Mexicaanse schatkist wordt er flink door gespekt; Mexico'ssucces: Maquiladoras

NUEVO LAREDO, 13 febr. - Met zijn armetierige laagbouw, zijn overvolle smerige straten en zijn files oude auto's die stofwolken opwerpen, biedt de Noordmexicaanse grensstad Nuevo Laredo een grauwe aanblik. Des te meer valt in een troosteloze buitenwijk een perfect onderhouden, fel groene tuin op met een langgerekte, veelvormige vijver waarin goudvissen zwemmen en waarover enkele ronde houten bruggetjes zijn gebouwd. Het is de voortuin van Magneticos de Mexico oftewel Sony, een van de honderden Maquiladoras oftewel assemblagebedrijven, die de afgelopen jaren in het Mexicaanses grensgebied met de Verenigde Staten neerstreken. Sinds 1983 verviervoudigde hun aantal tot ruim 1.800, er werken een halfmiljoen Mexicanen en de hele Maguiladora-industrie van het westelijke Tijuana tot het oostelijke Matamoros, bezorgt de Mexicaanse schatkist nu tegen de drie miljard dollar per jaar.

Alleen de olie-industrie brengt meer deviezen binnen. Dit jaar wordt een nieuwe groei met zo'n 25 procent verwacht. Volgens het Maquiladora-concept, dat al in 1965 werd ontworpen, mogen bedrijven die zich langs de grens vestigen hun grondstoffen en halffabrikaten belastingvrij vanuit de Verenigde Staten naar Mexico overbrengen. Daar verzorgt de goedkope Mexicaanse arbeidskracht de assemblage, waarna het merendeel van de eindprodukten weer naar de Verenigde Staten wordt geexporteerd en alleen belasting is verschuldigd over de toegevoegde waarde. De Maquiladora bezorgde het armzalige Mexicaanse noorden een gestage industrialisatie, die na 1982 stormachtige vormen aannam toen de Mexicaanse arbeidskracht door spectaculaire devaluaties van de peso een van de goedkoopsten van de wereld werd.

Directielid Jorge Gonzalez, die me door de fraaie Sony-tuin leidt - 'de Japanners hebben oog voor detail' - zegt even later in zijn kantoor: 'In 1978 werd ons bedrijf overgeplaatst van Alabama naar Nuevo Laredo en waren wij hier de eerste Maquiladora-industrie. In 1985 waren er twintig en nu al 67. Een ware lawine'. Bij Sony in Nuevo Laredo assembleren 2300 Mexicaanse arbeiders in 3-ploegendiensten continu audio-cassettes en micro-software, die met eigen vrachtwagens naar el otro lado (de andere kant) worden getransporteerd. De werknemers - voor 70 procent vrouwen - verdienen gemiddeld anderhalve dollar per uur, zo'n 70 procent boven het Mexicaanse minimumloon. Wat de Maquiladoras tot ware goudmijnen maakt, want een paar kilometer noordwaarts in Texas verdient een arbeider 5 a 10 keer zoveel. Door aan de Mexicaanse kant van de grens te gaan zitten, bespaart een bedrijf tot 30.000 dollar per arbeider per jaar. Daar komt bij dat de lopende banden in Mexico gemiddeld tien procent sneller staan afgesteld. Aanvankelijk vestigden zich vrijwel uitsluitend Amerikaanse bedrijven in Noord-Mexico, maar de laatste jaren werd dat gebied ook door andere buitenlanders ontdekt. Sony was lange tijd de enige Japanse Maquiladora-industrie in Noord-Mexico, maar sinds 1984 kwamen er zo'n 40 Japanners bij, de meeste in het westelijke Tijuana, nabij San Diego. In hun kielzog volgden Koreanen, Taiwanezen en Westeuropeanen.

Philips pakte de zaken bijna drie jaar geleden wat laat maar toch stevig aan en begon in de grensstad Ciudad Juarez met 5.000 man massaal kleurentelevisies voor de Amerikaanse markt te produceren. Hoewel het Maquiladora-concept door de Mexicaanse regering wordt bejubeld en gepropageerd, ontlokt het aan beide kanten van de grens ook felle kritiek.

