Bouwbonden alleen in strijd om 36 uur

WOERDEN, 14 febr. - Het vandaag uitgebroken CAO-gevecht in de bouwnijverheid druist eigenlijk in tegen de tijdgeest. Het duel spitst zich toe op de invoering van de 36-urige werkweek, terwijl de discussie over arbeidstijdverkorting in de toonaangevende industriele bedrijfstakken is verstomd.

De recentelijk afgesloten contracten in de metaalindustrie, de metaalnijverheid en het beroepsgoederenvervoer zijn schraal als het om de distributie van werk gaat en relatief royaal op het vlak van loonsverhoging. De bouwbonden van FNV en CNV en de categorale bond Het Zwarte Corps (dragline-machinisten en kraandrijvers) staan momenteel alleen met hun 36-uren eis. 'Het was makkelijker geweest als iedereen dit jaar dezelfde keuze had gemaakt', verzucht J. Schuller van de Bouw- en Houtbond FNV. 'Ik hoop dat het gecoordineerde arbeidsvoorwaardenbeleid van de FNV in het vervolg een veel sterker karakter krijgt. We zullen straks met gezamenlijk de stap naar de 35 uur moeten maken'. Volgens Schuller is het normaal dat de arbeidsvoorwaarden in de verschillende bedrijfstakken en ondernemingen verschillen. 'De werkweek is echter een collectieve aangelegenheid'. Naast het nadeel dat de strijd om de 36-urige werkweek in de bouw niet is ingebed in een breder maatschappelijk offensief in die richting, kost het de bouwbonden moeite om de leden met dit punt te engageren. 'Een bouwvakker heeft liever geld in de knip', waarschuwden de kaderleden afgelopen weekeinde op regionale actiebijeenkomsten. Om de achterban over geuite aarzelingen heen te helpen, hebben de vakbonden inmiddels hun schijnwerpers ook op de andere CAO-eisen gericht. Het gaat daarbij om zaken als een loonstijging van drie procent (inclusief prijscompensatie), verbetering van de VUT-uitkeringen en aanvullingen op de WW-uitkeringen. Bovendien moeten de werkgevers een aantal 'verslechteringsvoorstellen' intrekken.

Schuller blijft ervan overtuigd dat de 250.000 bouwvakkers 'wat over hebben voor de 36 uur'. 'Onze leden', zegt Schuller, 'zijn naar verhouding het hardst getroffen door de werkloosheid. Wij verwachten een verdere uitstoot van werknemers door de stijging van de arbeidsproduktiviteit en de invoering van automatisering. Bovendien zijn er grenzen aan de groei in sectoren als de woning- en wegenbouw. Het is dus noodzakelijk dat we onder andere door verdergaande arbeidstijdverkorting werk scheppen'. De bouwbonden zien de arbeidstijdverkorting als een verbetering van arbeidsvoorwaarden. 'Het werk in de bouw is nog altijd zwaar, onveilig en ongezond. De werkdruk is onmenselijk hoog opgevoerd. Arbeidstijdverkorting kan er toe bijdragen dat onze mensen gezonder naar de Vut kunnen'.

Schuller acht het uitgesloten dat de bonden de 36 uur ruilen tegen hoger loon. 'Bouwwerkgevers zijn altijd gewend om met de geldbuidel te rammelen. Van een ruilvariant kan nu geen sprake zijn'. De voorzitter van de bouwbond FNV is 'ervan overtuigd dat de industrie in 1991 voor de atv aan de bak moet'.

De bouwbonden zijn na het afsluiten van een tweejarige CAO, met de 36-urige werkweek na medio volgend jaar zoals onafhankelijk onderhandelingsvoorzitter J. Lammers heeft voorgesteld, vervolgens weer in 1992 aan de beurt. Het vizier van de vakcentrale FNV is gericht op de invoering van de gemiddeld 35-urige werkweek in 1993. De 36 uur is overigens al gerealiseerd in onder andere de grafische sector, delen van de voedingsmiddelenindustrie en in de bagger- meubelindustrie.

De Industriebond FNV wil dit jaar vooral de relatie met de leden verstreken. Daar is het CAO-pakket, met een looneis van vier procent, op afgestemd. Schuller vindt het 'jammer' dat de twee belangrijkste marktbonden niet samen optrekken. 'Wij kiezen nog steeds voor de bestrijding van de totale werkloosheid. Dat is niet de makkelijkste weg.'