen te kunnen slagen. Ze is er nu van overtuigd dat 90 procent van de Poolse bevolking tot grote offers bereid is om het beleid van de regering tot een succes te maken.

Halina Wasilewska is dank zij haar soepele verandering van mening ontkomen aan de beweging die sinds vorig jaar vrij onopvallend bezig is de macht van de nomenklatoera te breken. Op het platteland is dat niet eenvoudig. In dorpen behoren communistische partijfunctionarissen met burgemeesters vaak tot de plaatselijke notabelen. In de staatsindustrie voeren niet zelden door de partij benoemde functionarissen een actie om vooral niet benadeeld te worden door de hervormingen. Partijprivileges verdwijnen, alleen wie wat kan presteren behoudt zijn baan. In een kantoorpand van autofabriek FSO in Warschau zijn vier kamers leeg: de ontruimde kantoren van de communistische partijvertegenwoordiging in de fabriek. Bij tractorenfabriek URSUS vertelt directeur Stanislaw Barczewski dat vrij geruisloos de conservatieve communisten zijn weggewerkt, dat het partijbureau in het bedrijf is gesloten en dat het partijarchief met persoonsdossiers is vernietigd.

Onder de ambtenaren van sommige ministeries is de nomenklatoera nog zo sterk aanwezig dat de leden ervan de uitvoering van de hervormingen kunnen bemoeilijken. Minister van woningbouw Aleksander Paszynski besloot vorig jaar bij zijn aantreden alle symbolen van het oude regime op te ruimen, erop rekenend dat communisten die alleen maar partijlid waren geworden om carriere te kunnen maken hem vervolgens loyaal zouden worden. Hij ontsloeg twee vice-ministers en vier directeuren en nam persoonlijk de leiding van de personeelsafdeling van het ministerie op zich.

Cooperaties zijn in Polen meestal door communisten centraal geleide organisaties. Ook daartegen is de aanval ingezet. Er zijn nieuwe regels voor de cooperaties gemaakt. Daardoor worden zij gedwongen zich tot kleinere eenheden op te splitsen en nieuwe bestuursverkiezingen te organiseren. Er wordt op gerekend dat de oude communistische machtsstructuur daarbij flink zal verzwakken.

Op de weg van een centraal geleide planeconomie naar markteconomie verandert zoveel zo snel dat een Pool al gauw het overzicht verliest. Stanislaw Zyolkowski, een jurist van de Kamer voor buitenlandse handel, eens het oppermachtige instituut voor de internationale handel, heeft er geen idee van wat de nieuwe taak van de organisatie wordt. Hij is een week weg geweest en moet nog ontdekken wat de regering in die tijd mogelijk heeft besloten. Voor zijn baan is hij niet bang. Nu iedereen vrij met het buitenland mag handelen neemt de vraag naar juridisch advies alleen maar toe. 'Veel mensen die wat willen verdienen aan export weten niets over buitenlandse handel, ze kennen de betalingsmogelijkheden niet eens.'

Tot die nieuwe handelaars behoren nogal wat voormalige werknemers van de organisatie voor buitenlandse handel. In de planeconomie konden zij de hele van vergunningen afhankelijke buitenlandse handel controleren. Zij hebben meer ervaring dan de beginnende Polen die bij handel met het buitenland al snel het slachtoffer worden van slechte contracten.

Zyolkowski leeft er dank zij de vele veranderingen niet slecht van. De prijzen zijn dan wel enorm gestegen, zijn inkomen ook. Als jurist bij de Kamer voor buitenlandse handel verdient hij 500.000 zloty per maand, omgerekend ongeveer 100 gulden. Maar hij heeft het steeds drukker met het verstrekken van prive-adviezen, waarmee hij er nog eens een dubbel-inkomen bijverdient.

Hij is niet de enige die zich in het veranderende economische klimaat uitstekend thuisvoelt. Boguslaw Brolski werkte tot vorig jaar voor een staats-handelsorganisatie. Hij is nu directeur-mede-eigenaar van een import-exportbedrijf. Zijn zakenpartner heeft een dubbele rol en wil daarom anoniem blijven. Hij is zowel directeur van een nog bestaande handelsorganisatie van de overheid als belanghebbende in de particuliere onderneming Escort.

Het in dure Westerse pakken geklede duo lacht van tevredenheid. Van een investering van 20.000 dollar wisten ze binnen een jaar een bedrag van 200.000 dollar te maken. Dat is een heel kapitaal in Polen, waar het gemiddelde maandinkomen omgerekend in dollars niet boven de 40 komt.

De twee hebben een jaar lang handig gebruik gemaakt van hun vele relaties en zijn voor staatsbedrijven grondstoffen gaan importeren, waarbij ze met dollars werkten die ze tegen een bijzonder lage koers van de staatsbank wisten te kopen. Dat gemakkelijke geldverdienen is nu ten gevolge van wijzigingen van regelingen voorbij. Maar de nieuwe zakenlieden, die inmiddels verachtelijk neerkijken op de nomenklatoera waar ze zelf uit zijn voortgekomen, hebben alweer nieuwe plannen om naast de geregelde handel een grote slag te slaan.

In het land waar vrijwel niemand kapitaal heeft is hun 200.000 dollar genoeg voor de aankoop van een fabriek. Ze willen een staatsbedrijf opkopen, liefst in de textielsector, dat ten gevolge van de economische veranderingen failliet is gegaan. Daarna een joint venture met een buitenlandse onderneming en sanering. Ze glunderen bij de gedachte en verzekeren dat zij dank zij hun jarenlange relaties in de oude Poolse bureaucratie tot de eersten in den lande behoren die kapitalisme in de praktijk weten te brengen.

Dit is het tweede artikel over de Poolse schoktherapie. Het eerste verscheen op 13 februari.

    • Ben van der Velden