Colombia rustiger na golf van terreur

BOGOTA, 14 febr. - Na de honderden bomaanslagen, moordpartijen, ontvoeringen en andere uitingen van luguber 'narco-terrorisme' kunnen de Colombianen sinds een week of drie weer wat opgelucht ademhalen. De terreur van de drugsbaronnen is voor het moment geweken. Die terreur was gevolgd op het grote offensief dat de regering-Barco in augustus vorig jaar tegen de drugsbaronnen ontketende na de moord op een leidende presidentskandidaat. 'Sinds half januari heerst er een andere stemming in het land', zegt een Westerse diplomaat in de hoofdstad Bogota. 'De zaak is gekalmeerd.' De campagnes voor de lokale en nationale verkiezingen die worden gehouden in maart en mei, bereiken plotseling straten en pleinen. Uit veiligheidsoverwegingen bleef het campagne voeren beperkt tot zalen en televisiestudio's. Ook durven steeds meer mensen 's avonds weer uit te gaan naar een restaurant of een bioscoop. Er is in Colombia zeker geen bestand van kracht tussen de regering in Bogota en de drugskartels van Medellin en Cali. En de televisiejournaals blijven regelmatig nieuwe cocaine-laboratoria of wapenopslagplaatsen tonen die op de narcos zijn buitgemaakt. Maar zoals het dagblad La Prensa zondag schreef: 'Van een geobsedeerde klopjacht op de narcos is weinig meer te merken, president Virgilio Barco heeft tot drie keer toe een flexibel beleid toegezegd en generaal Maza Marquez van de Das (geheime politie) verklaart dat hij geen enkele haat jegens drugshandelaren koestert.'

Cartagena

Van een bestand tussen de drugssyndicaten en de overheid mag dan geen sprake zijn, er is wel een zekere 'verstandhouding', die eindelijk voor wat rust heeft gezorgd. Nogal wat Colombianen vragen zich nu bezorgd af of deze rust zal standhouden na de 'drugstop' die morgen in de noordelijke stad Cartagena bijeenkomt en waar de Amerikaanse president George Bush samen met zijn collega's Barco van Colombia, Garcia van Peru en Paz Zamora van Bolivia de strijd tegen de drugs hoopt te kunnen coordineren.

Begin januari was de drugsoorlog in Colombia nog in volle gang. Om de dood van hun topleider Gonzalo Gacha te wreken, kondigden de narcos toen 'een nieuwe fase' in de oorlog aan waarin leden van de 'traditionele oligarchie' het doelwit werden van ontvoering. Het eerste slachtoffer was de zoon van president Barco's rechterhand en 'stafchef' German Montoya. Daarna volgden twee (verre) familieleden van de president zelf en anderen. Op 15 januari richtten drie invloedrijke ex-presidenten, de Colombiaanse kardinaal Bravo en voorzitter Montana Cuellas van de linkse Patriottische Unie een opzienbarende boodschap tot de narcos. Als zij hun gijzelaars zouden bevrijden en al hun drugsactiviteiten zouden staken, konden zij rekenen op een meer verzoenende houding van de Colombiaanse samenleving.

Twee dagen later antwoordden de drugsbaronnen met een even opvallende boodschap. Zij riepen zich zowaar uit tot verliezers van de drugsoorlog, zouden de gijzelaars direct vrijlaten en al hun drugsactiviteiten staken, dat allemaal in ruil voor 'legale en constitutionele garanties' en een 'begripvolle houding' van de overheid. Voor de narcos betekende dat allereerst dat zij niet meer worden uitgewezen naar de Verenigde Staten waar de gevangenissen doorgaans kraakvrij zijn en de rechters niet omkoopbaar. Zij ondertekenden hun boodschap dan ook veelzeggend met 'Los Extraditables' (Zij die kunnen worden uitgewezen). Van augustus tot januari overkwam veertien gevangen narcos dat gevreesde lot.

Onwrikbaar

Eerst reageerde president Barco onwrikbaar en afwijzend op het narco-voorstel en dat kwam goed over bij een buitenwereld die met onverminderde kracht tegen de plaag van de drugs wil doorvechten. Toen de drugshandelaren inderdaad hun gijzelaars vrijlieten en zij de regering ook nog grote hoeveelheden dynamiet alsmede een gestolen helikopter in handen speelden, werden Barcos' boodschappen snel genuanceerder. Dus wilde de president 'een minder rigide behandeling' overwegen van narcos die zich overgaven en repte hij de laatste weken niet meer over hun uitwijzing naar de Verenigde Staten. De uitwijzing van drie gearresteerde narcos werd zonder opgaaf van redenen uitgesteld. 'Laat er dialoog zijn, laat er vrede zijn, laat er amnestie zijn', oreerde 's lands top-narco Pablo Escobar vorige week toen hij zich (vergeefs) aanmeldde als deelnemer aan de komende 'drugstop' in Cartagena. Toch zijn er genoeg redenen om wantrouwend te blijven over de bereidheid van Colombia's rauwe drugsbaronnen om zich over te geven en vrede te sluiten. In de loop der jaren lanceerden zij al vaker vredesvoorstellen zonder dat er iets gebeurde. Het eerste dateert van 26 mei 1984, kort na de moord op de minister van justitie, Lara Bonilla, en het lijkt op essentiele punten een kopie van het laatste narco-voorstel.

Uitvoerstop

Feit blijft ook dat de internationale cocaineprijzen zich handhaven, terwijl de Colombiaanse kartels een prompte uitvoerstop hadden beloofd. Betekent dat dat de Colombiaanse cocainenijverheid ondanks de drugsoorlog onverminderd doordraait? 'Ik denk het niet', oordeelt een buitenlandse anti-drugsagent die in Bogota is gestationeerd en anoniem wil bijven. 'De cocainenijverheid heeft hier het laatste half jaar wel degelijk grote klappen opgelopen. Dat leidt nu tot een reorganisatie van de industrie. Werd vroeger vrijwel alle uit Peru en Bolivia afkomstige coca-pasta in Colombiaanse laboratoria tot zuivere cocaine verwerkt, nu komen er steeds meer van die cocainelaboratoria in Bolivia, Brazilie en zelfs in Mexico. En de cocaine-export naar de Verenigde Staten en Europa loopt nu ook in toenemende mate via Brazilie, Uruguay en Argentinie.' Verder wijst hij erop dat er in de Verenigde Staten grote voorraden cocaine zijn opgebouwd om de prijs te handhaven. Ook loopt de cocaineconsumptie daar de laatste jaren wat terug. Tot slot dwingt de opkomende concurrentie van synthetische drugs, zoals ice, de cocainehandelaren tot het beheersen van hun prijzen. Die prijs schommelt in Miami nu al lange tijd om de 10.000 dollar per kilo. De anti-drugsagent: 'Vooral de cijfers uit Europa zijn zorgwekkend en wijzen erop dat daar met of zonder Colombiaanse drugsoorlog steeds meer cocaine heen stroomt. Een jaar geleden kostte in Madrid een kilo cocaine nog 52.000 dollar, nu 35.000.'