Wallage kleurt van sociale vernieuwing

AMSTERDAM, 13 febr. - Na afloop van het werkbezoek lag de enorme bonbon nog onaangeroerd naast het theekopje. Onder de brilrand waren de wangen van staatssecretaris Wallage rose-rood gekleurd. Het kwam niet van de inspanning. Wallage is moeilijke vragen wel gewend. Zelfs directeuren van basisscholen uit het notoire probleemgebied tussen Nieuwmarkt, Ajaxstadion en Amstel, de deelnemers aan het ronde-tafelgesprek, kan hij probleemloos te woord staan. Nee, de blosjes waren het gevolg van Wallages eerste stappen op het moeizame pad van de sociale vernieuwing.

Het had zo mooi moeten worden. De uitnodiging van Amsterdam-Oost om met tien schooldirecteuren te praten over hun problemen met onderwijsvoorrang, een speciaal voor kinderen met achterstanden opgezette vorm van extra ondersteuning, kwam als geroepen. De directeuren zouden hem, wist Wallage, vragen naar de vorderingen van het wetsvoorstel op de onderwijsvoorrangsgebieden. Met gepaste trots zou hij maandag kunnen vertellen dat door zijn veranderingen het ministerie van onderwijs waarschijnlijk als eerste met concrete voorstellen voor de sociale vernieuwing zou komen. Al over een of anderhalve maand.

Hij zou hen vertellen van zijn simpele doch opzienbarende idee. Het geld dat nu aan onderwijsvoorrang wordt uitgegeven, in totaal zo'n 450 miljoen per jaar, bestaat uit drie componenten. Er is geld voor speciale projecten, geld voor probleemgebieden als Amsterdam-Oost en zogeheten 'wegingsgeld', extra geld dat scholen krijgen omdat kinderen met achterstanden zwaarder 'wegen' dan gewone kinderen. Welnu, om dit wegingsgeld was het Wallage te doen. Dat geld krijgen scholen automatisch nadat zij hebben doorgegeven hoeveel achterstandskinderen er zijn. Ze mogen met het geld doen wat ze willen en de meeste scholen gebruiken het om kleinere groepen te maken. Maar dat moest anders.

Het wegingsgeld, verklaarde Wallage maandag, is een perfect voorbeeld van slecht onderwijsbeleid. Het ministerie geeft geld maar 'een inhoudelijke discussie op regionaal gebied' over de besteding ervan ontbreekt. En zou zo'n discussie, zo'n overheveling van beleid naar lagere regionen dan Zoetermeer, niet met recht sociale vernieuwing genoemd kunnen worden? De directeuren luisterden ontsteld toe. Het was dus, begrepen ze goed, de bedoeling van de staatssecretaris dat zij hun geld zouden kwijtraken? Maar hun kleinere groepen dan? Moesten die nu weer groter worden? Het was een mislukte generale repetitie. Misschien komt het idee donderdag, bij de behandeling van de onderwijsbegroting, beter uit de verf.