Dresden wil niet langer een 'bloedende Duitse wond' zijn

DRESDEN, 14 febr. - Op 13 en 14 februari 1945 werd Dresden, het 'Florence aan de Elbe', in een orkaan van vuur vernietigd door Britse en Amerikaanse luchtbombardementen. Ter gelegenheid van de 45ste herdenking van de 'ondergang van Dresden' is nu een op 160 miljoen D-mark beraamd plan gepresenteerd om de Frauenkirche, het symbool van de verschrikkingen van de oorlog, als een phoenix uit het puin en de as te laten herrijzen.

De eens zo beroemde 18de eeuwse barokkerk met zijn koene koepel moet, zo vlak bij de linker rivieroever, de bekroning worden van het herstel van het oude stadsbeeld, dat begon met de restauratie van de Opera van Gottfried Semper. Dresden moet opnieuw de 'cultuurstad van Europa' worden.

Het plan is omstreden. Het gaat namelijk niet om een drastische restauratie maar om de bouw van een exacte kopie van de kerk, waarvan nu nog slechts de uitgebrande restanten van twee van de vier muurhoeken overeind staan. Zij omringen een berg van brokken zandsteen, waar inmiddels menige struik en berk wortel heeft geschoten. En, belangrijker, het gaat niet slechts om de verwijdering van 'Duitslands mooiste ruine', het gaat om de verwijdering van een wereldwijd bekend gedenkteken dat niet alleen herinnert aan de 'zinloze' geallieerde terreuraanval op de burgerbevolking die meer dan 35.000 levens kostte. Zoals de bronzen plaquette in de straatstenen van de Neumarkt voor de kerk aangeeft: de ruine zou ook een blijvende herinnering zijn aan het feit dat de oorlog, die onbarmhartig op Duitsland terugsloeg, door Duitsland zelf was ontketend.

Morele kwestie Bij de presentatie van het plan, op een persconferentie in Dresden, ontweken de initiatiefnemers, zo'n twintig in getal en meest intellectuelen, deze morele kwestie. De leden van dit zich nadrukkelijk 'burgerinitiatief' noemende gezelschap somden een hele reeks redenen op waarom de Frauenkirche herbouwd moet worden. De negatieve redenen: er bestaat instortingsgevaar, de kosten van het in stand houden van de ruine zijn groot en de zeggingskracht van het monument wordt door de nieuwe gebouwen in de directe omgeving toch al minder. De positieve redenen: het kan een tegenpool vormen voor de bewapeningswaanzin en vernietigingswoede, het moet daarom een 'christelijk wereldvredescentrum', een Europees 'huis van de vrede' worden en het moet Dresden opnieuw tot het Mekka van kunstvrienden maken. Nu is Dresden nog altijd de bloedende wond van de Duitse cultuur, zo zei woordvoerder prof. Ludwig Guttler.

De enige sceptische stem in het koor van pleitbezorgers voor wederopbouw kwam van de woordvoerder van bisschop Hempel van de Evangelisch-Lutherse kerk van Saksen, de eigenares van de ruine. De kerk heeft geen behoefte aan wederopbouw. Het zal een godshuis zonder gemeente worden, men vindt dat het geld elders dringender nodig is en men wil bovendien de ruine behouden als oorlogsmonument.

De ironie wil dat de kerk zelf aan de wieg stond van het huidige plan. In 1988 gaf bisschop Hempel opdracht aan een team van vijf architecten en ingenieurs om een studie te verrichten naar de mogelijkheid om van de steenberg een openluchtkerk maken. Het team trok de puinberg op, maakte tekeningen en de kerk was er uiterst tevreden over. 'Maar wij niet', zegt teamlid ir. Dieter Scholzel (55) in zijn bureau in het net zo ruineuze stadsslot naast de Frauenkirche. 'Wij vonden het niet bevredigend. En zeker niet meer na de 'Wende' van eind vorig jaar. Toen werden de burgers eindelijk wakker, en de meest gestelde vraag was: wat gebeurt er met de Frauenkirche?' De complexe verhouding van de Dresdeners tot de ruine vloeit mede voort uit de permanente wens van het regime-Honecker om de restanten op te ruimen. Restaurateurs waren reactionair. In de jaren tachtig verzamelden christelijke vredesgroepen zich hier elke dertiende februari om in het avondduister in een stille demonstratie brandende kaarsen op de stenen te smelten. Deze met moeite gedulde vredesdemonstraties liepen uiteindelijk uit op de ondergang van Honecker.

