Loos verwijt

EEN SOORT GROTE coalitie is binnen enkele uren in Duitsland ontstaan tegen de zakelijkheid en onverzettelijkheid van kanselier Kohl tegenover officieel Oostduits bezoek. Van DDR-premier Modrow via vertegenwoordigers van de aan de Oostduitse regering deelnemende oppositiegroepen tot aan de Westduitse SPD en wat zich daar links van ophoudt. Uit de Oostduitse visite klonk het verwijt aan Kohls adres 'schoolmeesterachtig' te zijn opgetreden. Algemeen werd de Westduitse regering na afloop van de besprekingen voorgehouden de hand teveel op de knip te hebben gehouden.

Nu was de hele exercitie al uit de nood geboren. De kanselier had contact op het hoogste niveau willen bewaren voor een Oostduitse regering die uit de verkiezingen van volgende maand moet voortkomen. Maar de ineenstorting van de Oostduitse maatschappij voltrekt zich zo snel dat Bonn de noodzaak van het aanbrengen van bijzondere stutten begon in te zien. Een signaal moest worden gegeven dat de Bondsrepubliek de landgenoten in het Oosten niet in de steek laat wanneer zij aan de vele malen herhaalde oproep gehoor geven en hun woonplaatsen trouw blijven. Vandaar de bereidheid Modrow te ontvangen.

MAAR ALS gevolg van de zenuwachtigheid in het gezelschap dat momenteel voor de politieke leiding van de DDR tekent, dreigt het signaal een averechts effect te krijgen. De deelnemers aan de Berlijnse ronde tafel hadden op een vriendschappelijk zetje nu gehoopt ten bate van het eigen zwaar aangetaste politieke prestige. Maar de rekenaars in Bonn hadden daaraan geen behoefte. Hoe en tot welk bedrag hun Duitse monetaire unie precies zal moeten worden gefinancierd, kon pas worden vastgesteld wannneer zij een volledig inzicht in de Oostduitse failliete boedel zouden hebben verworven. Daartoe kon alvast een gezamenlijke commissie aan het werk gaan.

Wie geen aandeel heeft in de Duitse politiek kan het gemakkelijk met dit standpunt eens zijn. Niet alleen de regering in Bonn maar het gehele Westen heeft tot dusver volgehouden dat hoe dan ook een herhaling van dedesastreuze vrijgevigheid uit de jaren zeventig moet worden vermeden. Eerst moeten er onomkeerbare afspraken komen over ingrijpende structuurwijzigingen in de voormalige communistische maatschappijen wil het Westen bereid worden gevonden de geldkraan te openen. Dat hebben de Polen geaccepteerd en ook de Hongaren. Voor de Oostduitsers kan niet met andere maten worden gemeten.

DE VERANTWOORDELIJKHEID voor eventuele stagnatie in het op gang brengen van hulpprogramma's en -projecten ligt derhalve geheel bij degenen die momenteel in Oost-Berlijn de lakens proberen uit te delen. Om dat in te zien hebben we geen schoolmeester nodig. Duitslands Europese partners die zich op hun beurt ietwat nerveus gaan gedragen naar aanleiding van de Duits-Duitse ontwikkelingen moge de Bonner standvastigheid rust geven.