NAVO: Oost-Europa is alleen politiek, niet militair veranderd

BRUSSEL, 15 febr. - De veranderingen in Oost-Europa zijn tot dusver eigenlijk alleen politiek geweest en nauwelijks militair. Tot die conclusie zijn de militaire plannenmakers van de NAVO gekomen na bestudering van de gegevens die hen bereiken over de door de Sovjet-Unie toegezegde eenzijdige terugtrekkingen uit Oost-Europa.

In de afgelopen maanden heeft Gorbatsjov onder meer de terugtrekking en ontmanteling aangekondigd van 90.000 man troepen, 2.750 tanks, 1.500 stuks artillerie en 200 vliegtuigen. 'Tot dusver zijn er niet meer dan 600 tanks vernietigd en van de andere beloofde conventionele reducties is niet meer dan de helft gerealiseerd', zegt een hoge functionaris van de NAVO. Bovendien blijkt het zeer moeilijk te ontdekken wat er gebeurt met teruggetrokken eenheden en materieel: sommige worden ontbonden, andere in de mottenballen gezet, maar weer andere worden zelfs gemoderniseerd en verdwijnen daarna alsnog in de mottenballen. 'Er is in Oost-Europa nog lang geen stabiliteit op militair gebied, de onvoorspelbaarheid van de situatie dwingt ons daarom tot grote voorzichtigheid', zo meent men op het NAVO-hoofdkwartier.

De fundamentele strategie van de NAVO, die is gebaseerd op nucleaire afschrikking en voorwaartse verdediging, zal dan ook blijven bestaan ondanks het feit dat het Warschaupact een steeds minder geloofwaardige militaire organisatie is geworden. Want daarover is men het ook bij de NAVO wel eens: het Warschaupact is, ook al wegens de vragen die er rijzen over de loyaliteit van de Oosteuropese Warschaupact-landen, niet zo erg geschikt meer voor offensieve actie. Het is daarom hoogst ondenkbaar dat het Warschaupact nog in staat is een 'all-out'-aanval te ondernemen, maar in feite was dat al enkele jaren het geval.

Onder invloed van die veranderingen wordt wel de militaire planning van de NAVO aangepast. Bij programma's die op stapel staan, wordt nu al uitgegaan van de sluiting van een CFE-akkoord, een akkoord over beperking van de conventionele strijdkrachten in Europa. Ook de waarschuwingstijd, die tot dusver ongeveer 48 uur bedroeg, kan worden verlengd, omdat vijandelijke troepen minder snel en minder massaal zouden kunnen aanvallen.

De eenzijdige reducties die de Sovjet-Unie heeft aangekondigd, stemmen de militaire NAVO-planners echter niet al te optimistisch. Zij vragen zich met name af hoe het mogelijk is dat een land als de Sovjet-Unie, dat ten prooi is gevallen aan een zo sterk economisch verval, niettemin in staat is de wapenproduktie te moderniseren en in 1989 nog steeds 1.700 tanks produceerde. Dat is de helft van het aantal dat in 1988 van de lopende band rolde, en nog steeds een derde meer dan de NAVO-landen. En ook op het gebied van de nucleaire korte-afstandsraketten, de MiG-29 voor de luchtverdediging en bij de marine gaat de modernisering nog gewoon door.

In een tijd dat de publieke opinie steeds meer begint te twijfelen aan de noodzaak van het militaire bondgenootschap is het voor de NAVO niet eenvoudig het antwoord te vinden op die tegenstrijdige signalen. Plannenmakers kunnen nu eenmaal alleen rekening houden met vaststaande gegevens. De eenzijdige terugtrekkingen, die moeilijk zijn te controleren, scheppen alleen maar verwarring. 'Daarom zijn we ook voorstander van de sluiting van een CFE-akkoord dit jaar. Dat onderteken je en dat kun je controleren. Eenzijdige verklaringen zijn veel goedkoper. Een ondertekend akkoord kun je niet terugdraaien', zo redeneren de NAVO-planners. Op het hoofdkwartier van het bondgenootschap wordt ook ernstig rekening gehouden met een vervolg op het CFE-akkoord waarbij de regelingen voor de veiligheid in overeenstemming moeten zijn met het dan bestaande 'politieke landschap'.

'Er zijn bijvoorbeeld speculaties dat de Sovjet-Unie misschien wel uiteenvalt', zo zegt een hoge militair. 'Maar wij van onze kant zeggen dan dat ook Rusland nog altijd een sterke macht ten oosten van Europa zal blijven. De geografie blijft gelijk. Als de NAVO er niet meer zou zijn, zou dat land zelfs met een relatief kleine strijdmacht altijd nog druk kunnen uitoefenen en een bedreiging blijven. Ze zullen altijd een substantieel militair potentieel houden.' Natuurlijk realiseert men zich ook op het NAVO-hoofdkwartier wel dat er onder de druk van de gebeurtenissen in Oost-Europa in het Westen politieke gevolgen worden verbonden aan een verminderde bedreiging: het verlagen van de eis bijvoorbeeld dat de NAVO-landen hun militaire budgetten met jaarlijks drie procent laten stijgen.

Maar het meest bezorgd maakt men zich over de mogelijkheid dat de NAVO haar samenhang zou verliezen en dat de lidstaten, zoals de Belgische minister van defensie Guy Coeme onlangs deed, op eigen houtje proefballonnetjes oplaten over eenzijdige terugtrekkingen. 'Daarover zijn we zeer ongelukkig, want dergelijke premature uitlatingen tasten de samenhang van het bondgenootschap aan', meent men op het hoofdkwartier van de NAVO.

    • Frits Schaling