Zo bespeuren Mexicaanse nationalisten een grootschalige exploitatie van goedkope arbeid in Noord-Mexico door buitenlandse assemblagebedrijven die geen volwaardig produktieproces vertegenwoordigen, weinig technologie verspreiden en geisoleerd werken van de overige Mexicaanse economie. Inderdaad levert de Mexicaanse industrie minder dan 2 procent van de grondstoffen en halffabrikaten van de Maquiladoras en verdwijnt ook meer dan 80 procent van de eindprodukten weer naar het rijke noorden. 'Dat is inderdaad een dilemma', erkent Sergio Alvarez Chavez, directeur van de Nationale Kamer van de Maquiladora-industrie in Nuevo Laredo. 'Maar vergeet niet dat hier vroeger vrijwel geen industrie of werkgelegenheid was en dat hier nu bij tijden arbeidstekorten zijn. Bovendien vormen de Maquiladoras op nationaal niveau nu de tweede deviezenbron'.

Een ander probleem is dat de massale komst van Maquiladora-industrieen de openbare voorzieningen in de grensstreek ernstig heeft overbelast. Chavez zegt: 'De Mexicaanse overheid werkt hard en heeft de laatste vijf jaren in Nuevo Laredo evenvele industriele parken laten aanleggen. Maar het valt gewoonweg niet bij te benen. Nogal wat Maquiladoras verzorgen nu hun eigen watervoorziening en telecommunicatie. Ze laten ook bussen rijden om hun arbeiders te transporteren'. Het meest urgente probleem in grenssteden als Nuevo Laredo, wier inwonertallen in 25 jaar zijn vervijfvoudigd, blijft de extreme woningnood. Tienduizenden nieuwkomers uit het Mexicaanse binnenland wonen in erbarmelijke sloppenwijken van karton en plastic. Anderen slapen in de openlucht en worden 's morgens gewekt door een haan. Toch zegt Chavez: 'Voor anderhalve dollar per uur in een Maquiladora-industrie werken, mag dan voor een vakbondsleider in Mexico-Stad gelijk staan met uitbuiting, voor werkloze mensen die verder niets hebben is het een ware Bonanza'. Ook aan de Amerikaanse kant van de grens wordt het Maquiladora-fenomeen kritisch gevolgd.

Door het vakverbond AFL-CIO bij voorbeeld, dat klaagt over oneerlijke concurrentie en ernstig banenverlies in de Verenigde Staten. Werkgeversorganisaties in de Verenigde Staten stellen daar tegenover dat de hoogte van het Amerikaanse loonpeil en de moordende Aziatische concurrentie hoe dan ook dwingen tot het zoeken naar kostenbesparende oplossingen. Een de Maquiladora biedt zo'n oplossing. De Amerikaanse economie is beter af met bedrijven in het Mexicaanse grensgebied die Amerikaanse grondstoffen en onderdelen gebruiken, dan met bedrijven die in Azia gaan zitten en Japanse onderdelen gebruiken, aldus een veelgehoorde redenering. Daar komt bij dat de Maquiladoras ook voor welkome economische prikkels zorgen in verarmde Amerikaanse grensstreken waar de levensstandaard niet veel hoger is dan in een land als Joegoslavie. De Amerikaanse grenssteden profiteren van het sterk gegroeide transport van grondstoffen, half- en eindprodukten naar en van Mexico. Bovendien zijn er nogal wat Mexicanen geneigd een deel van hun inkomens aan de 'andere kant' te besteden. De Amerikaanse vakbeweging en milieu-organisaties klagen ook steen en been over de alarmerende vervuiling van het grensgebied door Maquiladoras, die te maken hebben met een beperkte Mexicaanse milieuwetgeving, zich zelfs daar niet aan houden en hun afval in het milieu dumpen. Vorig jaar leverde de vakcentrale AFL-CIO een vernietigend rapport over deze materie af bij het Amerikaanse Congres met een begeleidend verzoek het hele Maquiladora-concept zo spoedig mogelijk te schrappen. Sindsdien ontketende het Mexicaanse ministerie van milieu een offensief in het grensgebied en werden daar zes van de grootste vervuilers gesloten. Voor het overige vertrouwt men er in Mexico-Stad op dat Washington de Maquiladoras, die nu een half miljoen Mexicanen werk bieden, zal blijven tolereren. Het alternatief zou immers een nieuwe migratiegolf van arme Mexicanen naar het rijke noorden zijn.

    • Ferry Versteeg