Geweld overspoelt Doesjanbe

MOSKOU, 14 febr. - Sovjet-leider Gorbatsjov heeft vandaag hard optredenaangekondigd tegen nationalisten die aanzetten tot etnisch geweld. Hij deeddat naar aanleiding van de rellen in de Tadzjiekse hoofdstad Doesjanbe, waarde situatie volgens radio-Moskou 'volledig uit de hand is gelopen' en waaral 37 doden en tachtig gewonden zijn gevallen. Vanochtend openden troepen in Doesjanbe het vuur op menigten betogers.

Verwijzend naar de crises in Azerbajdzjan en Tadzjikistan drong Gorbatsjov vanochtend in de Opperste Sovjet aan op een nieuwe wet over de betrekkingen tussen de republieken. 'Na Armenie zijn de gebeurtenissen in Doesjanbe een kettingreactie op de gebeurtenissen in Azerbajdzjan', zei Gorbatsjov, die tot bezinning maande. De Opperste Sovjet nam een minuut stilte in acht voor de slachtoffers van etnische conflicten sinds begin dit jaar. Twee dagen geleden kondigden de plaatselijke autoriteiten in Doesjanbe (600.000 inwoners) de noodtoestand af, nadat woedende mensenmassa's de straat waren opgegaan om te protesteren tegen de komst van Armeense vluchtelingen uit Bakoe. De autoriteiten haastten zich de verzekering te geven dat het hier ging om een kleine groep van enkele tientallen mensen die bij hun familie wilden intrekken, maar zij konden de menigte niet bedaren. Rellen en brandstichting brachten de stad in rep en roer. De verontwaardiging richtte zich vooral op geruchten, door de autoriteiten krachtig tegengesproken, dat de Armeniers de woningen zouden krijgen toebedeeld waar de Tadzjieken al zo lang op wachten. De Armeniers zijn inmiddels op het vliegtuig naar Jerevan gezet. De aanvallen richten zich inmiddels ook tegen de Russische bevolking van de stad. Er zijn onvoldoende binnenlandse veiligheidstroepen in Doesjanbe om de situatie weer onder controle te krijgen. Een televisiecorrespondent meldde dat 'de situatie ondanks de noodtoestand is verergerd' en dat 'de pogroms en excessen en de aanvallen van de plunderaars gewoon doorgaan'.

Volgens de journalist zijn de autoriteiten de situatie niet langer meester en zijn de botsingen, op zeker tweehonderd plaatsen in de stad, zeer gewelddadig. Het busstation, een gedeelte van het spoorwegstation, en de hal van hotel Doesjanbe zijn verwoest en bijna alle winkels geplunderd.

Partijleider Kachar Machkamov heeft via de televisie geprobeerd de gemoederen te kalmeren, maar zonder succes. Volgens Interfax, een nieuwsbulletin van radio Moskou, verzamelden zich maandagmiddag ongeveer vierduizend mensen bij het gebouw van het Centraal Comite. Er werd een ultimatum overhandigd waarin vijf eisen waren geformuleerd: alle Armeense vluchtelingen moesten worden gedeporteerd, de Tadzjiekse aluminiumfabriek moest worden gesloten, alle inkomsten van de katoenoogst moesten de bevolking ten goede komen, de partijleiding en de regering moesten aftreden en 25 mensen, die maandag wegens geweldpleging waren gearresteerd, moesten worden vrijgelaten. De menigte probeerde het gebouw te bestormen en wist het, ondanks ingrijpen van de politie met waarschuwingsschoten, traangas en de wapenstok, in brand te steken.

Het Centraal Comite van de Tadzjiekse partij is gisteravond in spoedzitting bijeen geweest om de situatie te bespreken. De Centraalaziatische republiek Tadzjikistan, gelegen in het hooggebergte van de Pamir, grenst aan Oezbekistan en Kirgizie, aan China en aan Afghanistan. De republiek heeft 5 miljoen inwoners waarvan iets meer dan de helft Tadzjieken zijn, een Turkssprekend moslimvolk. Er wonen ongeveer een half miljoen Russen, voornamelijk in Doesjanbe. Net als de Kirgiezen en Oezbeken hebben de Tadzjieken de kant van de Azeri gekozen in het conflict met Armenie.

Ook in Oezbekistan en Kirgizie is met demonstraties geprotesteerd tegen de komst van Armeense vluchtelingen. De sunnitische Tadzjieken hebben bijna het hoogste geboortecijfer in de hele Sovjet-Unie. In het aangrenzende Afghanistan wonen drie tot vier miljoen Tadzjieken. Toen de Sovjet-troepen eind 1979 Afghanistan binnentrokken, maakten ze in eerste instantie veel gebruik van Centraalaziatische recruten. Massale overloop naar de Afghaanse guerrilla deed Moskou haastig besluiten geen Tadzjieken meer direct in te zetten in de strijd. Tadzjikistan is de Sovjet-republiek waar de moslimtradities het sterkst zijn gebleven. Er schijnt een vrij uitgebreid netwerk van ondergrondse sufi-gemeenschappen te bestaan, en een groot aantal niet-geregistreerde mullahs. Volgens de Iraanse journalist Taheri zitten in Tadzjikistan zeker vijftig moslims in de gevangenis, die allen de laatste jaren zijn gearresteerd wsgens ondergrondse propaganda voor een militante vorm van de islam. Vorig jaar is Tadzjikistan al het toneel geweest van etnisch geweld, vooral in het grensgebied met Oezbekistan. De woede van de Tadzjieken richtte zich toen op de Mescheten-Turken, die, uit Oezbekistan verdreven, naar Tadzjikistan vluchtten. De ongeregeldheden in Doesjanbe, in Kirgizie, en, vorig jaar, in Oezbekistan, zijn voor de Sovjet-autoriteiten alarmerende signalen van het ontwaken van Centraal-Azie, een spookbeeld dat de Russen altijd levendig voor ogen heeft gestaan.

    • Laura Starink