Aleksandr Sokoerov verbeeldt de ziel

Madame Bovary (Spasi i sochrani). Regie: Aleksandr Sokoerov. Met: Cecile Zervudacki, Robert Vaab, Aleksandr Seresnik. Amsterdam, Desmet; Rotterdam, 't Venster.

Op ruime afstand gevolgd door Eric de Kuypers Pink Ulysses was Aleksandr Sokoerovs bijna drie uur durende verfilming van Madame Bovary de film die tijdens het afgelopen Filmfestival Rotterdam de meeste verdeeldheid zaaide. Het filmtijdschrift Skrien besteedt in het laatste nummer ruime aandacht aan het werk van Sokoerov, noemt hem 'een van de meest fascinerende cineasten van dit moment, (...) door weinigen bewonderd en door velen verguisd' en constateert dat 'de filmkritiek aarzelend en onthand op zijn films reageert.'

In een festivalverslag prees ik Aleksandr Sokoerov (1950) als een vernieuwer van de syntaxis van de filmkunst. Een doorgewinterde bezoeker van het festival, die doorgaans niet voor een moeilijk toegankelijk experiment terugdeinst, reageerde op die beschrijving droogjes met de woorden: 'O, je bedoelt iemand die van begin tot eind een groothoeklens gebruikt?' Sokoerov, van wie in Nederland al Dagen van duisternis (1988) en De eenzame stem van de mens (1978, vrijgegeven in 1987) te zien waren, is zo'n filmmaker die balanceert op het smalle muurtje tussen genialiteit en charlatannerie. Hij deelt die positie met Bunuel, Godard, Antonioni, Paradzjanov en zijn leermeester Tarkovski, maar is overigens met geen enkele andere regisseur te vergelijken. Het is natuurlijk nog te vroeg om hem bij te zetten in het pantheon van aanvankelijk uitgefloten en later klassiek verklaarde hemelbestormers, maar zeker is wel dat er iets heel bijzonders aan de hand is. De honende reacties op zijn laatste film doen ook denken aan de ontvangst in 1857 van Flauberts roman, een als schokkend ervaren en door de benepen bourgeoisie bespotte aanklacht tegen de domheid, die later beschouwd zou worden als een van de fundamenten van de moderne literatuur.

Ondanks de verplaatsing van de handeling van Normandie naar een kloof in de Kaukasus en Sokoerovs minachting voor de anekdotiek van een vertelling, staat de film verbazend dicht bij de geest en bij sommige details van Flauberts roman. Net als Flaubert observeert Sokoerov pijnlijk nauwgezet - in bijna onverdraaglijk lange camera-instellingen - de grauwe sleur in het leven van een gedesillusioneerde doktersvrouw in de provincie. Ze zoekt een uitweg in mateloze en redeloze seksuele uitstapjes, die al even vreugdeloos verbeeld worden. Buiten het domein van de porno ken ik nauwelijks een film waarin zo vaak, zo mechanisch en zo lelijk de geslachtsdaad wordt voltrokken als in Sokoerovs Madame Bovary. Na afloop kent het volgens klassieke normen niet bijster mooie lichaam van de Franse actrice Cecile Zervudacki voor de toeschouwer nauwelijks geheimen meer.

Sokoerov biedt de kijker verlossing door het oproepen van een religieus-mystieke sfeer, die nauwelijks te onderscheiden valt van de waanzin waaraan zijn naamloze heldin ten prooi valt. De regisseur herhaalt bij elke gelegenheid dat zijn film niet Madame Bovary heet, maar Spasi i sochrani, letterlijk te vertalen als 'Red en behoed'. In de Russische cultuur speelt die religieuze formulering een sleutelrol, ook in het dagelijks leven, en de titel zou voor het eigen publiek wel eens een aanduiding kunnen zijn van de alomtegenwoordigheid van God.

Religie of spiritualiteit is voor Sokoerov geen vroomheid, maar een levensgevaarlijk, onvermijdelijk avontuur, waarvan de reikwijdte moeilijk, dus zeker niet in een recensie, verbaal beschreven kan worden. Er woorden aan vuil maken leidt tot futiliteit en misschien zelfs profanisering. Wie de rode lichtjes in de oogkassen van de dode 'Emma Bovary' ziet gloeien, kan hoogstens aanvoelen wat Sokoerov bedoelt. Het is de eerste keer dat ik zoiets abstracts als een ziel in een film geloofwaardig heb zien verbeelden.

Sokoerov eist van de kijker overgave en geloof. Hij neemt zijn toevlucht tot ongehoorde kunstgrepen, die zich door cynici gemakkelijk laten bespotten. Zijn kwetsbaarheid wekt bij de een bewondering en dweepzucht, de ander ziet slechts poeder en wind en trapt de wijd openstaande deuren keihard in. Niet te ontkennen valt de volstrekt unieke stijl van zijn film, die minder betoverend is dan in Dagen van duisternis, maar wreed, plastisch en banaal.

Om aan te geven dat 'Emma Bovary' groter is dan de andere bewoners van haar dorp, maakt Sokoerov - niet consequent - een reuzin van haar. Ze wordt begraven in drie in elkaar passende lijkkisten en het graf heeft de afmetingen van een flinke vrachtwagen. Een essentiele scene wordt gefilmd door een vuil raam, terwijl de camera scherp gesteld is op een enorme vlieg op de voorgrond. De beroemde erotische koetsrit, waarvan de beschrijving Flaubert op een proces kwam te staan, is weer meeslepend en letterlijk verfilmd, met de nadruk op het overdonderende geluid van het voortrazende rijtuig. Niets is voorspelbaar bij Sokoerov, die voortdurend van tempo en focus wisselt. De geluidsband staat letterlijk los van de rest van de film, en werd geheel kunstmatig achteraf gecomponeerd. Net als in Dagen van duisternis valt de totaal van de handeling ontkoppelde, fantastische muziek op. Componist Joeri Chanin, wiens pastiche van een romantische opera expliciet geprezen wordt als 'een echte Chanini', kan na twee Sokoerov-films al aangemerkt worden als een groot auteur van filmmuziek. Na afloop van de opnamen schreef scenarist Joeri Arabov naar aanleiding van de beelden geheel nieuwe dialogen, die voor het grootste deel door nieuwe acteurs werden ingesproken. Zervudacki, die geen woord Russisch kent, spreekt wel met haar eigen stem, hysterisch flemend, piepend en zingend in het Frans, met een diepe stem fluisterend in het Russisch. Er zit nauwelijks logica in de werkwijze van Sokoerov, maar het klopt precies.

Wat Madame Bovary, zoals Spasi i sochrani toch internationaal bekend is komen te staan, tot een verdeeld genoegen maakt, is de voortdurende strijd die de kijker moet voeren met de weerbarstige beelden en geluiden, maar ook met zichzelf. Sokoerov slingert je heen en weer tussen gevoel en verstand, tussen cynisme en geloof, tussen extase en het roepen dat de keizer geen kleren draagt. Er zijn op dit moment weinig filmmakers die zulke sterke reacties op weten te roepen en alleen daarom al verdient Madame Bovary het voordeel van de twijfel.

HANS BEEREKAMP