Miljoenenverlies Lambert Bank door Drexel-debacle

AMSTERDAM, 15 febr. - De Belgische bank-houdstermaatschappij Groep Brussel Lambert (GBL) heeft gisteren haar belang van ongeveer 20 procent in de in surseance van betaling verkerende New-Yorkse effectenfirma Drexel Burnham Lambert (DBL) geheel afgeschreven.

De deelneming stond voor 3,2 miljard frank (ofwel ruim f. 172 miljoen) in de boeken. Daardoor daalt de geconsolideerde winst van GBL over 1989 van de aanvankelijk verwachte 7,5 tot 4,1 miljard frank. Ten opzichte van de winst van 5,8 miljard frank in 1988 betekent het een winstdaling van bijna 30 procent. Dinsdag en woensdag daalde de koers van aandelen GBL op de beurs van Brussel met 10 procent tot 3.940 frank. De participatie van GBL is indirect, namelijk via haar 57 procent belang in een andere houdstermaatschappij, Lambert Brussels Associates. Deze bezit ruim 35 procent van de aandelen van Drexel. De Zwitserse houdstermaatschappij Pargesa heeft een 25 procent belang in Lambert Brussels, dat wil zeggen bijna 9 procent in DBL. Dit belang staat voor 200 Zwitserse franc ofwel ruim fl.250 miljoen in de boeken. Waarschijnlijk dus hebben de Zwitsers hun belang op een later tijdstip en tegen een hogere koers verworven dan de Belgen. De beleggingsmaatschappij Kuwait Investment Office in Londen, gelieerd aan oliesheiks uit Koeweit, zou 17 procent van Lambert Brussels bezitten, ofwel bijna 6 procent van DBL. Mogelijk gaat het hier om het vroegere zes procent belang van 'king of the junk bonds' Michael Milken. Deze moest zijn aandelen DBL verkopen toen Drexel gedwongen werd haar topproducent te ontslaan. Waarschijnlijk is zijn belang via Lambert Brussels Associates en GBL uiteindelijk doorgesluisd naar de Koeweiti.

Overigens zou Mike Milken nog veel geld te goed hebben van zijn vroegere werkgever: niet alleen de opbrengst van zijn gedwongen aandelenverkoop maar ook zijn salaris en tantiemes over 1988 en 1989. Wellicht is Milken dan ook een van de grootste schuldeisers in het faillissement dat Drexel te wachten staat.

Ooit verdiende hij alleen aan salaris en bonussen meer dan 600 miljoen dollar per jaar, nog afgezien van de inkomsten uit zijn beleggingen. Een bedrag dat zelfs Amerikanen die wat hoge inkomens betreft niet gauw schrikken, een beetje te gortig vonden. Milken mag met recht de best betaalde 'salaryman' aller tijden genoemd worden.

In 1986 maakte Drexel bijna een miljard dollar winst. Conservatief gewaardeerd op zeg tien keer de winst was de firma toen ongeveer tien miljard dollar waard. Op basis van de toenmalige winstcapaciteit zou het huidige GBL-belang dus ongeveer 2 miljard dollar ofwel 4 miljard gulden waard geweest zijn. In ieder geval heel wat meer dan de boekwaarde van fl.172 miljoen die nu in een keer afgeschreven is.

Grote verliezers zullen ook zijn de oprichters-aandeelhouders I. W (voor zijn medewerkers 'eidubbeljoe' of gewoon Toby) Burnham en de ex-Nederlander M. E. (Maurits of Maup) Edersheim. En natuurlijk alle medewerkers-aandeelhouders van de besloten vennootschap. Die zouden miljonair zijn geworden als DBL in 1986 naar de beurs ('public') was gegaan. Nu zullen velen van hen ook nog hun baan verliezen.