De wens van vele Dresdeners om de Frauenkirche weer op te bouwen komt, lijkt het, mede voort uit de wens eindelijk te kunnen afrekenen met het verleden, en dat verleden geldt niet alleen Hitler, maar ook wat daarna kwam. De ruine is voor hen ook het symbool van de puinhoop die het socialisme heeft achtergelaten. Nu zoekt men de trots van de stad in een verder verleden.

Architect Scholzel denkt ook ongeveer zo. Hij tilt niet zwaar aan het morele bezwaar tegen wederopbouw van de kerk. 'Ik ben hier nu 25 jaar bezig, eerst aan de Semperoper, nu aan het slot, en als vakman zie ik nog steeds alleen maar een verwoeste stad. En dat is zeer smartelijk. De kerk mag het ijdel vinden dat wij nu de hele wereld en de Unesco om geld vragen voor het herstel van de Koepelkerk, maar wij hebben deze nodig voor het herstel van onze identiteit. Daarbij, de hele stad is nog gedenkteken genoeg.'

In zijn ontwerp zal alleen aan de westzijde een hoopje stenen aan de oorlog blijven herinneren.

Scholzel geeft toe dat er ook andere redenen in het spel zijn. Zonder de toeristische trekpleister die de nieuwe Frauenkirche moet worden, zal ook 'zijn' slot nooit worden gerestaureerd. In het tempo waarin het nu gaat zal dat, zegt hij, 150 jaar gaan duren. De enige hijskraan komt eens in de twee weken in beweging. Het nieuwe luxe-hotel Dresdner Hof, tegenover de ruine, klaagt dat de gasten niet graag op die hoop stenen uitkijken en kan wel een congrescentrum gebruiken. Ook vanuit de Bondsrepubliek wordt sterke druk uitgeoefend om de ruine te verwijderen.

Scholzel vond het dan ook ontroerend hoe bondskanselier Kohl op 19 december, staande voor de Frauenkirche, sprak over het nieuwe, herenigde Duitsland dat het verleden van zich heeft afgeschud. 'Het bombardement op Dresden blijft een terreurdaad. (...) Daarom heb ik onze brochure ook gestuurd aan koningin Elizabeth en president Bush. Wij willen de Britten en Amerikanen aan hun trauma herinneren.'

Omstreden

Dat deed ook de Britse historicus David Irving. Tussen de officiele kransleggingen en herdenkingen door, zoals de mis met requiem van Dvorak in de Kreuzkirche en de aansluitende kaarsenbijeenkomst van een kleine honderdduizend Dresdeners op de Altmarkt, hield hij gisteren een lezing over 'De ondergang van Dresden'. Met dit boek uit 1963 maakt hij nu in Dresden furore. Irving is al even omstreden als het plan voor de Frauenkirche. In de stad hingen grote affiches met over zijn portret en naam de zin: 'Een Engelsman strijdt voor de eer van de Duitsers', natuurlijk in zwart, rood en geel. De kern van het betoog van deze oud-staalarbeider: Churchill was een nog grotere oorlogsmisdadiger dan Hitler, want hij was begonnen met de luchtbombardementen op de Duitse steden. Het bombardement op Rotterdam was een ongelukje waar maar 900 mensen waren omgekomen, en in Guernica waren het er zelfs maar 97 geweest. De rest was propaganda.

Vervolgens schetste hij tot in alle onthutsende details het 'braden van de Duitsers' zoals Churchill de fosforbombardementen noemde. Omdat de oorlog al bijna gewonnen was, was de aanval op Dresden 'misdadig en volslagen zinloos'. Zijn slotzin: 'Soms schaam ik me om Engelsman te zijn.' Er klonk luid en langdurig applaus. En zo droeg Irving zijn steentje bij om aan het complexe geestelijke evenwicht van de Dresdeners, dat gevormd wordt door zelfmedelijden, schuldbesef, bezinning en pacifisme, een flinke dosis wrok en nieuw zelfbewustzijn toe te voegen.

    • Henri Beunders