eel dagboek

De kleinbeeldcamera is een Nikon F-301, uitgerust met een vijftig millimeter standaardlens en een zogeheten programma-achterwand. Hij staat, geladen met een film voor kleuren-dia's, stevig op een statief verankerd voor het raam van een dakkapel dat in de richting west-zuid-west uitzicht biedt op de samenkomst van de Betuwse riviertjes Linge en Korne. De splitsing in de rustige waterloop onthult een schiereiland dat een weiland is. Centraal in de compositie staat op ongeveer een kilometer afstand de toren van het middeleeuwse kerkje van Buurmalsen, twee hoge, over de Linge leunende en daarin weerspiegelende wilgen zijn de andere beeldbepalende elementen. Het mechaniek in de achterwand van de camera veroorzaakt drie maal per etmaal een opname, te weten 'smorgens om 8.30, 'smiddags om 16.30 en 'snachts om 0.30 uur, dat alles uitgaande van de wintertijd die ook zomers gehandhaafd wordt. Ongeveer een uur voordat de sluiter ontspannen wordt slaat - ook automatisch - een naast het toestel aangebrachte ventilator aan om eventueel condensvocht op het raam weg te blazen, aan de buitenkant wordt de ruit door een overhangende dakrand tegen regen beschermd. Deze opstelling functioneert sinds het najaar van 1985.

Uitzicht

Het betreft een project van de fotograaf George Burggraaff (41) die, afkomstig uit Utrecht, al een kleine twintig jaar in de Betuwe woont en sinds 1977 in de voormalige boerenbedoening aan de Kornedijk tussen Buren en Buurmalsen. Hij kocht de opstallen indertijd, zegt hij, voornamelijk 'op het uitzicht.'

Burggraaff specialiseert zich, na een korte beginperiode in de persfotografie, in het landschap, waarbij hij dorpen en kleine steden inbegrepen acht. Zijn broodwinning ligt voornamelijk in de agrarische sector waar men hem voor jaarverslagen, tijdschriften, kalenders, boeken en dergelijke weet te vinden. Burggraaff bevindt zich in de benijdenswaardige positie dat hij zijn opdrachtgevers meestal uit zijn archief kan bedienen. Zijn dagelijks werk bestaat uit het bijhouden, aanvullen en actualiseren van dat archief. Daarvoor zijn even geregelde als willekeurige expedities noodzakelijk. In het telefoonboek prikt hij een aantal plaatsen die, uitgezet op een kaart, een werkschema worden. Hij begeeft zich naar het eerste geprikte dorp om daar, liefst bij de kerktoren beginnend, in de richting van de zon te lopen: 'Op het maffe af ga ik de zon achterna, onderweg alles bekijkend, ook doodlopende straten moeten betreden worden, dan kom je op plekken die je niet verzint.'

De oogst bestaat dan meestal uit enkele honderden dia's van willekeurige onderwerpen die echter, eenmaal opgenomen in het archief, toch in grotere samenhangen terechtkomen, die door het grote aantal als vanzelf een thematische structuur gaan vertonen. Het archief aan de Kornedijk omvat op het ogenblik ongeveer 85000 kleurendia's. Zo'n vijfduizend daarvan zijn afkomstig uit de automatisch werkende camera voor het raam van de dakkapel. Zorgvuldig gedateerd en met het uur van opname gemerkt zitten ze in plastic hangmappen die weer in plastic koffertjes zijn opgeborgen.

Eentonigheid

In het jaar voordat voor de vaste opstelling werd gekozen, fotografeerde Burggraaff het uitzicht al uit de hand verschillende malen per dag. Toen bleek dat het landschap omstreeks zonsop- en ondergang het interessantste was, werd het project geautomatiseerd: 'In het begin verwachtte ik er niet al te veel van, ik was bang voor de eentonigheid van de bekende grauwe Hollandse luchten.'

In de voortgang van het project bleek al snel dat die monotonie niet bestaat, zelfs bij een grijze, betrokken hemel is er een steeds wisselende structuur. Bovendien kwam in het visuele dagboek de variatie van het al of niet aan de seizoenen gebonden toeval: dan weer schapen in de wei, dan weer koeien, of een paard, een boer kruit zijn mest het land op, schaatsers komen net in die 1/500-ste seconde voorbij, een paar vruchtbomen dragen bloesems, rijp en ijzel slaan toe, mist verdoezelt alles, in de verte wordt begonnen met de bouw van een boerderij die per opname naar voltooiing groeit. En er zijn die voortdurend van kleur en compositie verglijdende luchten, die driekwart van de staande dia's beslaan. En natuurlijk de zich wijzigende positie van de opkomende en weer verdwijnende zon, die in de winter mooi achter de toren van Buurmalsen wegzakt.

Op het moment dat ik bij George Burggraaff op bezoek ben is er overigens sprake van een in dit verband dramatische ontwikkeling. De orkaan van enkele weken geleden heeft een van de twee grote wilgenbomen, die belangrijke dragers zijn van de herhalingsfoto's, geveld, de andere is dermate door de storm aangepakt dat hij omgezaagd moet worden. Burggraaff heeft van de beheerders van het landschap ter plaatse gedaan gekregen dat zij een deel van de stam zullen laten staan zodat er een knotwilg ontstaat. Toch vraagt hij zich af of het wegvallen uit het centrum van de foto's van de boomdiagonalen niet de spanning uit de dia's zal halen. Dat is pas goed te beoordelen als die tweede boom is geknot.

Het probleem is voor hem tevens aanleiding zich opnieuw te bezinnen tot welk moment het project moet worden doorgezet en wat er eigenlijk met die duizenden dia's moet gebeuren. Tot dusver zijn foto's uit de lange reeks gebruikt voor onder veel meer boekomslagen, kalenders, presentatiekaarten, platenhoezen. Maar dat zijn slechts afgeleiden. De fotograaf denkt aan een gedichtenbundel van 365 pagina's, per dag een foto met enkele versregels. Of aan panelen met 52 foto's, een voor elke week, ook een week met zeven dagelijkse panelen is mogelijk: 'Wat je ook verzint, het kost heel veel geld.' Voorlopig blijft de fotografische robot in de dakkamer zijn werk doen, een opname om de acht uur, de nachtelijke dia vertoont meestal slechts een zwart rechthoekje en wordt weggegooid, de twee andere komen in de plastic koffertjes. Eens per elf dagen wordt de film verwisseld. BAS ROODNAT George Burggraaff: vijfduizend foto's vanuit dakkapel Foto Bas Roodnat