Vooral talenkennis van hoger opgeleiden is achteruit gegaanna Mammoetwet; Actieplan moet dam opwerpen tegen dreigendetaalachterstand

Op het parkeerterrein van het klooster der Reguliere Kanunikessen van de Heilige Augustinus te Vught staan veel dure auto's. In een hoek, vlakbij het standbeeld van Jezus Christus, pronkt zelfs een Porche. Maar de eigenaar is niet een gelovige die religieuze bescherming komt zoeken tegen de morele wroeging over zijn materiele welstand. Nee, hij is een manager die het succes in zijn carriere bij een multinational plots bedreigd zag door een tekort aan talenkennis.

We bevinden ons op Regina Coeli, het voormalige meisjesinternaat van het klooster en beter bekend als het taleninstituut van de nonnetjes van Vught. Niet dat de nonnen er zelf nog les geven. Die hebben zich reeds lang uit het dagelijks leven teruggetrokken en beheren alleen nog de aandelen van de bloeiende B. V. die het taleninstituut inmiddels is. De zusters die vroeger hun taalcursussen gaven aan missionarissen die elders op aarde het geloof gingen verbreiden, zijn opgevolgd door wereldlijke professionals. Voor 1500 gulden per week trainen zij leden van de elite die hier kennis van het Frans, Duits, Engels, Spaans, Italiaans of Nederlands komt opdoen of oppoetsen. Een gestage stroom van ministers, diplomaten, managers en journalisten uit binnen- en buitenland wordt aangetrokken door het driedelig aureool van het klooster: de anonimiteit van zijn gemeenschap, de deftige homogeniteit van zijn groep cursisten en de sfeer van persoonlijke aandacht van zijn docenten.

Directrice N. Smit-Beeley - sjiek in de kleren, het haar weelderig gekapt - vindt het wel handig dat de naam van haar business een religieuze sfeer ademt. ' Het is een gimmick die discipline oproept: waar voor je geld, degelijkheid', zegt ze, na 30 jaar verblijf in Nederland nog steeds haar Brits accent koesterend.

Degelijkheid en discipline zijn precies de waarden waar het talenonderwijs van de nonnen zich altijd sterk voor heeft gemaakt. Op Regina Coeli worden geen communicatieve handigheidjes aangeleerd. Nee, hier krijgt iedereen eerst een stevig grammaticaal fundament, of men de taal nu vroeger op school heeft geleerd of niet. ' Een taal leren zonder eerst de structuur goed te kennen, kan niet', zegt de directrice gedecideerd.

Wachtlijsten

De wachtlijsten van Regina Coeli groeien snel. Wie nu belt kan pas in oktober terecht. Daarmee past het talenprakticum in Vught in het patroon van de recente opmars van de particuliere taleninstituten. Bijna allemaal beroemen zij zich erop dat hun cursussen business-Engels, technisch Duits en juridisch Frans recht doen aan de werkpraktijk van de cursisten. Heeft het 'gewone' onderwijs in de moderne vreemde talen gefaald? Die vraag stelt ook het anderhalve week geleden gepubliceerde Actieprogramma Moderne Vreemde Talen, een door deskundigen uit de overheid, de lerarenopleidingen en het bedrijfsleven opgesteld rapport met als aanleiding de steeds vaker opklinkende klachten over onze talenkennis. In de afgelopen twee jaar luidden achtereenvolgens de noodklok: het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond en de Federatie voor de Nederlandse Export, de Nederlandse Maatschappij voor Nijverheid en Handel, de Kamers van Koophandel, het Verbond van Nederlandse Ondernemingen en de Stichting Maatschappij en Onderneming.

Vooral de gezamenlijke nota 'Taalonderwijs en Export' van de christelijke werkgevers en de exportfederatie wond er geen doekjes om. Frans en Duits, constateerden de twee organisaties, worden nauwelijks in het vakkenpakket gekozen. Voor alle talen geldt dat het multiple-choicesysteem een actieve taalbeheersing in de weg staat. Het accent in het onderwijs ligt te veel op spreekvaardigheid. Hierdoor krijgt de talenkennis van leerlingen in het gewone onderwijs niet zo'n stevig fundament als die van de cursisten op Regina Coeli.

Maar zo simpel als de klagers uit het bedrijfsleven het stellen, ligt het volgens de auteurs van het Actieprogramma niet. Zij concluderen in tegenstelling tot 'Taalonderwijs en Export' dat in het vreemde talen onderwijs helemaal niet zoveel nadruk ligt op spreekvaardigheid. ' De langzame verschuiving van het accent op taalvormen naar meer aandacht voor praktische toepassingen is een nog lang niet beslechte richtingenstrijd', schrijven ze. In de bovenbouw van HAVO en VWO is de aandacht voor het leren spreken ' over een periode van vijf jaar waarschijnlijk iets toegenomen' - en wel tot ongeveer 11 procent van de lestijd. Nog net als dertig jaar geleden ligt het zwaarste accent in het talenonderwijs op schriftelijke taalvaardigheid.

