Ritzen: meer geld naar onderzoek

ROTTERDAM, 13 febr. - Minister Ritzen (onderwijs) wil dat de universiteiten de komende jaren een deel van hun budget naar de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO) overhevelen. De NWO moet op die manier meer greep krijgen op het universitaire onderzoek. Het beschikbare bedrag moet groter worden dan de 25 miljoen in vijf jaar die oud-minister Deetman eerder had voorgesteld.

Ritzen zei dit gisteren in de Tweede Kamer tijdens de behandeling van het Wetenschapsbudget voor 1990. Hij vindt wel dat de universiteiten het stelsel van voorwaardelijke financiering voor hun onderzoek overeind moeten houden. Dat garandeert wel een zekere minimumkwaliteit van het onderzoek maar blijkt tot dusver niet te werken als stimulans voor verbetering van de kwaliteit. De minister verwacht dat dit laatste wel het geval zal zijn als er meer geld door NWO wordt verdeeld. NWO krijgt ook een belangrijke stem bij de vorming van 'graduate schools', onderzoeksscholen waar de onderzoekersopleidingen zullen worden geconcentreerd. Ritzen zal deze week de Kamer informeren over de manier waarop hij de al door Deetman aangekondigde onderzoekscholen vorm wil geven. Een meerderheid in de Tweede Kamer voelt wel voor de concentratie van het Nederlandse toponderzoek en de onderzoekersopleidingen in een beperkt aantal onderzoekscholen.

De 'graduate schools' kunnen aansluiten bij reeds gevormde zwaartepunten en netwerken voor assistenten-in-opleiding. Ze moeten de bestuursstructuur van onderzoeksinstituten krijgen, dat wil zeggen onder de leiding komen van een wetenschappelijke directeur. Het personeel moet voor een deel van de tijd wel onderwijs geven aan studenten in de eerste fase, zo schrijven de voorzitters van zes onderzoek- en onderwijsorganisaties in een memorandum aan Ritzen.

Deze organisaties vinden een stimuleringsfonds voor het oprichten van onderzoeksscholen nodig. In de begroting is daarvoor al een bedrag van 13 miljoen gulden voor uitgetrokken. NWO moet dit geld beheren en verdelen. In dit fonds komt bovendien nog ongeveer de helft van het bedrag dat het hoger onderwijs krijgt als de openbaar vervoerkaart voor studenten wordt ingevoerd.