Turkse schrijver Erdost opgepakt; autoriteiten jagen opcommunisten

ISTANBUL, 13 febr. - De Turkse schrijver, schilder en uitgever Muzaffer Erdost is zondagmorgen om vijf uur van zijn bed gelicht en opgesloten. Hij is de voorzitter van de afdeling Ankara van de Turkse vereniging voor mensenrechten en van de Boekenclub van het dagblad Cumhuriyet, het enige dat melding maakt van het gebeurde.

Kort na de staatsgreep van 12 september 1980 werd hij samen met zijn broer Ilhan door de militairen opgepakt en op de legerplaats Mamak in elkaar geslagen, waarbij zijn broer bezweek. Zijn advocaat heeft nog geen contact met hem mogen hebben, maar deze keer heeft de aanhouding waarschijnlijk te maken met het voorwoord dat hij heeft geschreven voor het boek 'De toekomst van Diyarbakir' van Edip Polat. Diyarbakir is het centrum van de Koerden in Zuidoost-Turkije. Men zou op zoek zijn naar de auteur en Erdost zou in deze fase een soort gijzelaarsrol spelen.

Dezelfde Cumhuriyet meldt dat in heel Turkije reeds driehonderd mensen in hechtenis zijn genomen in het kader van de jacht op de Verenigde Communistische Partij van Turkije; slechts tegen achttien was een aanklacht ingediend. Ondanks haar 'gematigde' opstelling is de VCPT nog steeds verboden in Turkije maar zij heeft wel een persconferentie kunnen houden.

De pogingen de partij gelegitimeerd te krijgen begonnen in oktober 1987 met de terugkeer naar Ankara van twee van haar leiders, Haydar Kutlu en Nihat Sargin. Zij werden op het vliegveld van Ankara meteen gevangen genomen. Hun proces voor het Staatsveiligheidshof duurt reeds twee jaar zonder dat het eind in zicht is. De twee gedetineerden hebben zich inmiddels tot de Europese Commissie voor de mensenrechten in Straatburg gewend, nadat Turkije in 1988 het artikel van het Europese mensenrechtenverdrag had ondertekend waarin staatsburgers de mogelijkheid krijgen afgehandelde rechtszaken voor hernieuwde behandeling in Straatsburg voor te leggen.

Hun applicatie gold niet het eigenlijke proces, omdat dit nog lang niet is afgesloten, maar de afhandeling van hun klacht over folteringen die zij tijdens het vooronderzoek hadden ondergaan. Volgens het wel voltooide, Turkse onderzoek in deze waren de klachten ongegrond.

Reeds tweemaal is een hoge afvaardiging van drie Europese rechters in verband met deze zaak naar Ankara gekomen, maar beide malen weigerde de officier van justitie bij het Staatsveiligheidshof, Nusret Demiral, hen te ontvangen. Ook de drie politiemannen die de folteringen zouden hebben verricht, waren niet bereid aan het onderzoek deel te nemen. Aanvankelijk verklaarden zij dat de vragen schriftelijk moesten worden ingediend, later dat men zich moest wenden tot 'degene die tijdens het vooronderzoek de opdrachten had gegeven' (te weten Demiral). Laatstgenoemde had, toen de buitenlandse rechters voor de tweede keer kwamen, van minister van justitie Sungurlu het verzoek gekregen 'mee te werken aan de procedure'.

Maar hij bleef weigeren, zich beroepend op de in de grondwet vastgestelde 'onafhankelijkheid van de rechterlijke macht'. Sungurlu suggereert nu dat, wil de procedure in Turkije worden toegepast, er inderdaad eerst een grondwetswijziging moet komen. Deze onbevredigende gang van zaken, alsmede een vernietigende hoorzitting van het juridische comite van de Raad van Europa in Parijs onder voorzitterschap van de Nederlandse afgevaardigde Piet Stoffelen, waarbij Turkije op een afgevaardigde na afwezig bleef, heeft zo'n negatief klimaat geschapen dat nu ook wordt getwijfeld aan het verder functioneren van de gemengde parlementaire commissie van de EG en Turkije. Die moet tweemaal per jaar vergaderen.

    • Frans van Hasselt