Enquete naar uit de hand lopen van Wir-uitgaven

Den Haag, 14 feb. - De ministeries van financien en economische zaken houden een enquete om inzicht te krijgen in de overschrijding van de WIR-uitgaven.

Minister Kok (financien) heeft vanmorgen zijn fiat gegeven aan deze enquete, waaraan naar verwachting ongeveer drieduizend ondernemers vrijwillig zullen deelnemen. Het ministerie van financien zal de resulaten bekendmaken in de voorjaarsnota die in april wordt gepubliceerd. De WIR (Wet Investeringsrekening) is in 1978 ingevoerd om investeringen door het bedrijfsleven te stimuleren. In 1988 is de investeringsregeling afgeschaft, maar de claims zullen ook nog de komende jaren in de overheidsuitgaven doorwerken. Volgens een woordvoerster van het ministerie van financien is in de periode 1978-1989 ruim 54 miljard gulden uitgekeerd.

Bedrijven die meewerken aan de vrijwillige WIR-enquete krijgen daarvoor een vergoeding van 75 gulden. 'Het bedrag staat in geen enkele verhouding tot de gemaakte kosten', zegt W. de Graaf algemeen secretaris van werkgeversorganisatie NCOV. De werkelijke kosten schat hij op minimaal 400 gulden, omdat ondernemers vaak een beroep zullen moeten doen op externe financiele adviseurs.

Maar toch zien NCOV en zusterorganisatie KNOV het bedrag als een principiele doorbraak. 'De overheid heeft in het verleden nooit willen weten van een financiele vergoeding van door de overheid opgelegde administratieve handelingen', zegt De Graaf.

Volgens zijn collega B. Vonk van het KNOV maakt minister Andriessen (Economische Zaken) zijn taak als belangenbehartiger voor het midden- en kleinbedrijf waar. 'Een ex-ondernemer weet waar de administratieve schoen wringt', aldus Vonk.

Het bedrijfsleven klaagt al jaren over de administratieve lastendruk, die door de belastingwetgeving Oort verder is gestegen. Volgens de woordvoerdster van Financien gaat het om een kleine vergoeding omdat het een vrijwillige enquete betreft. 'Een geste. Er is zeker geen sprake van een principiele doorbraak.'