Afghanistan begint op Libanon te lijken

Voor westerlingen blijven de Afghanen een onberekenbaar volk. Al in de vorige eeuw spotten ze met alle wetten van de logica door een goed uitgeruste invasiemacht van 16.000 man van het toen oppermachtige Britse wereldrijk tussen Kabul en Jalalabad bijna tot op de laatste man in de pan te hakken.

In onze tijd herhaalden de Afghanen dit kunststukje door met een meedogenloze guerrillastrijd de binnengevallen legers van de Sovjet-Unie het leven zo zuur te maken dat deze er uiteindelijk de voorkeur aan gaven Afghanistan te ontruimen.

Daaruit leidden Westerse waarnemers af dat hetzelfde Afghaanse verzet dat in staat was geweest, zij het met rijkelijke buitenlandse hulp, het Rode Leger te verjagen, de communistische restanten in de hoofdstad Kabul ook wel snel zou opruimen. Maar zie, opnieuw een geheel verkeerde beoordeling. Vandaag, een jaar na het vertrek van de laatste Sovjet-soldaten op 15 februari 1989 zit het communistische bewind van president Najibullah in Kabul nog steeds stevig in het zadel. En de onoverwinnelijk geachte verzetsstrijders, de mujahedeen, hebben al die tijd nog geen enkele belangrijke stad weten te veroveren en vechten meer onderling dan tegen Najibullahs troepen.

Vluchtelingen

Al wordt er op het ogenblik betrekkelijk weinig gevochten, het land is er jammerlijk aan toe. Nog altijd verblijven er ruim vijf miljoen vluchtelingen in de buurlanden Pakistan en Iran, terwijl nog eens vele honderdduizenden mensen binnen Afghanistan zelf van huis en haard zijn verdreven. Nog altijd liggen grote delen van Afghanistan vol landmijnen, waardoor dagelijks mensen om het leven komen of verminkt raken.

Economisch gezien is het toch al straatarme land er nog slechter aan toe dan voor de verwoestende oorlog van de afgelopen elf jaar: het schaarse bebouwbare land in het overwegend agrarische Afghanistan is goeddeels uitgedroogd door de verwoesting van de irrigatiewerken. Bovendien zijn de meeste ploegdieren van honger omgekomen of gedood door het oorlogsgeweld. Het aantal scholen en ziekenhuizen per hoofd van de bevolking behoort, zeker op het platteland, tot het laagste ter wereld.

Hoe moet het nu verder met dit onfortuinlijke land? De Westerse logica, die wanneer het om Afghanistan gaat al zo dikwijls tot niets heeft geleid, zou verlangen dat de beide strijdende partijen, als de een de ander niet kan verslaan, tot een compromis komen. Maar zo'n makkelijke oplossing is in het tegenwoordige Afghanistan nauwelijks voorstelbaar.

De traditionele tegenstellingen in het land, zowel van etnische en religieuze als ideologische aard, zijn door tien jaar oorlog juist verder verscherpt. En, belangrijker nog, het land zit zo vol met wapens dat elk ruzietje gemakkelijk ontaardt in een lokaal oorlogje, waarbij dikwijls de zwaarste wapens worden ingezet. Dit geldt niet alleen voor het intens verdeelde verzet, maar ook voor de communisten in Kabul. Ook de diverse communistische facties, die overigens de meeste marxistische opvattingen allang hebben afgezworen, kunnen elkaars bloed wel drinken.

Onder die omstandigheden is het niet realistisch te verwachten dat de kampen, die elkaar zojuist nog overhoop schoten, met elkaar een huwelijk willen aangaan en een coalitie-regering vormen. De mujahedeen weigeren hardnekkig om zelfs maar met het bewind van de door hen gehate Najibullah te praten, en nu het hem boven verwachting goed gaat is die op zijn beurt eveneens minder bereid tot compromissen. Het merendeel van de 'gewone' Afghanen snakt intussen naar vrede.

Vele waarnemers vestigen hun hoop op externe druk. Wanneer Moskou en Washington de koppen bij elkaar steken, valt er aan de kwestie-Afghanistan wel een mouw te passen, menen ze. Invloed op de gang van zaken in Afghanistan kan beide supermogendheden niet worden ontzegd. Volgens de Amerikaanse CIA levert de Sovjet-Unie nog steeds voor een slordige 250 miljoen dollar per maand aan voedsel en vooral wapens aan het bewind in Kabul. De Verenigde Staten steken hier iets bescheidener bij af met hun ruim 600 miljoen dollar per jaar voor de mujahedeen, die daarnaast ook nog eens op omvangrijke hulp van Saoedi-Arabie kunnen rekenen.

Door te dreigen met het intrekken van deze hulp kunnen beide kanten zware druk op hun Afghaanse bondgenoten uitoefenen. Zowel de Sovjet-Unie als de VS willen dit echter alleen doen wanneer sprake is van een zekere symmetrie bij de vermindering in hulp aan beide kanten. Het lijkt zeer wel mogelijk dat beide supermogendheden, die zich in andere opzichten de laatste tijd vaak uiterst soepel tegenover elkaar hebben betoond, het ook hierover eens zouden kunnen worden. Afghanistan zou zeker baat hebben bij een afnemende stroom van verwoestende wapens, waarin het land toch al bijna verdrinkt.

Een geheel andere vraag is echter of zowel de mujahedeen als de regering in Kabul zich er door respectievelijk Amerikaanse en Sovjet-druk (of zelfs daadwerkelijke vermindering van hulp) toe zou laten brengen een coalitie met de gehate tegenstanders aan te gaan. Afghanen zijn immers over het algemeen bijzonder trots en laten zich door niemand de wet voorschrijven en al helemaal niet door een buitenlandse mogendheid, ook niet als ze daar zelf materieel op achteruitgaan. Dat is tegelijkertijd hun grote kracht en hun zwakte.

Nog minder zijn ze geneigd zich hun wapens te laten ontnemen door buitenstaanders. Het gisteren gepresenteerde voorstel van Sovjet-minister van buitenlandse zaken Edoeard Sjevardnadze om Afghanistan geheel te demilitariseren is dan ook tot mislukken gedoemd.

Waarschijnlijker is dat de oorlog, wellicht op een lager pitje dan thans, zal blijven voortsudderen, met af en toe een kortstondig, bloedig conflict. Nu eens tussen de regering-Najibullah en verzetsstrijders, dan weer tussen de verschillende verzetsgroepen en een enkele keer gewoon een ouderwetse stammenstrijd. De vluchtelingen zullen in die omstandigheden niet willen terugkeren en de economische chaos zal blijven. Het land is daarmee voor jaren veroordeeld tot een uitzichtloos bestaan.

Nog maar een paar jaar geleden, toen het verzet af en toe door gezamenlijke operaties de Russen gevoelige klappen wist toe te brengen, werden vergelijkingen tussen Afghanistan en het steeds verder desintegrerende Libanon als onzinnig van de hand gewezen. Een jaar na het vertrek van de Russen uit Afghanistan wordt echter steeds duidelijker dat het land aankoerst op een zelfde tragische neergang als Libanon.