ANC-leider dringt bij zijn aanhangers aan op discipline en waardigheid; Mandela roept op tot verzoening rassen

SOWETO, 14 febr. - Gisteren is Nelson Mandela in zijn woonplaats teruggekeerd. Hij sprak bij die gelegenheid de grootste menigte toe die ooit in Zuid-Afrika bijeenkwam en deed daarbij een bezielende oproep om te komen tot verzoening tussen de verschillende rassen en eenheid tussen de zwarten onderling.

Verder ging hij uitvoerig in op eerdere uitspraken dat het ANC bleef aandringen economische maatregelen om de door het apartheidssysteem veroorzaakte ongelijkheid bij te stellen, en deed een beroep op blanke werkgevers om 'een bijdrage te leveren aan een nieuw Zuid-Afrika' door te erkennen dat zulke hervormingen nodig waren. Meer dan 100.000 mensen verdrongen zich in het Soccer City stadion van Soweto, het grootste stadion dat Zuid-Afrika kent, om Mandela het woord te horen voeren, terwijl nog eens duizenden niet meer naar binnen konden. Zij allen waren al vanaf de vroege morgen toegestroomd; velen hadden meer dan dertig kilometer gelopen om de anti-apartheidsleider te zien die 28 jaar geleden, voordat de meesten van hen waren geboren, gevangen werd gezet en een bijna messiaans imago verwierf binnen de zwarte gemeenschap.

In grote spanning wachtte de immense menigte op het verschijnen van zijn held, en zo bereikten de drie dagen van extatische feestvreugde die dit saaie woon-ghetto sinds de afkondiging van Mandela's vrijlating afgelopen zondag hadden veranderd in een carnavalsstad, hun climax.

Er ging een gigantisch gejuich op toen Mandela uit de auto stapte en het speelveld opliep terwijl hij naar de mensenmassa zwaaide. Mandela nam zijn vrouw Winnie bij de hand en wandelde samen met haar langs de tribunes, zo nu en dan zijn vuist heffend in de Black Power-groet, een grote man in een grijs pak, mager maar rechtoplopend op een manier die hem een koninklijke allure gaf.

De tumultueuze toejuichingen hielden een kwartier lang aan en op verscheidene plaatsen brak de opeengepakte menigte door de dranghekken van het pas gebouwde stadion heen. Een aantal mensen raakte bekneld en moest naar het ziekenhuis worden gebracht, maar er deden zich geen onlusten voor zoals zondagtijdens Mandela's eerste optreden in Kaapstad.

Mandela sprak met een krachtige, indringende stem. Zijn toespraak, die meer dan een uur duurde, vertoonde een mengeling van warme genegenheid, sympathie en vermaning: hij prees de zwarten voor hun ononderbroken verzet tegen de apartheid, maar berispte hen om hun gebrek aan politieke discipline en wegens het hoge cijfer van geweldsmisdrijven onder de zwarten.

Mandela is geen opzwepend spreker. Hij maakt geen gebruik van de ritmisch gescandeerde rhetorische leuzen waar zwarte Amerikaanse politici zich zo graag van bedienen. Soms komt hij enigszins schoolmeesterachtig over. Dat was bij voorbeeld het geval toen hij gisteren de menigte voorhield dat hij met zijn toespraak zou stoppen als het te rumoerig bleef en toen hij aan het slot een krachtig beroep op ieders zelfdiscipline deed met de woorden: 'Laat bij het verlaten van deze plaats geen haar worden gekrenkt en geen enkele ruit worden gebroken.'

Ook zei hij de scholieren weer naar school te gaan.

Toch wist hij het publiek in zijn ban te houden en na afloop gaven mensen bij het verlaten van het stadion unaniem te kennen dat zij zijn rede hogelijk bewonderden. 'Hij was geweldig, geweldiger dan ik hem mij ooit heb voorgesteld, ' zei Benjie Mokhine, een zesentwintigjarige computerdeskundige, die daarmee de gevoelens van velen vertolkte.

Samen met zijn vrouw wandelde Mandela vervolgens naar zijn kleine, twee kamers tellende huisje waarin zij sedert hun huwelijk in 1958 in totaal maar vijf maanden samen hebben doorgebracht. De rest van de tijd zat Mandela ofwel in de gevangenis of hield hij zich schuil voor de politie.

De belangrijkste strekking van Mandela's toespraak was er een van verzoening - verzoening met de blanken, met zwarte politieke tegenstanders en zelfs met de politie, die in de woonoorden als het belangrijkste middel bij de onderdrukking van de zwarten wordt beschouwd. 'De angst van de blanken met betrekking tot hun rechten en hun plaats in een Zuid-Afrika waar zij niet langer alleen de dienst uitmaken vormt een belangrijk obstakel op de weg naar een non-raciale samenleving; wij moeten daarvoor begrip opbrengen en er rekening mee houden', zo hield Mandela de menigte, waaronder zich ook enkele blanke bewonderaars bevonden, voor.

Hij wees erop dat hij al tijdens zijn rechtzaak in 1964 en opnieuw afgelopen zondag in Kaapstad had verklaard dat hij een tegenstander was van zwarte overheersing en voegde daar aan toe dat louter verklaringen van deze aard niet genoeg waren. 'We moeten duidelijk onze goede wil tonen aan onze blanke landgenoten en hen door ons gedrag en met onze argumenten ervan overtuigen dat een Zuid-Afrika waar geen apartheid meer bestaat een beter vaderland is voor iedereen', aldus Mandela.

Hij uitte zijn bezorgdheid omtrent het voortdurend politieoptreden tegen zwarte demonstranten en verklaarde dat veel politiemensen in hun gevoel voor rassenverhoudingen in verwarring werden gebracht doordat zij gedwongen waren de apartheidswetten ten uitvoer te brengen.

Mandela herhaalde niet zijn eerder gedane oproep om de belangrijkste bedrijvente nationaliseren, hetgeen eerder voor een daling van de koersen had gezorgd.

Wel probeerde hij uitvoerig stil te staan bij wat hij omschreef als de noodzaak om te komen tot een hervorming van de economische ongelijkheid in Zuid-Afrika. 'De apartheid heeft de economische groei doen verstikken, op grote schaal werkloosheid veroorzaakt en verder geleid tot een inflatiespiraal van de levensstandaard van de meerderheid van onze bevolking heeft ondermijnd.' In het meest onbuigzame deel van zijn toespraak kapittelde Mandela zwarte activisten voor hun gewelddadige optreden tegenover politieke tegenstanders en hun gebrek aan zelfbeheersing. 'Dat zijn misdrijven waarvoor binnen onze strijd geen plaats is, ' aldus Mandela. En hij voegde eraan toe: 'Ik doe op de meest krachtige wijze een beroep op ons allen om te werk te gaan met de waardigheid en zelfbeheersing die onze strijd voor vrijheid verdient.'

    • Allister Sparks