Bonn: AOW en WW voor de DDR

BONN, 14 febr. - Oostduitse gepensioneerden en werklozen hoeven niet te vrezen dat zij de slachtoffers zullen worden van de komende Duits-Duitse monetaire unie. Dat hebben de Westduitse ministers Theo Waigel (CSU, financien) en Norbert Blum (CDU, sociale zaken) gisteren verzekerd. De Bondsrepubliek zal er op toezien dat met de invoering van de D-mark in de DDR als betaalmiddel ook een aangepast sociaal-verzekeringstelsel van kracht wordt, zeiden zij gisteren. Volgens Waigel kunnen deze en andere vormen van sociaal beleid worden gefinancierd uit de groei van de Westduitse economie en zonder belastingverhoging. Waigel kondigde aan dat hij conservatief zal blijven wat de omvang van het Westduitse begrotingstekort betreft. Volgens hem kan dat ook heel goed gezien de kracht van de Westduitse economie en de groeiprognoses.

De Duits-Duitse werkgroep van experts die de monetaire unie moet voorbereiden gaat, zo zeiden bondskanselier Kohl en DDR-premier Modrow gisteren, zo snel mogelijk relevante gegevens over de Oostduitse economie inventariseren. Tot die gegevens behoren een volgens Modrow bestaande DDR-staatsschuld van 20,6 miljard dollar en een Oostduits spaartegoed van 175 miljard Ostmark, waarvan 25 miljard bij verzekeringsfondsen berust. De werkgroep moet voorts cijfers over de Oostduitse begroting, de totale reele nationale schuld en de omloopsnelheid van het DDR-geld in kaart brengen. Pas als die gegevens bekend zijn kan worden bepaald welke koersverhouding moet worden gekozen als de D-mark in de DDR als betaalmiddel wordt ingevoerd. Een belangrijke rol daarbij speelt ook de zogenoemde Gelduberhang in de DDR, dat wil zeggen: het verschil tussen de (te grote) geldhoeveelheid en de feitelijke omvang van de Oostduitse nationale produktie. Dat verschil noemde minister Waigel gisteren 'beheersbaar'.

Hij taxeert het voorshands op 15 tot 40 procent.

Het plan is om dit Oostduitse geldoverschot op een nader te bepalen dag na de aanstaande (eerste vrije) parlementsverkiezingen in de DDR (18 maart) te 'binden'. En wel zo dat het niet tot een algemene waardedaling van de Ostmark komt. Daarvoor zou het nodig kunnen zijn het spaartegoed in de DDR ten dele te bevriezen, zodat het niet in een keer, wegens uitgestelde consumptie-wensen van de DDR-bevolking, in omloop komt en tot inflatie leidt. Een alternatieve mogelijkheid om dat te voorkomen zou de 'binding' van volkskapitaal met hoge renteprikkels zijn. In Bonn wordt in dat verband gedacht over de particuliere aankoop van grond en ander onroerend goed in de DDR (huizen) als 'binding' van spaarkapitaal.

Dat kan echter alleen gebeuren in samenhang met economische hervormingen. Want zonder de mogelijkheid van particulier eigendom en winsttransfers en een vrij banksysteem kan zoiets niet lukken. Als de monetaire eenheidsoperatie slaagt zou een massale waardedaling van DDR-vermogens op die manier kunnen worden voorkomen, heet het in Bonn.

In de eerste taxaties in de Westduitse hoofdstad wordt in het geval van een Duits-Duitse monetaire unie ook een wisselkoers tussen Ost- en D-mark van 1 op 2 voor spaartegoeden voorzien. Voor lonen en pensioenen zou eerder moeten worden uitgegaan van een koers 1 op 1. Een andere, op zichzelf meer reele verhouding, zou sociaal-psychologisch en politiek onmogelijk zijn, is de gedachte. Dit geldt temeer omdat het afschaffen van subsidies en het vrijlaten van prijzen in de DDR tot ingrijpende koopkrachtveranderingen zullen leiden. Vooral zou dat gelden voor de huren, die nu nog (kunstmatig) zeer laag worden gehouden.

Minister Waigel maakte gisteren bezwaar tegen kritiek van de Westduitse oppositie dat de bondsregering te zuinig is met haar hulp aan de DDR. Namens de oppositionele SPD zei Horst Ehmke, een van de vice-voorzitters van de sociaal-democratische Bondsdagfractie, dat de bondsregering sinds het bezoek van kanselier Kohl aan Dresden (19 december) allerlei kansen heeft verknoeid om via directe hulp aan de DDR de uittocht van Oostduitsers naar de Bondsrepubliek in te dammen. Ehmke verwacht dat daarin tot de DDR-verkiezingen op 18 maart ook weinig zal veranderen. De Groenen in de Bondsdag verwijten Kohls kabinet dat het de noodlijdende DDR eigenlijk naar 'onvoorwaardelijke capitulatie' en Duitse eenheid chanteert.

Waigel heeft daartegen heftig geprotesteerd. Volgens hem betaalt Bonn jaarlijks direct en indirect al tientallen miljarden D-mark, via praktische hulp aan de DDR (verkeer, milieu, verbetering telefoonverbindingen) en bijvoorbeeld ook via het Duits-Duitse deviezenfonds, alsook via de begrotingen van deelstaten voor opvanghulp voor DDR-burgers. Voor meer Westduitse financiele hulp is een absolute voorwaarde dat de DDR eerst, ook in verband met de voorgestelde monetaire unie, tot een rijpende economische hervormingen in de richting van een sociale markteconomie komt, aldus Waigel.