China zet leger in om gevreesde etnische onrust te voorkomen

PEKING, 14 febr. - China vreest dat de etnische onrust in de Sovjet-Unie zal overslaan naar de eigen nationale minderheden. Het zal het leger inzetten om de stabiliteit in minderheidsgebieden te handhaven. Dit heeft de minister van de staatscommissie voor nationaliteiten, Ismail Amat, verklaard op een landelijke conferentie voor nationaliteiten-vraagstukken.

Amat, zelf een Uighur uit de Centraalaziatische grensregio Xinjiang, zei dat separatisten en anti-socialistische krachten hun agitatie hebben opgevoerd en dat het nationaliteiten-werk 'moeilijker is geworden dan ooit tevoren'.

Hij weet dit aan drie oorzaken: de toenemende etnische conflicten in de Sovjet-Unie, de radicale veranderingen in Oost-Europa en de verlening van de Nobelprijs voor de Vrede aan de Dalai Lama. Amat schreef de dreigende onrust niettemin ook toe aan interne redenen, namelijk aan economische stagnatie en 'fouten'.

Hij zei dat vele stappen nodig waren om een ernstige crisis te voorkomen, zoals onderricht in de nationaliteitenpolitiek van de Communistische Partij en inzet van het leger. Hij maakte niet duidelijk of het leger directe repressieve maatregelen zou moeten nemen of zou moeten kiezen voor preventieve veiligheidstaken of civiel werk. Het is opvallend dat een Chinese bewindsman spreekt over een mogelijk naderende crisis. Doorgaans stelt China alles in het werk om problemen geheim te houden of ze te negeren en er pas over te praten als ze niet meer te verbergen zijn. De reden dat dit nu niet gebeurt is wellicht dat de schuld aan een 'buitenlandse vijand' kan worden gegeven, en dat is de beste rechtvaardiging voor verscherpte repressie.

Eerder deze maand heeft China nieuwe maatregelen aangekondigd die de economische ontwikkeling van de grensgebieden moeten stimuleren. Zo zal Xinjiang meer autonomie krijgen in rechtstreekse economische betrekkingen met de Sovjet-Unie en het Midden-Oosten. Maar de keerzijde hiervan is dat dit de agitatie voor grotere godsdienstvrijheid en zelfs separatisme eerder bevordert dan doet afnemen. China heeft nationale minderheden van in totaal 65 miljoen zielen, slechts ruim 6 procent van de bevolking die echter 60 procent van het nationale grondgebied bewonen. Ongeveer 40 miljoen van hen zijn moslims, die zeer opgewonden zijn geraakt door het optreden van het Sovjet-leger in Azerbajdzjan en wellicht nu door de crisis in Tadzjikistan, dat aan Xinjiang grenst. China heeft zelf een autonoom Tadzjik-district, Taxkorgan (Tasjkoergan) in Zuidwestelijk Xinjiang. Amat noemde geen enkel concreet geval van toegenomen etnische spanningen. Waarnemers menen echter dat Peking beducht is dat de huidige politieke liberalisering in de Mongoolse Volksrepubliek besmettelijk zal werken op Chinees Binnen-Mongolie. De autoriteiten houden tevens ernstig rekening met een nieuwe uitbarsting van anti-Chinees en anti-communistisch geweld in Tibet, waar eind deze maand het Monlam Feest, het grootste Lamaistisch-boeddhistische feest van het jaar, tevens Tibetaans Nieuwjaar, wordt gevierd.