Ironie en verzet

De felicitatie uit de mond van de VVD'er Linschoten klonk gisteren in de Tweede Kamer nogal ironisch: het derde kabinet-Lubbers bestaat deze week honderd dagen en dat is een gelukwens waard, mede gezien 'de recente ontwikkelingen in de Eerste Kamer'.

Inderdaad was het gisteren in parlementair opzicht een gedenkwaardige dag: voor het honderd dagen bestaande kabinet tekende zich in de Eerste Kamer een nederlaag af aan het einde van het debat over het huurwaardeforfait en in de Tweede Kamer hielden mevrouw Scheltema-De Nie (D66) en Linschoten interpellaties over een vermeend gebrek aan homogeniteit van het regeringsbeleid rondom het fameuze begrip 'sociale vernieuwing'. Liepen de interpellaties in de Tweede Kamer over de sociale vernieuwing min of meer met een sisser af - de ministers Lubbers, Dales en d'Ancona hielden zich de interpellanten vrij gemakkelijk van het lijf - van groter belang was gisteren het unanieme verzet van de CDA-fractie in de Eerste Kamer tegen het door de christen-democratische staatssecretarissen Van Amelsvoort (financien) en Heerma (volkshuisvesting) verdedigde wetsvoorstel tot verhoging van het huurwaardeforfait en verlaging van de overdrachtsbelasting. In zekere zin kan hier worden gesproken van de eerste reele tegenslag voor het op de Tweede-Kamerfracties van CDA en PvdA steunende kabinet, waar tegenover de Eerste Kamer - de CDA-senatoren voorop - zich gisteren duidelijk profileerde.

In de afgelopen anderhalve eeuw zijn bij het bestaansrecht van de Eerste Kamer meer dan eens vraagtekens gezet, maar sinds gisteren is de positie van deze Kamer vermoedelijk sterker dan zij in lange tijd is geweest. Flinke taal van regeringswege - dreigen met kabinetscrisis en/of Kamerontbinding - zou neerkomen op avontuurlijke politiek. Het 'machtswoord' van vice-premier Kok op 28 december tegenover de Eerste Kamer (ter gelegenheid van een AAW-wetje) en het betoog van premier Lubbers op 24 januari over de wijze waarop de Eerste Kamer zich zou dienen te gedragen lijken vooralsnog niet voor herhaling vatbaar te zijn. 'Wij zijn vertegenwoordigers van het volk', wreef het Eerste-Kamerlid Boorsma (CDA) gisteren de regering onder de neus. Inderdaad: ook de Eerste Kamer is deel van de volksvertegenwoordiging. De regering zal tegenover de volksvertegenwoordiging met goede argumenten moeten komen, maar deze hadden volgens de CDA-fractie ontbroken in de kwestie van het huurwaardeforfait. Zwak was bijvoorbeeld het argument van staatssecretaris Van Amelsvoort, dat de belastingdienst in moeilijkheden zou komen in verband met de reeds uitgereikte schattingsformulieren-inkomstenbelasting, mocht het wetsvoorstel 'onverhoopt' worden verworpen. De CDA-Senaatsfractie noemde het - terecht - onjuist dat ambtelijke diensten vooruitlopen op beslissingen van de Eerste Kamer.

Voor zover uit de woorden van de ministers Lubbers, Dales en d'Ancona gisteren in de Tweede Kamer viel op te maken zou het regeringsbeleid inzake sociale vernieuwing (waar blijft de term 'innovatie'?) eigenlijk neerkomen op eenheid in verscheidenheid: er wordt onderling over gediscussieerd, maar er zijn blijkbaar geen meningsverschillen. Het lid Buurmeijer (PvdA) drukte zich idyllisch uit: laat duizend bloemen bloeien. Het begrip sociale vernieuwing heeft vleugels gekregen, maar volgens mevrouw Beckers (Groen Links) is het vogeltje voorlopig nogal zielig.