'Meer studie naar kanker Aalsmeer nodig

AALSMEER, 14 febr. - Dokter J. A. van Kessel, huisarts te Aalsmeer, heeft in zijn praktijk vier patienten, een man en drie vrouwen, die lijden aan lymfomen (kanker aan de lymfeklieren) en een patient, een man van 72, die is aangetast door leukemie (bloedkanker). Begin jaren tachtig had hij drie jonge tot zeer jonge leukemiepatienten, die weldra zouden sterven. Ook sommige van zijn collega's telden opvallend veel gevallen van bloed- en lymfekanker onder kinderen en daarvan werd verontrust melding gemaakt bij de basisgezondheidsdienst in Amstelveen, waar ook Aalsmeer onder valt. Het signaal bleef echter onbeantwoord.

Dat was in 1984. Een jaar later traden de ouders van een aan leukemie overleden jongen met een dwingende vraag naar buiten: hoe was het aantal van acht jonge leukemiepatienten binnen een straal van een kilometer in Aalsmeer-Oost te verklaren? De ouders legden een verband tussen deze ziekte en het Oosterbad, onderdeel van het natuur- en recreatiegebied Oosteinderpoel, waar druk werd gezwommen vlakbij een opslagplaats van giftige bestrijdingsmiddelen. Vroeger was hier bovendien een dumpplaats van afgewerkte olie.

Dit signaal werd wel opgepakt. De basisgezondheidsdienst stelde een onderzoekje in en moest vaststellen dat de sterfte aan leukemie in de periode 1980-1984 inderdaad ver boven het landelijke gemiddelde lag. Dokter Van Kessel: 'Dat gemiddelde zou voor Aalsmeer inhouden: elke vijf jaar een leukemiepatient jonger dan veertig jaar in de hele gemeente, die 22.000 inwoners telt. In werkelijkheid lag het aantal zeven keer zo hoog'.

Publiciteitsgolf

Later, in 1988, volgde onderzoek naar een mogelijk verband tussen bloed- en lymfekanker (aan elkaar verwante ziekten) en milieuvervuiling in Aalsmeer. Eind oktober 1989 werd daarover rapport uitgebracht. De conclusie luidde: 'Dit onderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd dat gezwommen hebben in de Oosteinderpoel en intensief contact met bestrijdingsmiddelen en olieprodukten mede een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van kwaadaardige bloedaandoeningen in Aalsmeer'. De zaak drong toen, oktober-november '89, nog nauwelijks tot de media door. Dat gebeurde pas in januari van dit jaar, nadat drs. J. J. L. Pieters, inspecteur bij de geneeskundige hoofdinspectie in Rijswijk, tegenover NRC Handelsblad had verklaard: 'Voor het eerst zijn in Nederland in verband met een ziektecluster duidelijke aanwijzingen gevonden dat milieufactoren een oorzakelijke rol hebben gespeeld'. De publiciteitsgolf die hiervan het gevolg was, heeft huisarts Van Kessel (41) extra gealarmeerd en bovendien geinspireerd tot een voorzichtige actie om gedaan te krijgen dat er een grondig en breed opgezet vervolgonderzoek naar de oorzaken van kanker in Aalsmeer wordt ingesteld.

Zo'n vervolgonderzoek zou zich volgens hem moeten uitstrekken over alle vormen van kanker, in het bijzonder huid- en longkanker, en over alle leeftijden. Hij wil ook een statistische vergelijking wat betreft kankerpatienten tussen Aalsmeer, centrum van de bloementeelt, en andere tuinbouwgebieden, bijvoorbeeld het Westland en de klassieke bollenstreek tussen Haarlem en Leiden, waar ook op grote schaal met chemicalien wordt gewerkt.

VliegverkeerBovendien zou men Aalsmeer moeten afzetten tegen naburige gemeenten, bijvoorbeeld Hoofddorp en Badhoevedorp, die geen teelt van betekenis kennen, maar wel in de onmiddellijke nabijheid van Schiphol liggen. Want ook de luchtvervuiling door het vliegverkeer zou een belangrijke rol kunnen spelen bij het optreden van kanker.

Deze laatste factor is in het rapport van de basisgezondheidsdienst onderbelicht gebleven. Ten onrechte, vindt onder meer de stichting Natuur en Milieu. De bewuste wijk in Aalsmeer met haar 'oversterfte' aan leukemie ligt ongeveer anderhalve kilometer van het vliegveld. Bovendien ligt het in opspraak gekomen Oosterbad slechts 600 meter van de plek waar vliegtuigen gemiddeld een uur per dag proefdraaien bij reparatie of onderhoud.

Van Kessel attendeert op een passage in een uitgebreide ingezonden brief in de Volkskrant: 'Pas de laatste jaren zijn de milieunormen wat aangescherpt. Voor wellicht velen te laat. In het Aalsmeerse Kastanjelaantje - een steenworp lang - wonen zeven weduwen waarvan alle echtgenoten aan kanker stierven'. De dokter kan het bevestigen: 'Dat laantje ligt in het verlengde van een van de startbanen van Schiphol. Precies: de Aalsmeerbaan'. Schiphol behoort tot de gemeente Haarlemmermeer. Die gemeente was kort geleden ook voorwerp van onderzoek naar de sterfte aan kanker. De uitslag mocht geruststellend heten: het aantal sterfgevallen was niet verontrustend hoog in vergelijking met de rest van het land. Maar daarmee was Aalsmeer nog allerminst schoongewassen. Van Kessel: 'Aalsmeer ligt veel dichter bij Schiphol dan bijvoorbeeld Nieuw-Vennep, een van de dorpen in de Haarlemmermeer'. De uitgebreide studie die hij nu bepleit, zou ook weer iets voor de basisgezondheidsdienst kunnen zijn. Van Kessel raadpleegde hierover inspecteur Pieters, die dezelfde mening is toegedaan. De vraag is nu wie het iniatief neemt. Bij het eerste onderzoek waren de gemeente Aalsmeer en de hoofdinspectie van de volksgezondheid voor de milieuhygiene opdrachtgevers. Van Kessel: 'Ook nu zie ik weer een duidelijke taak voor de gemeente, eventueel samen met andere instanties'.

    • F. G. de Ruiter