Nee, er is iets anders aan de hand. Al in de inleiding van het Actieplan staat het. ' De behoefte aan vreemde talen heeft een dermate grote omvang aangenomen dat het onderwijs waarvoor de overheid verantwoordelijkheid draagt, daarin niet meer kan voorzien.'

Steeds meer mensen moeten hun vreemde talen kennen, liefst beter dan vroeger. Met de snelle transportmiddelen en de communicatie per computer, fax of telefoon ligt het buitenland om de hoek.

Ook schrijven de auteurs van het rapport dat de teloorgang van het verplichte onderwijs in drie talen met de invoering van de Mammoetwet, niet wil zeggen dat er een belangrijke daling in talenkennis heeft plaatsgevonden. Er gaan nu meer leerlingen dan dertig jaar geleden naar scholen waar onderwijs in de moderne vreemde talen wordt gegeven. Veel van de leerlingen die vroeger op het lager beroepsonderwijs een vak leerden, zitten nu op MAVO of HAVO talen te leren.

Maar inderdaad, dat zijn niet de aanstaande bankdirecteuren die even naar Parijs vliegen om met een Franse collega over de nieuwste beursnoteringen overleggen. De elite heeft wel degelijk aan talenkennis ingeboet moet ook het Actieprogramma toegeven.

Radicaal' Je kunt aan het onderwijs in de moderne vreemde talen niet dezelfde eisen stellen als dertig jaar geleden. De omstandigheden zijn radikaal veranderd.' T. E. Dolle-Willemsen van de universitaire lerarenopleiding in Leiden weet waar ze over praat. Na het gymnasium heeft ze als lerares Duits bijna dertig jaar voor de klas gestaan. Het was, inderdaad, een gedegen opleiding. Grammaticale regels werden uit het hoofd geleerd. De teksten voor de vertalingen waren van hoog niveau. Ze werden tot op het kleinste detail uitgeplozen. Iedereen las, voor zijn plezier. Latijn en Grieks meegerekend werden er zes talen onderwezen.

Dolle vindt dat het onderwijs van nu een klein stapje terug zou moeten doen, terug naar de tijd dat het vreemde talenonderwijs nog een privilege van de elite was. Een taal leren (Engels) is niet genoeg. Wie goed een vreemde taal wil spreken heeft taalgevoel nodig - en taalgevoel krijg je alleen als verschillende talen in het onderwijs elkaar versterken. In plaats van een passieve voorbereiding op multiple choice-vragen moeten leerlingen weer ' actief omgaan met liefst moeilijke teksten'.

Niet bekend

Vooral het actiepunt 'modulering' heeft veel belangstelling gekregen. Moduleren is een oplossing voor de problemen die wel vaker opduikt in de discussie over het moderne vreemde talenonderwijs. Met de publicatie van het Actieprogramma is het opdelen van de talen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs voor het eerst officieel aanbevolen.

Dat is mede te danken aan H. M. van Egmond-van Helten, een van de auteurs van het Actieprogramma en in het dagelijks leven directeur van Talencentrum Den Haag BV. Bij haar krijgen alle cursisten een op maat gesneden cursus aangeboden. Daartoe worden ze bij hun aanmelding eerst uitgebreid ondervraagd over hun werk, hun bedoelingen en de bedoelingen van hun baas. Vaak blijkt dat noch de cursisten noch de baas zelf weten wat er nu precies geleerd moet worden. Volgens het Actieprogramma is de vele kritiek op het moderne vreemde talenonderwijs mede te wijten aan ' mensen die hun vragen onvoldoende exact kunnen formuleren, waardoor ze soms de neiging vertonen te hoge eisen aan het aangeboden onderwijs te stellen'.

Visitekaartje

Het Talencentrum van Van Egmond heeft een 'tailor-made' aanpak. De directeur van Shell die naar Gabon afreist, leert in Den Haag niet alleen de Franse termen voor olie-exploratie en -transport die hij voor zijn werk nodig heeft. Hij wordt ook onderwezen in het opstellen van een visitekaartje dat de gemiddelde Gabonees niet al te vreemd aandoet. En de telefonist/receptionist die straks in de Verenigde Staten gaat werken krijgt in gesimuleerde telefoongesprekken het metalige zinnetje mee dat aan het einde van elk gesprek met een bedrijf klinkt: ' Thank you for calling ... '. Aan deze aanpak (ook wel talenonderwijs 'a la carte' genoemd) bestaat volgens Van Egmond steeds meer behoefte. Veel taleninstituten hebben er zelfs hun groei aan te danken. Maar hoewel ze een voorstander is van moduleren in het voortgezet onderwijs, is detailor-made aanpak volgens Van Egmond een benadering die je niet van scholen kunt verwachten. Wel zouden ze hun leerlingen moeten voorbereiden op een toekomst waarin ze wel eens een toespraak zullen moeten houden in een vreemde taal, of een zakelijke brief of rapport moeten schrijven.

