'Weinig onverantwoorde euthanasie'

DEN HAAG, 13 febr. - De onderzoekscommissie euthanasie heeft geen aanwijzingen dat op grote schaal op onverantwoorde wijze euthanasie wordt bedreven. Dit zei voorzitter prof. mr. J. Remmelink vanochtend bij de installatie van de commissie 'onderzoek medische praktijk inzake euthanasie'. Hij baseerde zich op eerder onderzoek, onder meer verricht in de provincie Utrecht. Volgens Remmelink komt euthanasie vrij weinig voor. Wel bestaat er een 'dark number' van euthanasie-gevallen. Hij noemde de artsenstand een 'voortreffelijke opgeleide en fatsoenlijke beroepsgroep' waarmee de enqueteurs van de commissie een vertrouwensrelatie moeten opbouwen. Minister Hirsch Ballin (justitie) zei vanochtend dat de commissie 'geen alibi voor uitstel van besluitvorming' is. Voor 1 juni 1991 wil het kabinet op basis van het onderzoek een politiek besluit nemen over mogelijke wetgeving over euthanasie. Hij vroeg de commissie vanochtend enkele maanden voor die datum het eindrapport uit te brengen. Het rapport moet volgens hem een interpretatie van de onderzoeksresultaten omvatten. Hirsch Ballin beklemtoonde dat de commissie niet 'als informatiebron voor straf- of tuchtrechtelijke vervolging' zal fungeren. Geen enkele arts hoeft zich bezwaard te voelen door mee te werken aan het bijeenbrengen van feitelijke informatie, aldus de minister. Volgens Remmelink, procureur-generaal bij de Hoge Raad, is het wellicht nodig de onderzoeksopdracht die minister Hirsch Ballin (justitie) heeft verstrekt op een onderdeel opnieuw te formuleren. De commissie wil ook men van aanvechtbaar medisch nalaten onderzoeken die gelijkenis vertonen met euthanasie. Het gaat dan om het staken van een zinloze medische behandeling of het daarmee niet beginnen. Hirsch Ballin zei dat ook de positie van personen die hun wil niet meer kenbaar kunnen maken bij het onderzoek betrokken moet worden. De minister zei dat euthanasie te moeilijk is voor een eenvoudig antwoord 'in de trant van 'het mag of het mag niet' '.

Hirsch Ballin: 'Moeten wij zeggen dat er situaties zijn waarin de in vrijheid geuite wens te sterven gerespecteerd moet worden? En als dat zo is, gaat het dan om een wens tot levensbeeindiging, of om een weigering van verdere behandeling?' Voordat de commissie een onderzoeksopdracht verstrekt aan een wetenschappelijk instituut krijgt de Tweede Kamer inzage. Remmelink zei dat de commissie straks zelf verantwoordelijk is voor de evaluatie en interpretatie van de onderzoeksresultaten en niet als doorgeefluik zal functioneren: 'Er is maar een commissie en dat zijn wij'. Minister Hirsch Ballin installeerde vanochtend de Commissie onderzoek medische praktijk inzake euthanasie onder voorzitterschap van prof. mr. J. Remmelink. (Foto NRC Handelsblad/ Leo van Velzen)