Moleculen en provocaties als bronnen van inspiratie

Tentoonstelling: Het accent wisselt, t/m 11 maart in het Museum Bommel-Van Dam, Deken van Oppensingel 8, Venlo. Dinsdag t/m vrijdag van 10 - 17, zaterdag en zondag van 14 - 17 uur. Tussen 24 februari en 1 maart gesloten.)De vier kunstenaars die in het Venlose Museum Bommel-Van Dam verenigd zijn in de tentoonstelling Het accent wisselt zijn nog betrekkelijk jong (tussen de 28 en 38 jaar) en afkomstig uit Limburg. Alle vier wonen en werken ze nu in Amsterdam. Daarmee houden hun overeenkomsten op. Toch had het museum een speciale bedoeling met het samenbrengen van Charles Vreuls, Bernaar Leenders, Daniel Groen en Stanislaw Lewkowicz in een zorgvuldig gepresenteerde tentoonstelling, waarmee de jaren negentig worden ingeluid. De boodschap blijkt uit de titel van de expositie en uit de inleiding van de catalogus (f. 15.-) waarin directeur Thei Voragen een voorzichtige beginselverklaring afgeeft. Het afgelopen decennium, zo staat er, was in Bommel-Van Dam vooral werk te zien van een oudere generatie Limburgers die werden verbonden door gemeenschappelijke uitgangspunten en stijlovereenkomsten. Bij de jongeren is van dat laatste geen sprake meer, het museum wil ook niet langer zoeken naar zo iets als Limburgse kenmerken. Het toont uit de provincie afkomstige kunstenaars met slechts aandacht voor hun individuele kwaliteiten.

Als we ondanks alle verschillen tussen de vier exposanten van nu toch iets gemeenschappelijks in hun werk willen vinden is dat misschien te ontlenen aan een object van Charles Vreuls. Hij lijstte een vergeeld kranteknipseltje in met citaten van een niet nader aangeduide kunstenaar, misschien was hij het zelf wel: 'Ik zou me door alle riolen van de wereld, door alle vernederingen en schendingen heen werken om te schilderen. (..) Dan zal het een genot voor me zijn om van deze vervloekte ellende los te komen.'

Het fanatisme in deze woorden, het concessie-loze doorgaan zonder op afbakeningen tussen abstractie en figuratie te letten, het eigenzinnige in voorstellingen, materiaalgebruik en presentatie is het enige waarin de vier elkaar kunnen vinden.

Daniel Groen laat vele tientallen kleine acrylschilderingen zien, ingelijst achter spiegelend glas en steeds met afgeknotte hoek, omdat hij de gangbare rechthoekige of vierkante omtrekken van schilderijen te anoniem vindt. De voorstellingen zijn ruw en slordig geschilderd, zijn ontleend aan amateurkiekjes, tijdschriftillustraties of aan klassieke schilderijen. Al citerend maakt hij van elke haastig neergeworpen schildering een persoonlijke verklaring waarin de arm van God, het leven, de dood, de geurige aarde in provocerende zin worden aangepakt. Dikwijls worden de bewust kitscherige plaatjes aaangevuld met teksten. Bij een kindje in het bad bijvoorbeeld het Kafka-citaat: 'Immer nur in einem Widerspruch kann ich leben.'

Groens gecultiveerde onverschilligheid ten aanzien van gangbare opvattingen over mooi of lelijk wordt ook duidelijk in een groot waaiervormig schilderij, een naakt zelfportret ten voeten uit temidden van bloemmotieven behelzend met als onderschrift: 'That's me.'

De enige zinnige reactie daarop is; 'So what?' De wat mislukkende provocatie in het blote acryl is overigens een aardige achtergrond voor de beelden van Bernaar Leenders, grote, uit gips, jute en betonijzer samengestelde vormen waarin alledaagse waarnemingen zijn verwerkt tot harmonieuze sculpturen. Vier stoelen en een tafel schuiven in elkaar tot een bijna-abstractie, de bouwlagen van een grote stad worden teruggebracht tot een idyllisch geheel van horizontalen en vertikalen, in panelen uitgespaarde ovalen, cirkels en vierkanten suggereren de wenteling van een overzichtelijk gemaakt zonnestelsel. Leenders werkt steeds met witte elementen hetgeen het barokke van zijn beelden tot een fraai evenwicht terugdringt.

Golfplaten

Stanislaw Lewkowicz nam een complete zaal van het museum in bezit met zijn omvangrijke wandobjecten, bestaande uit in kunststoffen golfplaten geperste litho's. Het zijn er vier die deel uitmaken van een uit 34 stukken bestaande serie over Napels. De kunstenaar liet zich inspireren door het fragmentarische in de restanten van fresco's die in Italie tot in de kleinste dorpen zijn overgebleven. De golvende litho's behandelen in warme kleuren, waaruit af en toe figuratieve elementen opdoemen, de dag en de nacht, de huizen, straten, de mensen door de seizoenen heen in een grote, zuidelijke stad. De golfplaten verhinderen een directe waarneming, de bezoeker wordt gedwongen zich als het ware in de stad te begeven om de weg te zoeken in de golvende kleurenmassa's en dan zal hij op elke litho ergens in een hoekje de in verschillende talen gestempelde mededeling tegenkomen; 'Mank of dood, we treuren nooit.'

Waarom? Nergens om!Het meest gevarieerd op deze expositie tenslotte is het werk van Charles Vreuls. Op een grote zwarte wand laat hij een aantal kleine olieverven zien met geometrische abstracties die zijn reacties verbeelden op muziek en andere geluiden. Cirkels, bollen, vierkanten, verbonden door ritmische lijnpatronen, bewegen in paarse achtergronden, wentelen door rood of groen, zijn inderdaad gevisualiseerde klanken. De schilderijen liggen in het verlengde van een serie tekeningen waarin Vreuls met onbestaanbare wiskundige modellen werkt, varieert op de logistiek van bewegende moleculen, zich afsplitsende kerndeeltjes en zich in golven oplossende materie. Het is uiterst doordacht en de verbeelding prikkelend werk, dat soms wordt opgenomen in de twee- of meerluiken die Vreuls als zelfportretten bedoelt. Zijn pijnlijk nauwkeurig geschilderde gezicht wordt dan gecombineerd met moleculaire abstracties en met uitvergrote waarnemingen van zijn handen, waarvan de vingers iets onverstaanbaars meedelen in doventaal. In een videopresentatie zegt Vreuls dat hij, als hij vastloopt in de abstractie naar de natuur terugkeert en dan al snel bij zichzelf terechtkomt. Die slingerbeweging houdt hem aan de gang met, zoals in Venlo te zien is, prachtige resultaten.

    • Bas Roodnat