terker tegenover D-mark

AMSTERDAM, 14 febr. - In het geweld dat de afgelopen week ontstond rond de Duitse Economische en Monetaire Unie (DEMU) verstevigde de gulden zijn positie ten opzichte van de D-mark. Vanmorgen noteerde de gulden 112,70 per 100 D-mark, tegen 112,85 een week geleden. De 0,1 procentpunt verhoging van het tarief op de jongste speciale belening gaf de gulden dus voldoende steun. De markt had een verhoging met 0,2 procentpunt verwacht. In een omgeving met stijgende geldmarktrentes op zowel de Duitse als de Nederlandse geldmarkt liep het rente-ecart tussen Nederland en Duitsland enigszins terug. Gisteren lag het tarief voor driemaands interbancair geld in Nederland 0,26 procentpunt hoger dan een week geleden, terwijl in Duitsland de stijging 0,35 procentpunt bedroeg.

De verzwakking van de D-mark werd veroorzaakt door het voorstel van de Westduitse minister-president Kohl om 'overnight' een DEMU af te roepen, met ver strekkende consequenties voor de Westduitse begroting en de Westduitse handelsbalans. Immers, niet alleen zou hierdoor op korte termijn een aanzienlijke bestedingsimpuls optreden als gevolg van de monetaire 'overhang', maar tevens werd gevreesd voor de inflatoire effecten van het invoeren van het Westduitse sociale zekerheidsstelsel in Oost-Duitsland.

Op de nieuwste zevendaagse speciale belening wees De Nederlandsche Bank afgelopen vrijdag fl.7630,2 miljoen toe, tegen het tarief van 8,4 procent. Te zamen met het contingent van fl.4,1 miljard bedroeg de geldmarktsteun circa fl.11,7 miljard, voldoende om de geldmarkttekorten van ongeveer 11,5 miljard af te dekken. Het contingent geeft daarbij aan hoeveel de banken gedurende een periode van drie maanden per dag gemiddeld in het 'rood' mogen staan bij De Nederlandsche Bank. De banken waren niet in staat om in deze markt hun besparing op het contingentsverbruik op te voeren. Evenals een week eerder bedroeg de besparing 1 procentpunt (verbruik 20 procent, verstreken periode 21 procent). De geldmarkt werd enigszins verruimd door netto-betalingen door de schatkist (f. 788,6 miljoen) en het afnemen van de bankbiljettencirculatie (- fl.187,6 miljoen). Gevoegd bij de fractioneel lagere speciale belening (- f. 320,8 miljoen) ten opzichte van de vorige faciliteit konden de banken hun 'roodstand' bij De Nederlandsche Bank met ongeveer fl.700 miljoen afbouwen.

Bron: NMB Bank

    • Weekstaat der Nederlandsche Bank