Een Duitsland is zaak van alle Europese naties

De verklaring van Ottawa, uitgegeven door de ministers van buitenlandse zaken van de vier in Duitsland aanwezige bezettingsmachten en de ministers van de twee Duitse staten, markeert het einde van de naoorlogse periode. Vijfenveertig jaar na de Tweede Wereldoorlog krijgen de overwinnaars, de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Frankrijk en Groot-Brittannie, nog een keer de kans zich te bemoeien met de toekomst van Duitsland. Daarna zullen de Duitsers weer een gelijkwaardige plaats in het geheel van Europa kunnen innemen.

De militaire aanwezigheid van de vier geallieerden op Duits grondgebied was bedoeld ter voorkoming van de herleving van de nationalistische sentimenten. Zelfs de oprichting van de NAVO - al kon dat officieel nooit zo geformuleerd worden - had niet alleen tot doel 'to keep the Americans in, the Russians out', maar ook 'to keep the Germans down'. De discussie over de status die een verenigd Duitsland in Europa moet krijgen, heeft alles te maken met de mogelijke gevaren die zo'n Duitsland voor de rest van Europa kan opleveren. Zowel de Bondsrepubliek als de DDR is zich daarvan terdege bewust. De Westduitse minster van buitenlandse zaken Hans-Dietrich Genscher zei het in zijn toespraak op de Open-Skiesconferentie zo: 'Moge de Duitse naoorlogse democratie en de vastbesloten opstelling van de Duitsers in de DDR voor vrijheid en mensenrechten alle buurlanden de geruststelling geven dat Duitsers verenigd in vrijheid en democratie zullen bijdragen aan een beter Europa. Ik onderstreep wat Thomas Mann al in 1952 zei: Wij streven naar een Europees Duitsland, niet naar een Duits Europa.'

Met de buren

Oud-bondskanselier Helmut Schmidt hield medio december in Die Zeit een soortgelijk pleidooi, toen hij schreef dat een Duitse eenwording niet buiten de buurlanden om tot stand zou moeten worden gebracht. Hij pleitte voor versterking van de EG, die het politieke zwaartepunt van het continent zou moeten worden. Voorts stelde hij dat NAVO en Warschaupact de eerste tien jaar niet opgeheven zouden moeten worden.

Ook de Oostduitse minister van buitenlandse zaken, Oskar Fischer, leek zich de gevoeligheid van de buurlanden te realiseren, toen hij in zijn toespraak in Ottawa de verzekering gaf dat zijn regering alles doet 'wat redelijk, afgewogen en waardig handelen versterkt en het overslaan van de (Oostduitse) instabiliteit op de Europese ontwapeningsprocessen tegengaat'. Over de doelstelling 'een verenigd Duitsland mag geen gevaarlijk Duitsland worden', zijn alle betrokkenen het volledig eens. Over de weg waarlangs die doelstelling bereikt dient te worden, heerst nog onenigheid. De Oostduitse minister Fischer meent dat een geneutraliseerd en grotendeels gedemilitariseerd Duitsland de beste manier is. Daarmee leek hij in Ottawa te herhalen dat de leiders in het Kremlin de afgelopen tijd steeds hebben gezegd namelijk dat een verenigd Duitsland neutraal dient te worden.

In het gareel

Van Westelijke kant heerst de overtuiging, dat alleen in het kader van het Atlantische bondgenootschap kan worden voorkomen dat Duitsland potentieel gevaarlijk is. Het feit dat Sovjet-minister van buitenlandse zaken Sjevardnadze tijdens zijn verblijf in Canada nu al enkele malen heeft aangegeven dat de eis voor een neutrale status niet absoluut is, duidt erop dat ook de Sovjet-Unie begint in te zien dat de NAVO nog helemaal niet zo'n slecht middel is om de Duitsers in het Europese gareel te houden.

Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat een verenigd Duitsland gevaarlijk zou kunnen worden. Minister Van den Broek ging in zijn toespraak zelfs zo ver publiek zijn vertrouwen in de Duitsers uit te spreken. 'Veertig jaar ervaring met de Bondsrepubliek Duitsland als partner in de Europese integratie en de Atlantische samenwerking, geven ons het volle vertrouwen dat ook een verenigd Duitsland zijn volledige rol in een nieuwe Europese vredesordening zal spelen, als lid van de EG en de Noordatlantische Alliantie.'

Toch zit er een dubbele bodem in die woorden, want het expliciet uitspreken van vertrouwen impliceert dat daarover twijfel kan bestaan. Er blijft kennelijk nog altijd een klein beetje argwaan bestaan rondom dat proces van Duitse eenwording.

Argwaan

De in Ottawa gemaakte afspraak dat de vier bezettingsmachten zich met de twee Duitslanden zullen beraden over de externe consequenties van de Duitse eenwording, hebben die argwaan niet echt minder gemaakt. De Poolse regering heeft gezegd te willen meepraten en minister Van den Broek zei in reactie op de afspraak, dat de landen van de NAVO intensief geconsulteerd zouden moeten worden over de besprekingen tussen de Vier en de twee Duitslanden. Logisch is het wel dat na het einde van de Koude Oorlog de Vier zich buigen over de Duitse eenheid. Hun historische rol bij de deling staat een historische rol bij de eenwording toe, maar daarbij kan het niet blijven. Het proces van de Duitse eenwording gaat niet alleen de Vier aan, maar vrijwel alle landen in Europa. Daarom moet dat proces een veel breder draagvlak krijgen, het liefst van alle 35 landen die deelnemen aan het Helsinki-proces. Daarmee zou de politieke basis onder een verenigd Duitsland aanzienlijk kunnen worden versterkt en wordt het appel aan de Duitsers om Europees te blijven denken alleen maar dringender. Op de Potsdam Conferentie kwamen in juli '45 de Grote Drie (VS, USSR en Groot-Brittannie - Frankrijk ontbrak) bij elkaar om de besluiten van Jalta te ratificeren en afspraken te maken over de toekomst van Duitsland.