Maar de actieve omgang met taal die hiervoor nodig is, wordt in het voortgezet onderwijs niet gekweekt. Van Egmond: ' In ons onderwijs staat de leraar nog steeds frontaal voor de klas. Het is een rollenpatroon waarbij de leerling vergeleken met die in bijvoorbeeld de Angelsaksische traditie, heel passief blijft.'

In het Engelse en het Amerikaanse onderwijs wordt van leerlingen verwacht dat ze stukken schrijven, oral presentations houden en in de bibliotheek dingen uitzoeken.

Keuzetaal

Zijn de voorstellen van het Actieprogramma voldoende om het moderne vreemde talenonderwijs aan te passen aan de eisen van de tijd? Voor de belangrijkste tekortkoming van het talenonderwijs biedt het geen oplossing. Duits en Frans blijven in de bovenbouw een keuze-taal. Niemand weet of het door Ginjaar-Maas geopperde en door Wallage weer ingetrokken voorstel een tweede taal verplicht te stellen, werkelijkheid wordt. Drie verplichte talen zit er hoe dan ook niet in.

Door in de inleiding te stellen dat het gewone onderwijs niet meer in de almaar toenemende vraag naar talenkennis kan voorzien, hebben de samenstellers van het rapport zelf al een voorbehoud gemaakt. Ook bevat het programma zoveel 'actiepunten' (op de kop af 34), dat men zich in gemoede kan afvragen welke daarvan daadwerkelijk praktijk zullen worden. De eerste kritiek is bovendien al binnen. Volgens prof. dr. A. G. Sciarone, bekend van de zogeheten Delftse methode, kan alleen nieuwsoortig lesmateriaal uitkomst bieden. Maar hieraan besteedt het Actieprogramma nauwelijks aandacht.

De markt zal er niet rouwig om zijn als het moderne vreemde talenonderwijs tekort blijft schieten. Nog steeds is het zo dat iedereen een taleninstituut kan beginnen. Wie geen werknemers in vaste dienst neemt, hoeft zich zelfs niet in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Exacte cijfers ontbreken, maar zeker is dat het aantal instituten gestaag groeit. De beloften ('Binnen twee maanden spreekt u vloeiend Spaans') zijn vaak even exorbitant als de tarieven. Wanneer het Actieprogramma aanbeveelt de particuliere instituten meer bij het gewone onderwijs te betrekken, staat er bij dat die instituten dan wel (punt 27) aan een 'onafhankelijke kwaliteitscontrole' moeten worden onderworpen.

Teloorgang

Toch betreurt ook op de taleninstituten een enkeling de teloorgang van de wereldberoemde Nederlandse talenkennis. In het Institut Francais de La Haye toont directeur Christophe de Voogd de nieuwste brochures. 'Cursussen voor bedrijfsleven en overheid' staat erop, in het Nederlands. Vroeger waren de brochures in het Frans - dat stond beter. Dit is pragmatischer.

Het instituut kan de vele aanvragen nauwelijks aan. In 1985 waren er nog 450 cursisten, nu zijn het er 950. Ze komen van ministeries en het bedrijfsleven. 'Zakelijke correspondentie', 'Gesprekken in de wandelgangen' of 'Producten en/of diensten introduceren in Frans sprekende landen': het Institut Francais heeft het allemaal in huis. Natuurlijk melden zich ook nog steeds cursisten pour l'amour de la langue francaise, omdat ze van chansons houden of van Franse literatuur. Maar hun aandeel stagneert.

Het gaat goed met het instituut. Maar voor de directeur is dat tegelijk een teken dat het slecht gaat met Nederland, het enige land in West-Europa dat eeuwenlang een kruispunt is geweest van zowel romaanse als germaanse als angelsaksische invloeden. Het heeft ook al in Le Monde gestaan: 'Les Neerlandais apprennent le francais' was de titel van een artikel over de nieuwe benadering van het Frans in Nederland. Maar Nederlanders horen die taal toch gewoon te kennen, in plaats van haar op hun dertigste of veertigste nog te leren? Volgens De Voogd is Nederland bezig haar identiteit te verliezen. Hij is bezig er een boek over te schrijven.